No Surrender

12032233_1002326823131295_5655332456744142237_n

 

 

 

 

19:30u

Rotterdam.

We staan in het halletje waar een gehurkte Estelle haar veters strikt. Haar haren zijn nog nat van de training. Fabienne houdt met een gebogen knie de openstaande lift tegen. Jeremy staat in de lift. Ze dragen beiden hun Born in the U.S.A. t-shirts. Ik begeef me tussen mijn kinderen in niemandsland. Anita had de buitendeur gesloten maar is weer naar binnen gegaan.

“Waar blijft mam?”, vraagt Fabienne.

“Geen idee….Aniet?”

Vanuit de keuken klinkt gerommel.

“Ja?”

“Waar je blijft…vraagt Fa!”, schreeuw ik laf naar binnen. Laf, omdat ik weet dat Anita niet graag opgejaagd wordt en ik hiermee impliciet Fabienne de schuld geef.

“Kauwgum”, luidt het onnavolgbare antwoord dat alleen uit de mond van mijn echtgenote kan komen.

 

 

19:32u

Hetzelfde halletje.

“Wat nou weer?”

“Wat nou weer wat?”

Anita opent de voordeur die zij zojuist voor de tweede keer had gesloten.

“Kom nou!”

“Ma-am!”, dit is Estelle, nooit te belazerd om haar moeder extra onder de druk te zetten.

 

 

19:33u

We zitten in de auto en zwijgen.

“Moest dat nou echt?”

“Gewoon vijf flesjes water… je wilt toch ook wáter na afloop?”, vraagt Anita witheet met een vuurrood hoofd.

“Wat kan mij godallejezus dat water nou toch schelen?”, foeter ik, “Alex wacht ècht niet op ons. En Leon ook niet.”

Ik noem Leon Leon. Alsof ik hem persoonlijk ken.

 

 

19:48u

A13. Overschie.

Ik word geflitst. Anita ziet het niet. Zij heeft haar ogen gesloten.

 

 

20:01u

A4. Langzaam rijdend verkeer tussen Den Haag en Leidschendam. Thunder Road van Bruce staat op. Zelden zo’n ontoepasselijk nummer gehoord.

 

 

20:12u

Even voorbij Leiden. Book of Dreams klinkt door de speakers.

Jeremy slaapt. Anita negeert mij door continu rechts uit het raam te kijken.

“Sindsdien?”

“Depuis.”

“Ofschoon?”

“Bien que.”

Fabienne overhoort Estelle. Het irriteert me enorm. We learned more from a three minute record than we ever learned in school, maar die wijsheid houd ik maar voor me.

 

 

20:23u

Amsterdam.

Op een vage T-splitsing kijk ik naar bordjes.

“Geen idee…gewoon Pijpen!”, grap ik, maar de grap is clouloos voor mijn reisgenoten die de bordjes Oude Pijp en Nieuwe Pijp hebben gemist.

Ik besluit, luid claxonnerend, om een taxi heen te manoeuvreren, negeer vervolgens het rode licht en geef vol gas. De Tour wacht op niemand, maar Alex evenmin. Laat staan Leon.

“Mar, rij als-je-blieft een beetje normaal…”

“Aniet…nu niet…”

“Ach krijg rood haar.”

 

 

20:29u

“We halen Alex niet. Dat wil zeggen ik haal Alex niet.”

“Nee pap, we blijven bij elkaar.”

“Nee alsjeblieft geen discussie. Als jullie bij mij blijven ziet niemand hem. Alex komt als derde. Dat heb ik van Leon. Dat liet hij mij op Facebook weten. Eerst komt die ex-PSV’er. Björn van der Doelen. Met die baard. Dan die gozer van de AVRO. Die blonde knaap. Art? Aart? Mijnheer Aart? Van dat programma dat we nooit kijken: Wie is Expeditie Robinson. Hij heeft geen baardgroei. En na hem komt Alex al.”

