SPOOKREFLEXIES VII

 

In de rubriek SPOOKREFLEXIES worden telkens de laatste vijf korte artikelen opgenomen die onlangs werden gepubliceerd op Facebook en/of op Instagram.

In deze serie:

Feestneus
Boven
Rechte Rug
Eenzame Schoen
Geen Kunst Aan

***

FEESTNEUS

8 mei 2019 (Spookreflexie VII.1)

Al maandenlang ligt ie daar. Op de vloer van onze kelder. Een feestneus met brilletje. Hij is gevallen uit een plastic tasje met feestartikelen, stammend uit de tijd “when the children were babies and played on the beach” zoals de Grote Bob het ooit zo beeldend verwoordde.

Eén keer per jaar halen we die plastic tas naar boven. Op Oudejaarsavond. De enige avond waarop we toestaan dat Arie Ribbens ons de weg wijst en wij plechtig beloven bij Hoevelaken linksaf te slaan.

Ik weiger de feestneus met brilletje van de vloer op te ruimen, want iedere keer als ik mijn fiets pak word ik er vrolijk van. Dan denk ik aan Bob Dylan en Arie Ribbens en dan wenste ik dat onze kinderen weer baby’s waren die op het strand speelden en dat het iedere avond Oudejaarsavond was.

Met die gedachte fiets ik dan de kelder uit.
Bij Hoevelaken linksaf.

 

BOVEN

9 juni 2019 (Spookreflexie VII.2)

Op 6 juni heb ik bij Alpe d’HuZes de Heilige Zes op Alpe d’Huez behaald.

Zes keer aan de zijde van Lars die ik grote dank ben verschuldigd. Hij respecteerde mijn wens om de Heilige Zes voornamelijk in stilte te voltooien en om klim per klim te bekijken waar onze missie zou eindigen.
‘Zullen we de 6e klim ter nagedachtenis van je pa doen Mar?’, vroeg hij na de 5e klim.
‘Dat is goed, maar we mogen er onderweg niet over spreken. Ik ben bang dat ik zal breken.’

Voltooiing van de missie was niet mogelijk geweest zonder zijn morele support, zijn opgewektheid, zijn inspiratie en zijn humor.

Dank hiervoor Lars.

 

 

RECHTE RUG

16 juni 2019 (Spookeflexie VII.3)

Het moet zijn glimlach zijn geweest. Die gulle glimlach die mijn vader deed glimlachen. Zoals de hond van Pavlov reageerde op een voorgehouden worst.

‘Je-re-my…Je-re-my…’

Mijn vader vond het fijn om zijn naam uit te spreken. De ene naam klinkt nu eenmaal lekkerder dan de andere. En Jeremy klínkt goed.

Vorige week liep hij achter me toen we de kist van mijn vader droegen. We verlieten de kerk onder het geluid van kerkklokken. Met rechte ruggen.

Vandaag wordt hij 26 jaar. En ik ben trots. Trots dat ik zijn schoonvader mag zijn. En nog trotser dat hij zich een kleinzoon van mijn vader mocht noemen.

Zo eentje die met een rechte rug het leven aanvaardt.

 

EENZAME SCHOEN

24 juni 2019 (Spookreflexie VII.4)

Ik liep op de Coolsingel en zag een eenzame schoen liggen.

Het deed me denken aan mijn staptijd 30 jaar geleden. Raymond haalde ons op. In de kamer van mijn broer gingen we indrinken.Hij zorgde tevens voor de indrinkmuziek.
Standaard volgorde: Layla (Derek & the Dominos). This Must Be The Night (Mink DeVille). Happy (Rolling Stones, uitvoering Love You Live, alleen die). Powderfinger (Neil Young). Like a Rolling Stone (Bob Dylan). Because the Night (Bruce Springsteen).

Eenmaal in de stemming stoven we in Raymonds auto, door de Maastunnel, richting Rotterdam centrum. Hij droeg een zonnebril. Onder zijn royale Burt Reynolds snor speelde hij met een Caballero zonder filter tussen zijn tanden.

Aan de noordkant van de Maastunnel tippelden destijds tientallen prostitués waaronder eentje met één been. Ze droeg een bril met een Loes Haasdijk montuur. Wij hadden de gewoonte rondjes te maken om de kunnen roepen vanuit de auto.

‘Doe je het ook voor de helft voor de prijs?’

‘Op één been kan je niet leven… of jij wel?’

Met een schurende Downtown Train van Tom Waits door de speakers verlieten we zonder gene de troosteloze rotonde bij de Maastunnel om kopje onder te gaan in Rockcafé Le Vagabond aan de Nieuwe Binnenweg.

Toen ik deze week de eenzame schoen op de Coolsingel zag liggen, vroeg ik me af wat er zou zijn gebeurd met de eenbenige prostitué met de Loes Haasdijk bril wier leven wij nog eenzamer hadden gemaakt dan het al was.

Om postuum mijn schuldgevoel af te kopen wilde ik aanvankelijk een briefje van vijf euro in de eenzame schoen leggen, ware het niet dat krenterigheid die dag hoger op de agenda stond dan hypocrisie.

 

GEEN KUNST AAN

28 juni 2019 (Spookreflexie VII.5)

Rotterdam is een stad die een bovenmatige hang heeft naar het zaaien van verwarring. Opzichtige lelijkheid blijkt kunst, abstractie blijkt functioneel. Niets is wat het lijkt, alles lijkt wat het is.

Een vloek wordt poëzie zodra je hem opschrijft en er een titel boven zet.

Enige tijd geleden kwam ik tijdens een wandeling met mijn vader een vuilcontainer in een open veld tegen. Die stond daar, op díe plek, zo wonderbaarlijk nutteloos te wezen dat het me deed twijfelen. Twijfel is de uiteindelijke essentie van kunst.

We bleven er eventjes bij stil staan, mijn vader en ik.

Ik draaide de rolstoel in de richting van de container.

‘Geen kunst aan’, mompelde mijn vader tot mijn stomme verbazing, omdat hij al een goed jaar zijn spraakvermogen was kwijtgeraakt.

 

 

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

1 Reactie

  1. Raymonde Hendriks Antwoord

    Een terug in de tijd van het stappen en het wakker liggen tot je de sleutel in het slot hoorde klikken en je blij was dat je zoons weer veilig thuis waren. Dat is allemaal verleden tijd, het nieuwe stappen is nu sporten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up