Dag 6 De Tour van Geeta (etappe 3, slotetappe)

Voor de laatste keer deze Tour gaat de wekker af om 4:30u. Onmenselijk vroeg. Ik heb met mijn benen op enkele kussens geslapen om geen zware benen te krijgen.

Hetzelfde ritueel begint. Tanden poetsen, douchen, wielerkleding aantrekken, ontbijten. Om mijn kletsnatte schoenen zo droog mogelijk te krijgen heb ik er vannacht nog de laatste editie van de Times of India in gepropt. En vanochtend de föhn er letterlijk ín gezet. Om en om, in de hoogste stand.

Ik voel voor het eerst een gezonde spanning. Ik heb mijn Spookrijdersoutfit aan en voel me door deze outfit extra sterk. In het Spookrijdersshirt wint mijn alter ego het van de feitelijke drager.

In de ontbijtruimte volgen weer felicitaties voor de gewonnen tijdrit van gisteren. Mijn glimlach is wat vals omdat ik onderwijl zit te stoeien met het openen van dit kut kuipjes honing.

Uiteraard wordt ook dit ontbijt afgesloten met een door Bhavik geïnitieerde ‘Grouppicture!’. Het duurt dit keer iets minder dan twintig minuten dus het gaat de goede kant op.

In de briefing maakt Anuj kenbaar dat de tijdrit op een verder gelegen punt zal beginnen dan officieel de bedoeling was. De renners, waaronder ik, hadden hun zorgen en twijfels kenbaar gemaakt dat een tijdrit over de eerste zeer slechte strook van 7 kilometer niet alleen onveilig was maar tevens oneerlijk. De factor geluk mag eigenlijk nauwelijks een rol spelen als er topsport bedreven wordt en topsport wordt hier bedreven.

Dus vertrekken we allemaal op de fiets, maar met teen- en badslippers aan. We moeten enkele keren van de fiets af om door stromend water te lopen omdat het vannacht weer gehoosd heeft. Natuurlijk worden er weer vele foto’s gemaakt onderweg. De Indiërs zijn er gek op om hun fiets als een trofee in de lucht te tillen. Ik doe er niet aan mee. Ik bereid mezelf voor op de klim. Hij zit al aardig in mijn kop. Tijdens het dalen gisteren registreerde ik al de pijnpunten. Soms overneemt mijn tweede natuur de eerste. Dan ben ik op mijn gelukkigst.

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 

Maar mijn koersplan wordt bruut doorkruist door CP die naar mij wenkt. Dan begint een typisch voorbeeld van Indisch onderhandelen. Ik heb dit al duizenden keren meegemaakt in de metaalhandel: het ‘voor wat, hoort wat’ principe. CP fluistert nog net niet. Ik sta dichtbij hem. Er is een plan. Het is drukkend warm.

“Listen Marco. Following. You gave us tremendous tips last night, we want to bring this in practice on today’s climb. You already won the Tour of Aravallis for veterans. So you help us OK? Chola!”

Ik kan natuurlijk geen kant op, ik heb deze tour immers de racefiets van CP geleend. Daar gaat mijn overall eindklassement. Ik voel dat de klassementsrenners me in de gaten houden voor de start, maar ik kan ze nu niet zeggen dat ik niet echt zal meedoen om de prijzen. Ik houd mijn grijns in.

CP is vertrokken.

Doc is vertrokken.

De Spookrijder is vertrokken.

“Go Marco!”, roept Vinod vanuit de auto. Hij is nog niet op de hoogte van de afspraak met CP en Doc. Wel weet hij dat ik vanochtend weer mijn ingewanden eruit gescheten heb. Erwtensoep. Dunne saté. Vinod heeft dit keer medicijnen bij zich.

Binnen enkele bochten heb ik zowel Doc als CP ingehaald. Ik voel me zo sterk, alsof ik op EPO fiets. Maar ik kan niet profiteren van mijn sterke benen. Alsof je urenlang met een stijve leuter rondloopt, maar een kuisheidsgordel voorkomt dat je die ook kan verzilveren.

En dus blijf ik bij ze, conform afspraak, en dus geef ik ze de tips die we gisteravond nog bespraken. Ik schreeuw ze omhoog. ‘Come on!’. ‘Looking great CP!’. ‘Don’t give up Doc. You can do this!’


Desondanks gaan ze kapot. Het stijgt naar 8, 9, 10 en 11%. CP hijgt als een hoer op leeftijd. Ook Doc snakt naar adem al lijkt hij betere benen te hebben dan CP. Ik ben ze om en om kwijt, wacht even, schakel helemaal terug, zigzag, drink, passeer enkele koeien, en sluit dan weer aan. Als Doc lek gereden heeft, rijden CP en ik alleen door. ‘Go on, chola!’, zegt hij hijgend.