“Ach paps…je gaat juist voor Alex…”

Ik sta versteld van mijn opofferingsgezindheid die me niettemin geen voldoening brengt. Integendeel. Maar het is uitgesloten dat ik Anita voor dit karretje span. Kauwgum. Water. Snelheidsboete. Door rood stoplicht.

 

 

20:32u

Voor de deur van Paradiso stappen Anita en de kinderen uit. Er staat een bescheiden rijtje voor de deur.

Ik blijf alleen in de auto achter. Met Bobby Jean.

Ik frommel in mijn dasboardkastje, op zoek naar het adres van de dichtsbijzijnde parkeergarage. Iets met een Q….

Drie in elkaar gevouwen printjes vallen uit het dashboardkastje. Ticket. Lidmaatschap (ik ben voor dit concert voor de 58e keer lid geworden van Paradiso) en daar….mijn printje van de parkeergarage…Q-Park Byzantium….

 

 

20:33u

Met het draaiknuppeltje geef ik het adres in. Tesselschadestraat 1. Op het TomTom schermpje schieten de letters heen en weer….T…E…S…S…..kut!!…..E….L…..

“Godverdomme! Wat een straatnaam! Tesselschadestraat! Wie verzint zo iets? Bij ons noemen wij de straten gewoon Blaak. Of Meent.”

Wij bouwen gewoon huizen, zou Jules Deelder zeggen.

 

20:35u

Met piepende banden scheur ik Parkeergarage Q-Park Byzantium in. Mijn hart giert in mijn keel. Ternauwernood ontsnapt mijn dak aan de nog stijgende slagboom.

 

 

20:36u

Ik graai de printjes uit mijn dashboardkastje en spurt de parkeergarage uit. Het heeft alles weg van een bloedstollende scène van Schimanski uit een aflevering van Tatort.

Der Plot (mit tiefer Stimme vorzutragen):
Ich bin auf dem Weg zum Tatort (die Jacke von Schimanski habe ich schon, leider nur seinen Schnurrbart nicht) – wann ich es nicht rechtzeitig in Paradiso schaffe, wird ein Attentat auf dem Leon Verdonschuss verübt weil er der Roeka zu früh programmiert hatte. 

 

 

20:37u

Ik sta buiten. Op de Tesselschadestraat. En ik heb geen idee waar ik heen moet. Ik heb niet opgelet hoe ik zojuist nog van Paradiso naar de parkeergarage reed. Radeloos kijk ik om me heen. Links! Rechts! Waar ligt in hemelsnaam Paradiso vanuit de Tesselschadestraat?

In een zeldzaam moment van helder denken pak ik mijn iPhone en kies ik voor de app Kaarten. Mijn hoofd bonkt.

 

 

20:38u

Met bibberende vingers tik ik Weteringschans 6 in.

Man met hoed: “U zoekt het Stedelijk?”

Ik: “Nee man! Hoe kom je erbij! Waarom zou ik? En wat bedoel je precies met Stedelijk? Stedelijk wat?”

Man met hoed: “Sorry ik dacht dat u…”

Ik: “Nee dus! Stedelijk is een bijvoeglijk naamwoord lul! Dus Stedelijk wat? Als ik jou nu zeg dat ik op weg ben naar het Legendarische, dan weet jij toch ook niet dat ik daarmee Paradiso bedoel?”

Man met hoed: “Over het bruggetje, rechtdoor, op het plein naar rechts.”

 

 

20:39u

Langs een plein. Met allerlei kroegen. Leidseplein? Rembrandtsplein? Geen idee. Al die kutpleinen ook.

iPhone (blikkerig): “Na vijf-tig me-ter rechts-af, we-te-ring-schans.”

Ik ren zo hard dat ik mijn linkerhand op mijn kop moet houden om mijn petje niet te verliezen. Ik glimlach. Want verdomd, ik ga het halen. Die Leon is een Godheid. Vanaf vandaag gaan we trouw Wie is Expeditie Robinson kijken en het kan me geen reet meer schelen dat mijnheer Aart geen baardgroei heeft en Björn net iets te veel.

