Heldendom

 

Opgedragen aan Gijs Baeten en zijn familie

 

De vraag is gerechtvaardigd of het slim is. Slim om in 48 uur tijd 1.000 km te fietsen.

Als die zondagochtend 25 september 2016 om 7 uur de wekker gaat mijn hoofd tekeer als een bezetene. Slaaptekort. Chronisch slaaptekort. Toch durf ik niet te klagen. Want mijn hoofd is bij Ruud. Hij mag klagen. Alleen hij.

Om 10:15u verschijn ik aan de start bij voetbalvereniging RKSV Weredi, aan de Moerenburgseweg 6 te Tilburg. Als ik mijn achterband van lucht wil voorzien, loopt ie pardoes leeg. Alsof mijn Isaac protest aantekent: het is genoeg zo. Deze tocht van 90 kilometer voor Stichting Gijsje Eigenwijsje moest inderdaad maar eens de officieuze afsluiting zijn van het wielerjaar 2016.

Even eerlijk en onder ons gezegd: ik doe vooral mee om mijn eer te betonen aan Ruud. Ruud van der Meijden, de hoofdpersoon van dit verhaal, beschermheilige van Gijsje (al mag ik hem geen beschermheilige noemen, maar da’s zijn probleem, want hij ís het, alleen híj heeft immers de Gouden Gijs) die het onzalige idee in praktijk brengt om 1.000 kilometer in 48 uur te fietsen.


2014 – Overhandiging aan Ruud van de Gouden Gijs
[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


Eenmaal onderweg vroeg ex-prof en ex-ploegleider Theo de Rooij mij sinds wanneer en hoe ik Ruud kende. Ik moest antwoord op beide vragen schuldig blijven.

“Eigenlijk geen idee Theo. Van Facebook volgens mij, maar hoe? En wanneer?”

We sloegen rechtsaf, een of ander bos in. Ik wist het echt niet. Had ik hém gevonden of hij míj? Hadden we gemeenschappelijke vrienden? En zo ja wie? En wanneer? Ruud. De man met het duimpie. Met de eeuwige glimlach. Een zot die de meest buitenissige fietsavonturen aangaat om aandacht te vragen voor de Stichting Gijsje Eigenwijsje.

Dat begon drie jaar geleden. Ruud stond aan de finishlijn van Run4Gijsje, een prestatieloop over 10 miles door de straten van Tilburg. Nu staan we allemaal wel eens als toeschouwer bij een evenement. We kennen dat wel. De lokale speaker maakt met haperende microfoon reclame voor bakker Van Iersel en Slagerij Van den Eijnden. Na afloop zijn er bitterballen en wordt er overwegend slechte muziek gedraaid.

Ruud, ook zo’n toeschouwer, we schrijven september 2013, laat zich, anders dan anderen, grijpen door het doel van deze loop. Het pakt hem bij de strot, ontneemt hem de adem, drukt het strottenhoofd nog verder in (totdat hij haast stikt) en geeft hem dan pas lucht. De lucht geeft hem energie.

Dat doel blijkt namelijk ene Gijsje. Gijsje Eigenwijsje. Klinkt als een naam uit een stripboek. De achternaam Eigenwijsje kent hij wel, zo heet hij immers zelf ook, alleen Gijsje kent hij niet. Nog niet.

Gijsje blijkt Gijs Baeten. Een jongen die in 2011 op negenjarige leeftijd overlijdt aan de gevolgen van hersenstamkanker. Laatste wens Gijs Baeten: gun iedere familie van kinderen met een levensbedreigende ziekte een weekje vakantie, net zoals het de familie Baeten werd gegund.

Normale stervelingen zoals u en ik vinden een dergelijke stichting sympathiek. We doneren wat geld of we vergeten dit goede voornemen ’s avonds al weer. Bord op schoot, je favoriete voetbalclub heeft verloren, die kut scheids gaf geen pingel, en Gijsje is van onze radar gevlogen.

Bij onze Ruud niet.

