BREAKING: Bobs Acceptance Speech

Uitgelekte vertaling van Bob Dylans Nobel Price Acceptance Speech die d.d. 10 december 2016 voorgelezen zal worden.
(met dank aan onze vrienden van Nobileaks)

 

Geachte leden van de Academie,

 

Allereerst wil ik u danken voor het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur anno 2016 aan ondergetekende. Er bestonden nogal wat misverstanden in de media als zou ik mij niet vereerd voelen met de toekenning van deze prestigieuze prijs. Niets is minder waar, alles is meer waar.

“De geboorte van een recht betekent altijd de dood van een vrijheid”. Deze is niet van mij, maar van de Franse schrijver Sully Prudhomme. In 1901 won hij de allereerste Nobelprijs voor de literatuur.

Dit citaat speelde sinds donderdag 13 oktober 2016, de dag dat bekend werd gemaakt dat de Nobelprijs aan mij is toegekend, door mijn hoofd. Met het recht dat ik meende te hebben om de prijs vandaag niet persoonlijk in ontvangst te nemen, leek mijn vrijheid gelijktijdig te sterven, omdat ik vrijwel onmiddellijk verketterd werd.

Welnu, dat recht heb ik weldegelijk en middels deze ingezonden speech zal ik dit trachten te onderbouwen aan de hand van enkele cruciale gebeurtenissen in mijn carrière.

Mijn muzikale loopbaan begon begin jaren ’60 in onder meer Gerde’s Folk City en Cafée Wha? in Greenwich Village, New York City. Ik herinner me nog de vernederingen die, ik boerenpummel van amper twintig jaar uit Duluth (Minnesota), moest laten welgevallen. De eigenaars van deze folkclubs lieten mij bewust optreden ná onder meer John Lee Hooker om de zaal leeg te krijgen.
Ik geloofde zeer in mijzelf al weet ik tot op de dag van vandaag niet waarop die overtuiging gestoeld was. Het was alsof het móest. Ik besloot me niets aan te trekken van de publieke opinie, voornamelijk gevormd door luie studenten, vervuilde dronkaards en elitaire journalisten wier eigen muzikale aspiraties de mist in waren gegaan, vrijwel altijd vanwege een gebrek aan talent.

Ik brak door met Blowin’ In The Wind en The Times They Are A-Changin’ en werd volledig tegen mijn wil tot dé stem van een generatie gebombardeerd. Het ging allemaal even snel als de wind waarover ik zong.

Ik heb altijd alleen voor mezelf willen spreken en heb me nooit voor het karretje laten spannen voor eender welke politieke of maatschappelijke groepering dan ook. Op mijn hoofd paste geen enkele label, etiket of sticker.

Ik heb nooit bij hem, haar, hen of het gehoord. Nooit.

Met mijn liedjes zou ik de popmuziek hersens hebben gegeven. Maar zoals mijn goede vriend Eric Clapton het nooit heeft begrepen waarom hij meer aandacht (en geld!) verdiende met zijn bluesmuziek dan zijn helden BB King of Robert Johnson, zo heb ik nooit kunnen bevatten waarom míj zoveel eer ten deel viel. In mijn beleving had die eer beter Hank Williams of Woody Guthrie toegekomen, de pioniers die werkelijk aan de wieg stonden van de Amerikaanse folk- en popcultuur.

Midden jaren zestig voelde ik me, mede onder invloed van mijn vrienden van de Rolling Stones (en van de LSD) bijzonder aangetrokken tot de kracht van de elektrische gitaar. Het moest hard. Loeihard. Ik werd in 1965 tijdens een concert in Manchester Judas genoemd: ik zou mezelf verraden hebben vanwege mijn affaire met de gitaarversterker. Het was voor de eerste keer dat ik dacht aan de uitspraak van Sully Prudhomme: het publiek trachtte mijn vrijheid te vermoorden omwille van het recht dat ik meende te hebben. In dit geval het recht om vooral mezelf te zijn: Robert Allan Zimmerman alias Bob Dylan.

Tijdens het Newport Festival in 1965 probeerde Pete Seeger, God hebbe zijn muzikale erfenis (in de gedaante van Bruce Springsteen), de stroomkabels van mijn versterker kapot te hakken met een bijl omdat ik zo fucking hard speelde dat een deel van het publiek wegliep. Alsof ik geblinddoekt een druk bezochte winkelstraat vol gas inreed. Spookrijdend. In dichte mist.