Alex Roeka die een lied van Springsteen gaat vertolken in, eerlijk is eerlijk, de mooiste concertzaal van Nederland. Ik kan het nog amper geloven.

Ik schiet langs de Apple Store. In de inham van een etalage speelt een kleine man viool.

Welk nummer gaat Alex spelen? Toen hij deze zomer naar mijn favoriete Bruce nummers vroeg, begon ik met een shortlist van drie, resulterend in een lijst van vierenzeventig liedjes die ik in alfabetische volgorde rangschikte, voorzien van een persoonlijke impressie, een YouTube clipje van The Boss zelve en de link naar het desbetreffende akkoordenschema.

Ik schiet langs De Balie, het platform voor het praatgrage hoofdstedelijke klootzakje dat niets anders te doen heeft dan de hele dag lopen te lullen lullen lullen. Het liefst met de benen over elkaar gevouwen. En met een kopje thee. Uw mening telt niet als-ie nooit in De Balie is gehoord. Het liefst zou ik nu de deur open gooien, luidkeels Maggie’s Farm van Dylan zingen en deze aubade afsluiten met een keiharde boer, afkomstig uit het middenrif.

Welk lied gaat Alex vertolken? Na mijn suggesties bleef het stil op de lijn. Ik vroeg er ook niet meer naar. Zoals je vroeger je verlanglijstje voor je verjaardag aan je ouders gaf en je daarna je lippen kapot moest bijten om niet te vragen wat ze uiteindelijk gekocht hadden.

 

 

20:40u

Ik hijg.

Met een glimlach zwanger van zwetende opluchting overhandig ik de printjes aan de kaartjesmijnheer bij de entree. Ik ga het namelijk halen. Ik hou van Leon. Als Anita me zat is, een reële mogelijkheid na vanavond (kauwgum, water, snelheidsboete, door rood stoplicht), ga ik hem ten huwelijk vragen.

“Dit is uw eigen printje…”, zegt de kaartjesmijnheer als hij mij het A4-tje teruggeeft met de adressen van Paradiso en van de parkeergarage.

“…en dit is uw lidmatschap…war is uw ticket?”

“…pardon?…”

“Uw ticket…uw kartje?”

Pas nu valt me zijn accent op. Amsterdams.

“Kartje?”, herhaal ik.

Ik ga mijn zakken na. Iedere zoekplek wordt bezegeld met een klap van de handpalm.

Broek voor: Links! Rechts!

Broek achter: Links! Rechts!

Schimanski-jas binnen. Links! Rechts!

Schimanski-jas buiten. Links! Rechts!

Niets.

“Niets?”, vraagt de kaartjesmijnheer.

“Niets?”, antwoord ik de kaartjesmijnheer vragend.

“Nee. Godverdomme in de auto laten liggen. Luister. Het volgende…”

 

 

20:41u

“…geloof het of niet maar mijn vriend speelt nu…ik hoor hem al zingen achter die deur. Doe mij een plezier, laat me binnen. Na dit liedje, ik zweer het, kom ik naar buiten en ren ik terug naar de parkeergarage en kom ik terug met m’n kartje….eh kaartje! Ik heb alle CD’s van Bruce Springsteen. Ik heb alle CD’s van Alex Roeka. Ik kan niet zeggen om wie ik meer geef. Alex is on-Nederlands goed. Daar heb ik geen Balie voor nodig. Die mening heb ik van mezelf.
Maar ik hoor mijn vriend nu binnen zingen! Ik kan het lied niet direct thuisbrengen maar ik herken hem uit duizenden. Het is Bob Dylan die in het Nederlands Bruce Springsteen zingt. De Heilige Drie-Eenheid. Snap je? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest die steeds weer van plaats verwisselen.

Dit moment komt nooit nooit nooit meer terug.”