Bij de een na laatste bocht val ik haast om, zo traag gaan we. ‘You’re almost there, can I?’, vraag ik hem. ‘Yes you go…’

Ik schakel op en trek weg als een raket. Natuurlijk is mijn overall klassement naar de kloten en is deze inspanning nutteloos, maar ik móet nu bloed in mijn benen voelen. Ik sleur mezelf omhoog. Als een herrezen Marco Pantani. De laatste zes kilometer zijn glooiend dus daar kan ik op de macht doortrekken.

Bij de finish staat nagenoeg niemand. Alleen de jongens van de Montra ploeg maar die lijken maar matig geïnteresseerd in mijn verrichtingen. Ik ga in volle snelheid over de eindlijn, laat me wat uitzakken en keer rustig terug naar de finish. Het is er stil. Er is geen sfeer. Nog niet. Het merendeel is nog onderweg.

CP en Doc komen enkele minuten na mij over de finish. Hun klassement is gered. Er werd feitelijk eenzelfde soort afspraak gemaakt als in het echte profpeloton in Europa. Veel ingewikkelder moet je het niet maken, en eigenlijk ben ik er wel OK mee. Ik moet immers ook aan de dreiging van de schijterij denken en had mezelf bovendien voorgenomen te genieten. Voor de zoveelste keer. Nu écht.

Ik prop mezelf vol met Energy Bars, bananen en Energy Drinks en moedig de renners aan die nu binnen gaan komen.

Als laatste passeert Geeta de lijn. Achter haar de bezemwagen. Ze lacht trots. Ze heeft stukken van deze gemene klim kunnen fietsen. Op één been.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


Met mijn wielervrouwen Sonia en Shaily bij de finish

Met mijn wielervrouwen Sonia en Shaily bij de finish!

***

We zijn op weg naar het fort van Kumbhalgarh. Het belooft een prachtige maar zware rit te worden. Voor het eerst deze Tour of Aravallis schijnt de zon continue. Ik kan mijn geluk niet op. Het is zo’n dikke 70 kilometer heuvel op heuvel af. Op advies van Vinod blijf ik weer bij CP en Doc. Genieten wordt het devies.

Het valt allemaal niet mee voor mijn fietskameraden. De gesprekken verlopen stroperig, de grappen stokken. De vermoeidheid gaat toeslaan. Vooral CP kijkt niet meer blij. Uiteraard is het gemoed van Jiggy nog altijd opperbest. Hij zingt. Doc zweet peentjes. Het gaat omlaag. Dan weer omhoog. Het tempo valt meteen terug. Dan weer omlaag. Omhoog. Kinderen moedigen ons aan. ‘Mister!’, roepen ze ons na. Ze zwaaien. Ik zwaai zo veel mogelijk terug. Sommige kinderen gooien stenen naar ons. Het is niet vijandelijk bedoeld. Het is een spelletje voor ze. Ze hebben geen idee. Wij zijn mannen met rare hoofddeksels die zich op glimmende fietsen voortbewegen. Er zit één witte mijnheer tussen. Die mijnheer zwaait. Als beloning gooien we een steen naar zijn fiets en slaan we met bamboe op de weg, vlakbij zijn wiel.
Ook hier zijn weer veel koeien op de weg, apen, wilde paarden, varkens en veel geiten. In een meertje zie ik hoe enkele vette buffalo’s zich in het koele water laten zakken. Het is een fenomenaal gezicht.

Ik maak alles zo intens mee. Al mijn zintuigen zijn ontvankelijk voor de impulsen van dit boeiende land. Al dagen lang. Het is het grote voordeel van fietsen, je bent één met de omgeving. Al dagen lang hoor, voel en ruik ik het leven van het platteland. De dakloze huisjes, met koeien slapend achter de lage stenen muurtjes van de huiskamer. De belletjes aan de passerende scooters. Luide Hindi muziek. Het geschreeuw van marktkooplui. Ik ruik de kruiden die zij verkopen. De lucht van fruit en aangebrand brood. Ik keek in de totale leegte van de ogen van mensen, wachtend op muurtjes in de schaduw, krabbelend aan hun tulband. Ik telde de groeven in het lederen gelaat. Ik zag kinderen van heuvels afrennen om ons te kunnen zien, schoolkinderen in uniform in rijen langs de weg om ons de kunnen high-fiven.

De armoede is tastbaar, ontroerend, mensonterend, confronterend. Er is geen alternatief voor deze mensen, geen doel, geen missie, geen wereldbeeld, geen haat, geen teleurstelling, geen zijweg, geen richting, geen water, geen eten, geen elektriciteit, geen nieuws, geen schaduw, geen morgen.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


Doc rijdt lek. Voor de zoveelste keer. Het is ook geen doen ook, dat fietsen hier. Al snel is Vinod in de buurt om te helpen. Het zweet gutst van Doc’s gezicht af. Shaily stelt voor op de foto te gaan, bij een watervalletje.
CP zwijgt. Er wordt gesproken in Hindi. Ik meen wat irritatie te horen, maar ik heb me deze trip wel vaker vergist in de intonatie van gesprekken in het Gujrati. Na afloop vraag ik aan Vinod of er probleem is, waarop hij steevast verbaast ‘no why?’ antwoordt.