De goegemeente ging desondanks overstag: ik brak door met ‘elektrische’ nummers als Like a Rolling Stone en Maggie’s Farm. Ik schreeuwde het uit hoezeer ik mezelf trachtte te blijven terwijl de buitenwereld wilde dat ik precies als hen zou zijn.

Men claimde mij, ik claimde niets. Ik schreef, zong en speelde mijn liedjes. Meer niet. Ik vroeg mezelf en mijn publiek hoe het voelde om zo eenzaam te zijn, om zonder richting als een totale nobody te leven.
Als levensadvies gaf ik mee om het hoofd koel te houden en altijd een gloeilamp mee te nemen. Men lachte om deze waanzin. Men ploos mijn huisvuil uit, omdat men vermoedde dat alles wat ik aanraakte in goud veranderde.

Na diepgravende literaire ontleding door mensen die er pretendeerden verstand van te hebben, werden aan mijn teksten waarheden toegekend die mijzelf totaal onbekend waren. Zelfs de grootst mogelijke onzin die ik soms bewust schreef om te stangen (‘Yeah Heavy and a Bottle of Bread’) werd tot op de komma geanalyseerd door academici. Ik pieste in mijn broek van het lachen.
Even vaak ben ik me van geen kwaad bewust als kwaad geweest en even vaak heb ik me kapot gelachen om de valse vleierij uit de monden van personen die mij kort daarvoor nog uitjouwden.

Toch had ik geen weerman nodig om te weten uit welke hoek de wind waaide.

Ik was het beu, wendde een ongeluk met de motor voor en trok me voor enkele jaren terug. Ik verdiepte me in countrymuziek en bracht enkele albums uit die compleet werden weggevaagd door de pers. All Along the Watchtower werd een wereldhit voor Jimi Hendrix, God hebbe zijn ziel, lever en gitaar, maar voor mijn oorspronkelijke uitvoering werden schamper de schouders opgehaald. Ik nam een countryalbum op met de medewerking van Johnny Cash, maar de voormalige ‘voice of a generation’ werd afgezet als een afgematte ingekakte mierzoete derderangs countryzanger die, volgens de muziekrecensenten, op bespottelijke wijze probéérde te zingen.

De kritiek was denigrerend, zelfs mensonterend. Ik kon niet zingen, mijn teksten waren een miserabele poging tot poëzie en ik zou geen maat houden op de gitaar. Jazeker ik maakte me indertijd zorgen, maar de zaken zijn veranderd.

Ik werkte stug door. Ik zag mijn huwelijk met Sara Lownds stranden en besteedde er een vol album aan. De LP werd door het publiek uitstekend ontvangen al wisten sommige criticasters mij te melden dat het album té persoonlijk en dus niet des-Dylans was. Ik moest meer dít, had meer moeten zó. Het was niet goed of het deugde niet. Er kwam bloed op de sporen.

Eind jaren zeventig trok ik desondanks volle stadions. De tour was gekoppeld aan het album Street Legal dat óók werd afgedaaan als een zielige poging om een pompeus album à la Elvis te maken. Pas recentelijk wordt schoorvoetend erkend dat Street Legal eigenlijk een prima album is, persoonlijk vind ik het een van mijn betere.

In mijn streven naar zingeving in mijn leven heb ik mij vervolgens verdiept in de bijbel. Dit kwam begin jaren ’80 op een verbanning te staan uit mijn Joodse gemeenschap. Flirten met Jezus Christus werd gezien als vloeken in de synagoge. Ik zong gospels en voelde het leven door mijn aderen stromen. Het geloof inspireerde mij tot het inslaan van nieuwe wegen, op zoek naar níeuwe muziek. Ik kwam er weer niet mee weg. Ik was volgens de pers de weg kwijt. Hoe kon het bestaan dat de man die vijftien jaar geleden nog het bal opende voor de revolutionaire hippiegeneratie, nu de Heer aanbad in melodramatische kitscherige liedjes. Maar het is het eigendom van Jezus. Keur Hem maar af tot op het bot. Jullie hebben iets veel beters. Jullie hebben een hart van steen.