Hij staart in 2013 naar de finishlijn. U denkt dat Ruud hetzelfde ziet als hetgeen u en ik zien. Strompelende hardlopers. Maar dat beeld is onjuist. Ruud is Ruud. Hij ziet meer. Ruud ziet een gezicht. Het gezicht van Gijsje.

gijsje

Gijsje met de engelenogen. Gijsje met een zwarte matrozenpet brutaal op zijn blonde kruin gestoken. Gijsje met een ondeugende glimlach. Om een leuk meisje uit de klas. Of omdat hij afgelopen zaterdag een doelpunt heeft gescoord. Of omdat hij weet dat ze vanavond frites gaan eten. Dat heeft mama beloofd.

Ruud vóelt dat hij iets moet doen. Hij wil daden, geen woorden. Waarom? Geen idee, God mag het weten. Die weet het ook, maar Hij hult zich graag in nevelen. Die laat zich niet in met onze alledaagse vragen. Waarom het zulk kut weer is. Waarom Feyenoord nooit kampioen wordt. Waarom kinderen sterven aan kanker.

Hij weet wel dat Ruud een zot is. Een zot met een belachelijk groot hart. Een zot die een verschil wil maken.

We zijn gestopt bij restaurant De Rustende Jager te midden van de Loonse en Drunense Duinen, een natuurgebied om uw vingers bij af te likken. Dat doen we dan ook, letterlijk, als de lokale specialiteit, de zogenaamde ‘Udenhoutse Broeder’, geserveerd wordt. Het is een soort van appeltaart maar dan zonder appel. Ruud ziet er zwaar vermoeid uit. Hij heeft er een dikke 900 kilometer op zitten.

Mijn hemel. Mijn Brabanste bloedbroeder heeft de kleur van een pistachenootje aangenomen.

Ruud als rustende renner in de Rustende Jager

Ruud als rustende renner in de Rustende Jager

Direct na de Run4Gijsje zoekt Ruud contact met Nicole Baeten, de moeder van Gijs. Op een terras in Tilburg. Hij ontvouwt zijn plannen. Nicole, op zoek naar zingeving na het overlijden van haar zoon, stemt in. Een no nonsense vrouw, zo omschreef Ruud haar eens. Als ik een voorstelling probeer te maken van het verdriet waaraan zij en haar echtgenoot Wim aan zijn blootgesteld, wil ik het liefst mijn hoofd kapot rammen op een blinde muur.

Geen enkel kind mag sterven aan kanker. Ik ben de dodenlijst van Satan beu. Meer dan beu. Ruud zet zijn verdriet en woede om in actie.

“Jij bent toch heel lang bevriend met Ruud?”, vraagt Geke van de Haar me in De Rustende Jager. Ik heb haar vanochtend voor het eerst ‘in het echie’ gezien, maar ik ken haar al langer van Facebook. Zij leest en deelt mijn verhalen graag.

Tsja. Wat is de definitie van een vriend. Vaak wordt vriendschap gerelateerd aan het aantal jaren dat de vriendschap telt. Hoe langer hoe hechter de band, zo wordt verondersteld. Is natuurlijk gelul maar de onzekere mens moet zich in onzekere tijden natuurlijk ergens aan vastklampen.

Ik heb Ruud slechts drie keer getroffen in mijn leven. De Zesdaagse in Ahoy’. Zijn huwelijksaanzoek tijdens de pauze van een huiskamerconcert van JW Roy en ik last van aambeien had. En na afloop van het concert van Bruce Springsteen op het Malieveld toen we elkaar omhelsden. Hij was er met Guus Meeuwis, ik met mijn familie en vrienden. Hij stommelde Jersey Girl. Ik Jungleland.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]



“Bloedbroeders zijn we Geke”, antwoord ik waarheidsgetrouw.

“Ja een kanjer is-ie”, glimlacht ze en met een “oh nee!” corrigeert zij zichzelf onmiddellijk. Ze verschiet van kleur en plaatst een hand voor haar lachende mond.

Ik had me ooit op Facebook beklaagd over het feit dat tegenwoordig iedereen iedereen maar te pas en te onpas kanjer of topper noemt. Inflatie noemen we dat.
Kanjer is een merk stroopwafel en Toppers zijn die onsmakelijke boys uit de hoofdstad.