Vinod zegt me dat ik nu moet gaan. Alleen. Zonder CP en Doc. De tijdslimiet komt in gevaar en Vinod is onverbiddelijk: iedereen móet voor 17:00u binnen zijn. Het is nu over 13:00u. Ik moet het allemaal makkelijk kunnen halen, maar er moet ook nog geluncht worden. En dus moet ik weer aan de bak. Het wordt me niet gegund, ik mag niet rustig fietsen met de handjes op het stuur wat ik zó graag ook eens zou willen doen.

Het is koers. Alweer.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 

***

Vol gas dus richting Fort Kumbhalgargh. Tijdritnummer zoveel. Vinod blijft bij me. Shaily maakt foto’s vanuit de auto. Haar rode T-shirt steekt af tegen het groen langs de weg.

In de afdalingen moet Vinod vol gas geven om me bij te houden. Berg op is het andersom. In een slecht stuk weg hobbelt mijn bidon uit zijn houder. Door de adrenaline had ik het zelf niet eens gemerkt, maar Shaily reikt hem aan als de auto naast me rijdt.

Niet veel later word ik voor het eerst deze Tour aangevallen door twee wilde zwerfhonden die zich als hyena’s halverwege de weg hadden opgesteld. Godzijdank ga ik naar beneden en is mijn snelheid dus hoog. Als ze nu voor mijn wiel springen, is mijn Tour of Aravallis evengoed over. Als ik nu geklommen had trouwens ook. Vinod tracht de blaffende honden weg te toeteren maar ze reageren niet. Ze rennen en blaffen. Eén hond doet een hap beweging naar mijn linker onderbeen.

Vinod had me nog zo gezegd dat ik moest schreeuwen naar zwerfhonden als ze agressief worden maar de angst werkt verlammend. Er komt eenvoudigweg geen schreeuw in me op. Plesae don’t bite? Go away? Fuck off? Chola?

De weg gaat naar links. Daar ligt het fort. Het is adembenemend mooi, maar door de hoge snelheid die ik nu ontwikkel stop ik toch niet. Ik trek vol door maar ga dan weer vol in de remmen voor een kudde koeien. Mijn achterwiel slipt, maar ik val niet.

Het is niet normaal meer. Als ik weer wil fietsen passeren twee gele schoolbussen luid toeterend. Overal lopen toeristen. Chaotisch. Ze kiezen niet één richting maar lopen gewoon overal, kriskras, zigzaggend. Het is krankzinnig. ‘Fuck!’, gooi ik er een paar keer uit maar het sorteert weinig effect. Zeg maar geen. Vinod toetert zich een RSI-arm. Ruim baan toch voor zijn vriend uit Europa. Het gaat omhoog. Naar boven de 10%. Ik moet nu blijven trappen anders ga ik plat op mijn bek. Ik slinger langs een busje en een tractor. Op een laatste kruispunt staat een politieagent voor Jan Lul op een fluitje te blazen. Twee veel te grote bussen in tegengestelde richting geven elkaar geen duimbreedte toe. Van rechts staan tientallen voertuigen volledig klem. Daartussendoor wurmen zich de two-wheelers. Ze hebben doeken in hun gezicht tegen het stof. Alleen hun holle fantasieloze ogen zijn zichtbaar.

Op de een of andere manier heb ik mezelf los geworsteld uit de chaos. Ik klim het allerlaatste stuk omhoog. Alleen, want nu Vinod staat muurvast. ‘Straight on!’, schreeuwde hij nog dwars door het getoeter van het verkeer naar me, ‘just straight on!’.

Ik rijd langs de poorten van het immense fort waar het Service Station is opgebouwd. Daar staat weer de goede vrijwilliger Bhavik, mijn redder in nood als Vinod er niet is. Hij is drijfnat van het zweet, maakt overuren voor alle renners. Ik voel aan alles dat ik een speciaal plaatsje in zijn hart heb. Hij vangt me op, zet mijn fiets tegen de muur en klikt de helm van mijn bezwete hoofd. ‘You’re our hero Marco, your strength and power are a big inspiration to us all. And above all, you’re a courageous man.’

Hij omhelst me.

Ik slik.

De woorden van Bhavik zullen mij de hele middag en avond bijblijven. Hij verwoordt namelijk precies het gevoel dat overheerst bij de overige deelnemers. Zij zijn mij zo intens dankbaar voor mijn aanwezigheid terwijl ik niets meer heb gedaan dan hetgeen ik altijd doe: fietsen, liefst zo ondoordacht mogelijk.