De koek was schijnbaar nog niet op. Ik trok me meer en meer terug. Ik weigerde me als een pop te laten bespelen in het poppenspel van derden. Ik ontweek de pers, mijn vrienden, zelfs mijn bandleden. Ik stortte me nóg meer op mijn muziek. Ik ging dieper en dieper en maakte album na album. Ze werden in de jaren tachtig en negentig vrijwel allemaal afgeschoten. Het werd een klopjacht. Als een paria bewoog ik me in de muziekwereld. Ik communiceerde minder en minder en werd een arrogante flikker genoemd. Excuseert u mijn taalgebruik, geachte leden van de academie. Ik moest en zou dansen naar hun pijpen, zij leidden de dans, zij schreven de danspassen voor. Maar ik weigerde halsstarrig. Ik had mijn eigen dans ontworpen. Tegendraads, ongrijpbaar.

Ik toerde de wereld rond en rond. Het werd de zogenaamde Never Ending Tour genoemd, een naam die ik nooit bedacht heb of mijn geheugen moet mij in de steek laten. Wat een bullshit. Als ze mijn droomgedachten ooit hadden gezien, was mijn hoofd waarschijnlijk onder de guillotine beland.

Terwijl de tijd uit mijn gedachten sloop, sloeg ik terug met een album dat was getiteld naar dat beeld. Het bracht mij terug op het hoogste niveau, niet in de laatste plaatst vanwege de medewerking van topproducer Daniel Lanois. Het veruit minste nummer van dat album Make You Feel My Love werd een wereldhit voor tal van artiesten. Graag gedaan. Ik was helaas weer terug op het feestje van Jan en Alleman dat ik jarenlang had weten te mijden.

Omstreeks dezelfde tijd trad ik op voor de Paus. Het was een memorabele dag in Bologna. Ik was totaal niet verrast dat ik nadien wederom compleet werd neergesabeld door de wereldpers en door vele bet-wetende generatiegenoten die zich allen verraden voelden. Lang leve de voorspelbaarheid.
Bovendien kwam de eeuwenoude gespannen relatie tussen de Joodse en Rooms-Katholieken ter sprake. Alles werd uit de kast gehaald, van het verraad van Jezus Christus (en de rol van de Joden hierin) tot en met de holocaust (en de rol van het Vaticaan hierin).
Ik was weer de Judas. De charlatan. De leugenaar. De oplichter. De bedrieger. Met de wijsheid van Prudhomme aan mijn zijde meende ik simpelweg het recht te hebben om als liedjeszanger drie liedjes te zingen waar en wanneer ík dat wilde.

In de laatste twee decennia heb ik getoerd en tal van albums opgenomen. Folk albums, Rhythm & Blues albums, een kerstalbum, Blues albums, Rockabilly albums en mijn laatste twee albums waren bedoeld als eerbetoon aan Frank Sinatra.

Ik ben zo vervreemd van de wereld en van mezelf geraakt dat ik geen menselijke gevoelens meer herken van dankbaarheid, teleurstelling, schuld, twijfel, verdriet, rancune of trots en we weten allemaal dat er geen weg terug is zodra trots een rol gaat spelen.

Ik heb me nooit laten gebruiken door platenmaatschappijen, doemdenkers, waarzeggers, nieuwslezers, koppensnellers, bandleden, hoeren, gewoontes, politici, verzoeknummers, conventies, dronkaards, krantverkopers, marketingstrategieën, recensenten, financieel adviseurs, journalisten, modegrillen, juristen, tradities, krantenkoppen, familieleden, groeperingen, dieren, religies, wensen, dromen, eisen, vragen of antwoorden. Ik liet me door niemand grijpen, muilkorven, labelen, stigmatiseren. Ik ben niemand een verklaring of een antwoord schuldig. Niemand niet. De werkelijkheid droeg altijd al veel te veel hoeden, moet u weten.

In 2007 maakte regisseur Todd Haynes een speelfilm over mij getiteld I’m Not There. Een toepasselijke titel, gebaseerd op een lied dat ik in 1967 met voorkennis over mijn eigen lotsbestemming schreef. Ik was immers nooit op de plek waar men mij verwachtte.

Zoals vanavond.

Als ik vanavond in vol ornaat voor u was verschenen, had men mij waarschijnlijk ijdelheid verweten. Nu ik ervoor gekozen heb geen acte de présence te geven, zal ik ongetwijfeld arrogant genoemd worden. Als ik lach, ben ik te burgerlijk. Als ik zwijg, ben ik afstandelijk. Als ik een zonnebril draag ben ik ondoorgrondelijk. Als ik er geen draag ben ik te transparant.