“Dar kunnon wij helas niet aan beginnon. Gat u evon naar hem dar, bij de kassa. Dan gaan we evon kijkon wat we kunnon doen for u. Sorry mijnheer.”

 

 

20:42u

Kassamijnheer: “dit is uw lidmatschap mijnheer, niet uw kartje.”

“Nee klopt.”

Ik leg hem het hele verhaal uit. Om tijd te winnen laat ik alle interpuncties, klinkers en medeklinkers achterwege.

Kassamijnheer: “An de hand fan uw lidmatschap gan wij eens rustig kijkon of ik iets kan traceron. Wat is uw klantnummer?”

Ik lees het nummer voor.

Kassamijnheer: “U weet dat er vier menson op hetzelfde klantnummer reeds binnon sijn?”

Ik: “Klopt! Dat is MAFJE, het acrostichon van mijn gezin, mijn levenswerk. AFJE is binnon, eh binnen! Ik ben de M van MAFJE.”

Hij staart aanhoudend naar zijn beeldscherm en tilt haast onmerkbaar zijn linker wenkbrauw op. Hij print de vijf tickets uit die in slow-motion uit zijn printer lijken te rollen.

“So en dat is fijf. Ik loop met u mee naar de kaartcontroleur. Een moment alstublieft.”

Als Rotterdammer lijd ik aan een meerwaardigheidscomplex als ik in Amsterdam ben. Er zit een vloek dwars, maar de oprechte welwillendheid van het Paradiso personeel voorkomt een verbale climax.

 

 

20:43u

Kaartjesmijnheer: “Ah, dar is mijnheer weer.”

Kassamijnheer: “Mijnheer heeft op sijn klantnummer fijf tickets besteld. Fan dese fijf sijn er al fier binnon. Gesinsledon fan mijnheer. Scan evon de kaarton: bij groen licht kan mijnheer wat mij betreft sondor problemon naar binnon.”

 

 

20:44u

Scanapparaat (laag): “euk!”

Kaartjesmijnheer: “Die is dus al binnon.”

Scanapparaat (laag): “euk!”

Kaartjesmijnheer: “Die is dus óók al binnon.”

Scanapparaat (laag): “euk!”

Kaartjesmijnheer: “En ja hor, ook nummertje drie is reeds binnon.”

Scanapparaat (hoog):  “PIEP!”

Kaartjesmijnheer: “So mijnheer, dit ís hem hor. Bingo! Prettige voorst…”

 

 

20:44:58u

Ik laat de kaartjesmijnheer achter en ren de hal door richting de gesloten dubbele deur.

 

 

20:45:01u

De laatste noten van de band klinken uit.

 

 

20:45:02u

Applaus en gejuich.

 

 

20:45:04u

Alex Roeka: “Dank u!”

Ik zie nog net zijn wuivende hand als hij van het podium afloopt.

 

Het leven kent inderdaad geen genade, zoals Alex blijkbaar de voorbije zes minuten gezongen heeft.

Ultiem Spookrijdersbeeld: na het zingen de kerk in.

 

 

 

 

Alex Roeka Facebookpagina

Alex Roeka Website

 

12036785_1666155466962106_2405536509473398919_n

 

No Surrender proefielfoto

Uiterst links: De Lachende Boer met Kiespijn (in Schimanski-jas)

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

2 Reacties

  1. Hennie Spermon Antwoord

    Topverhaal weer! Zo zie je maar weer dat het tijd wordt voor een fatsoenlijk middelgroot podium in onze eigen stad. Kunnen we daar voor, tijdens en na het zingen de poptempel in.

  2. R.Hendriks Antwoord

    Wat een stress en dan net nog het optreden van Alex missen. Maar voor je uiteindelijk in Amsterdam belandt en de kaartjesmeneren moet overtuigen dat je echt naar binnen moet, dat is iets wat iedereen wel eens meegemaakt heeft (in andere omstandigheden, dat dan weer wel). Maar om het zo te schrijven daar kan je van genieten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up