Ruud is een held. Geen kanjer. Geen topper.

Kort na zijn kennismaking met Nicole en Wim, wordt Ruud geraakt door een interview met ex-prof Mathieu Hermans op Omroep Brabant. Mathieu maakte er promotie voor zijn boek Tegen De Stroom In. Een alleszeggende titel die verrassenderwijs analoog loopt aan Gijsje’s spreekwoordelijke achternaam Eigenwijsje, om nog maar te zwijgen over onze Spookrijdersbeweging.

Op zoek naar ambassadeurs voor de Stichting zoekt Ruud via Facebook contact met Mathieu. “Komde gai maar langs, menneke”, antwoordt Mathieu en een dag later zit Ruud bij hem aan de keukentafel. Op zijn Brabants gaat het. Ongedwongen. No nonsense. Enkele minuten later is Mathieu, zesvoudig etappewinnaar in de Vuelta, aan boord. Tegen de stroom in zal Mathieu in promotionele en operationele zin van grote steun blijken. Gijsje verbroedert, de twee worden vrienden.

Het gaat nu in een stroomversnelling.

Een volgende slachtoffer van Ruuds dadendrang wordt Gert Jakobs die die dagen grote populariteit geniet door zijn optredens bij het live televisieprogramma Tour du Jour bij RTL7. Gert stemt meteen in.

“Ik word vrijwel dagelijks benaderd door tal van goede doelen. Maar dat gáát gewoon niet man. Zo veel. Je móet gewoon selectief zijn. Totdat Ruud kwam. Met die passie. Dat verhaal. Gijsje. Man man, wat een wereldvent.”

Dit vertrouwde Gert mij persoonlijk toe tijdens twee eerdere ontmoetingen: eerst op de avond van het huwelijksaanzoek van Ruud en ik last van aambeien had en de tweede keer was vorige week nog, toen ik Gert op de flanken van de Glandon de groetjes van Ruud overbracht.

“Ik kon de woorden van Gert tot twee keer toe alleen maar beamen. Ruud ís een wereldvent. En een zot, een Spookrijder…”,  laat ik Theo de Rooij, eenmaal weer op de fiets, weten. Hij grinnikt, zegt gedag (‘klopt Spookrijder!’) en kiest het wiel van Kim van Dijk, de derde pijl op Ruuds boog.

Ook Kim, een valide toprenster die in paralympisch verband goud won op de spelen van Londen 2012, gaat overstag. De drie toverwoorden zijn Gijsje, Eigenwijsje, Ruud.

 

De drie ambassadeurs van Gijsje (klik op de afbeelding voor een vergroting]


Het lachen vergaat Kim en Theo snel. Ze moeten vaart minderen en ook Gert en Mathieu knijpen in de remmen. Een groep van dertig renners rijdt onverminderd hard door. Er wordt geroepen. Ruud is eraf. Hij zwabbert. Hij ziet grauw. Er zitten wallen onder zijn ogen waarop hij stadsrechten kan aanvragen. Is de Udenhoutse Broeder wellicht slecht gevallen? Moet ie kitsen?

“Hij zit ‘r deurhêne…”

Naast mij fietst Jo Gallé, een volledig verbrabantste Rotterdamse vrachtwagenchauffeur. Hoe zou een verrotterdamste Brabander klinken vraag ik me af, terwijl Jo me laat weten deze ochtend honderden kilometers aan Ruuds zijde te hebben gefietst. Dat deed Jo met Katja van de Velden, een Brabantse hardrijdster wier wiel ik niet gauw vrijwillig zal kiezen. Ze ziet er angstaanjagend rap uit.

Katja en Jo

Katja en Jo

Ik slik. Ruud zit er deurhêne. Het is een ontroerend gezicht hoe hij door Gert, Theo, Kim en Mathieu om en om naar voren wordt voortgeduwd. Het is stil in de groep. Het peloton is een veertig à vijftig man/vrouw sterk en we volgen de vier ambassadeurs en de held op eerbiedige afstand. En vooral in stilte.