Ik sta bijna zestig jaar op het podium. Tijdens als die jaren ben ik verketterd, aanbeden, vernederd, geroemd, beschimpt, verheerlijkt, bespuugt, bewierookt, afgebrand en opgehemeld. Ik moest mijn haar kammen, mijn rug rechten, plooibaar zijn, mijn stem laten gelden, akoestisch spelen, Christus afwijzen, Israël bekritiseren, mijn nagels schoonmaken, buigen, knielen, springen, rennen, denken, wijzen, mijn hits spelen, het publiek toespreken en als een hond met mijn staartje kwispelen als me iets zoets werd voorgehouden. It ain’t me babe.

Uiteindelijk ben ik er vanavond niet om wie ik altijd was. Als ik niet was wie ik was, had ik er wel geweest. Het recht van afwezigheid heb ik, sterker nog dat recht cláim ik, al was het maar om het nooit de dood van mijn vrijheid te laten zijn. Met dank aan Sully Prudhomme.

Geachte leden van de academie, ik heb lang geleden al besloten me nooit meer te laten leiden door de agenda’s van anderen, hoe aanlokkelijk dit in sommige gevallen ook was. Ik gluurde vaak door de deuropening van de verleiding en bij iedere keer als ik langsliep hoorde ik dat mijn naam geroepen werd. Ik hield stand ondanks de immense druk van de binnen- en buitenwacht.

Dit was, is en blijft voor mij de enige weg die bewandeld móest worden. Iedere keer als ik me verwondde tijdens mijn levensweg, bloedde ik slechts. Maar het is prima zo. Het is leven en niets meer dan dat.

 

Groetjes,
Bob

 

***

 

Note van Nobileaks:
In zijn acceptance speech gebruikte Bob passages uit de volgende liedjes:

“Well, I try my best
To be just like I am
But everybody wants you
To be just like them”

(Bob Dylan – Maggie’s Farm)

“How does it feel, how does it feel?
To be on your own, with no direction home
A complete unknown, like a rolling stone”

(Bob Dylan – Like a Rolling Stone)

“It ain’t me babe
No no no it ain’t me babe
It ain’t me you’re looking for babe.”

(Bob Dylan – It ain’t me babe)

“I used to care but
Things have changed.”

(Bob Dylan – Things Have Changed)

“He’s the property of Jesus
Resent him to the bone
You got something better
You got a heart of stone.”

(Bob Dylan – Property of Jesus)

“I gaze into the doorway of temptation’s angry flame
And every time I pass that way I’ll always hear my name”
(Bob Dylan – Every Grain of Sand)

“Well, there ain’t no goin’ back
when your foot of pride come down
Ain’t no goin’ back”
(Bob Dylan – Foot of Pride)

 “Reality always
Had too many hats”

(Bob Dylan – Cold Irons Bound)

“To keep it in your mind and not fergit
That it is not he or she or them or it
That you belong to”
(Bob Dylan – It’s Alright Ma, I’m Only Bleeding)

“And if my thought-dreams could be seen
They’d probably put my head in a guillotine
But it’s alright, Ma, it’s life, and life only”
(Bob Dylan – It’s Alright Ma, I’m Only Bleeding)

 

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

2 Reacties

  1. raymonde hendriks Antwoord

    Hoe waar en hoe mooi de speech van Bob Dylan en hoe treffend dat er ook spookrijden in voorkomt. Bedankt voor het nu al doorgeven van zijn speech kunnen het zo later weer doornemen. Nu besef je ook hoe een wereldster aanbeden en verguisd kan worden..

  2. Cor Robbemond Antwoord

    Bob Dylan had, deze keer geen zin zelf de pen ter hand te nemen. It ain’t no use, dacht hij. Gelukkig had Bob, naast veel eigen goede nummers, maar dan anders, het nog betere nummer van Marco Hendriks. Ook al omdat Bob wist dat Marco beter is, in het schrijven van afwezigheidsbrieven. Scherper, minder vaag, beter gedetailleerd, daarin. Ieder zijn kopje thee of one more coffee for the road. Marco, toch al, tangled up in blue, was gaarne bereid zijn vriend deze dienst te bewijzen. Maatjes onder elkaar, zoals u weet, of nog niet wist, maar dan is u iets ontgaan. Grote kunstenaars vinden elkaar altijd. Bob inspireert velen. Marco doet dat op, voor mij, gelijke wijze. De kwantiteit, in aantal geïnspireerden fans en volgers is nog niet geheel in balans. Bob ligt nog voor, maar blijft een beetje hangen. Marco lijkt nu harder te gaan. De kwaliteit, qua inspireren, ligt op gelijke hoogte, althans, volgens Bobby Sunrise.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up