We horen de klanken van drumband Batala waarvan Jiska, de aanstaande van Ruud, deel uitmaakt. Achter iedere sterke man staat een sterke vrouw, zo leert ons het cliché. Ieder cliché is waar. Anders was het geen cliché. Jiska is sterk. Heel sterk. Gisteravond nog. Ruud had eerst overgegeven, toen wilde hij opgeven. Hij belde Jiska. Huilend. Hij was de weg kwijt geraakt. Letterlijk. Wist niet meer waar hij fietste, laat staan waarvoor.

Door Jiska fietsen we überhaupt nog.

2016-10-05-08-52-30

Jiska, wielervrouw

Het laatste uur van Ruuds monstertocht. We rijden rondjes van tien kilometer rondom voetbalvereniging RKSV Weredi. Het laatste kwartier worden de rondjes kleiner omdat Ruud perse om drie uur ’s middags wil stoppen, duizend kilometer of niet. Hij is het zat. Als de berekeningen van Jo kloppen, en waarom zouden ze dat niet, Jo is immers een volledig verbrabantste Rotterdamse vrachtwagenchauffeur, komt hij uit op 970 kilometer. 980 kan ook.

We draaien door. En door. En door. En door. Net als de wereld van Matthijs, maar dan volhardender, geduldiger en puurder. In de wereld van Ruud is geen plaats voor roddels en nepotisme. Wellicht halen ze stiekem zelfs hun elitaire neusje op voor helden als Ruud, Jo en Katja. Die vinden ze burgerlijk, een tikkie provinciaals, misschien zelfs een beetje dom. Dom, omdat Ruud geen persoonlijk gewin heeft met zijn onbaatzuchtigheid, voorwaar een Hilversumse specialiteit.

We draaien het terrein van voetbalvereniging RKSV Weredi op. Drumband Batala verwelkomt eerst Gert, Theo, Kim, Mathieu en dan, in hun midden, Ruud. Hij oogst applaus. Stapt van zijn fiets. Omhelst Jiska. Huilt nu. Zijn missie is volbracht.

Ruud fietste met zijn actie €6.500,00 bij elkaar. Wellicht nog belangrijker dan het geld, hoe broodnodig ook, is zijn streven om aandacht te blijven vragen voor die kutziekte die kanker is en blijft. Die kutziekte die zelfs kinderen treft.
Het zijn helden als Ruud die ons blijven wijzen op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Om de geest van kinderen als Gijsje voort te laten leven in onze hoofden en harten. Om aan te tonen dat wij, gewone mensen van vlees en bloed, wel degelijk een verschil kunnen maken.

En zo eindigen we dit verhaal met de openingsvraag. Of het slim is. Slim om in 48 uur tijd 1.000 km te fietsen.

Het antwoord is, godzijdank, nee. Het is zelfs dom. En daarmee is hij wat hij heeft bereikt: heldendom.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]

2016-09-27-20-56-40


 

 

***

 

De wens van Gijs:

 

Bezoek de website van de Stichting Gijsje Eigenwijsje en ondersteun dit prachtige doel met een donatie.

 

Foto’s:
Joris Knapen (Studio Knapen)
Freddie de Roeck
Marco Hendriks

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

5 Reacties

  1. Pingback: Team Spookstrijders | Spookrijden.nu

  2. Raymonde Hendriks Antwoord

    Prachtig verhaal en helden bestaan inderdaad, fietsen wordt machtig als er zulke doelen worden bereikt. Hulde aan de fietsers en speciaal aan Ruud.

  3. Riky verhagen Antwoord

    Wat een pracht verhaal geschreven door een prachtkerel. Hier word ik dus echt stil van. Je hebt een speciale plek verdiend mer het schrijven van dit verhaal.

  4. carine Antwoord

    Wat een prachtig verhaal weer! Heb ooit eens gedacht aan een actie “IJsje voor een meisje”, maar inderdaad “reisje voor Gijsje” heeft een hoger doel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up