 

private-tour-ranakpur-and-kumbhalgarh-fort-day-tour-from-udaipur-in-udaipur-209158

[Klik op de afbeelding voor een vergroting]


 

Na de lunch, na de 1.571e groepsfoto van Bhavik en vlak voor de aanvang van de terugweg, naar het Mana Hotel in Ranakpur (dezelfde weg als de heenweg), adviseert Vinod mij om een ander groepje op te zoeken. Sterkere, lees jongere, renners. Vinod wil persé dat ik binnen de tijdslimiet binnen kom.

Ik kies het groepje dat na de Montra groep start met Ingit (de vriendelijke en zeer gespierde man van Shaily), Kishan (de schrijver van de rennersprofielen en teksten op de website en groot wielerkenner), Khartik, de spichtige rijder die na de eerste dag aan de leiding ging en Darshan, een zeventienjarige jongen met een beugeltje die mij op Mount Abu liet weten graag naar Olympische Spelen van Tokyo 2020 te gaan. Mocht hij in die missie slagen (voor de jonge Darshan zal deelnemen écht belangrijker zijn dan winnen), zal ik hem supporteren. Niet Tom Dumoulin, zelfs niet Bauke Mollema, mijn held in bange dagen.

Al snel zijn we Ingit en Kishan kwijt. Ik heb nog altijd superbenen en ga als een raket. Het kost me nauwelijks moeite om het tempo van de twee jongelingen bij te houden.

Ik laat me uitzakken naar de auto van Vinod. Nu zit Prakash naast hem. Hij heeft helaas moeten opgeven. ‘Can you tell these young guys that they should respect the speed of an old man. I could have been their grandfather for fuck sake!’

Schatergelach in de auto.

Uren later staan we voor de poorten van het Mana hotel. Daar rijd ik, met mijn twee kleinzonen. De Tour of Aravallis zit er voor ons op. We highfiven en zoeken de relatieve koelte van de schaduw van het hotel. Er lopen beekjes zweet uit de poriën van mijn onderarmen. Ik bel Anita. Ik moet mijn ei kwijt maar de timing blijkt ongunstig. Voor minuten sta ik eenzaam op de oprijlaan van het hotel te staren naar niets. De ziel onder mijn armen is gewichtloos.

Op een kwartier komen Ingit en Kishan binnen. Armen omhoog. Vuisten gebald. Dan de rest. Een voor een. Letterlijk een voor een, want CP is alleen. Ik schrik. ‘Fuck man, Doc fell downhill. He broke his nose.’

Met terugwerkende kracht schrik ik me de pleuris. CP vertelt dat Doc te laat had ingestuurd en met zijn kop bovenop een rotsblok was geknald. Zijn helm lag in tweeën. Zijn fiets was ongehavend.

 

[Klik op afbeelding voor een vergroting]


***

In het hotel wordt die avond alles in gereedheid gebracht voor de afsluitende ceremonie protocollaire en een feestavond. Er is gevraagd of we de officiële polo’s willen dragen. Er is een heus podium gebouwd. Vlak voor het podium staat een beamer.

In de restaurantruimte evalueren we de dag, drinken een biertje en worden dan door Bhavik gevraagd naar de feestruimte te lopen. Ik kies een stoel rechtsachter in de zaal, op een zo’n onopvallend mogelijke plek. Shaily en Ingit zitten een rij voor me. Naast hen en voor mij Eva en Geeta. Naast mij Arvind die mijn bovenarm vastpakt en niet meer loslaat.

Er volgen enkele toespraken. Applaus. Een vertegenwoordiger van het Ministerie van Tourisme van Rajastan laat enkele promotiefilmpjes zien van zijn deelstaat. Deze Tour of Aravallis moet een kick-off zijn voor meer westers vooral sportief toerisme in het bloedmooie Rajastan.

Dan volgt een fotopresentatie van de beroepsfotografen die het peloton drie dagen lang hebben gevolgd. Zodra een renner op een foto herkend wordt, wordt zijn of haar naam hardop geroepen. Er wordt gejoeld en geschreeuwd. Het is prachtig. Het is vooral ontroerend. Mijn hart klopt in de regionen rondom mijn keel. Mijn keel die droog is. Ik heb geen wapens tegen deze oprechte vrolijkheid.

Ik wil nooit meer terug naar dat koude cynische kut Europa waar voor lul zetten en de vernedering de enige norm en vorm van humor geworden is. En het erge is, ook ik doe eraan mee. Je voelt pas het verschil zodra je reist. Liefst zo ver mogelijk. Op de fiets.

Dan wordt de winnares bij de dames uitgeroepen. Eva! De mensen gaan staan. Snoeiharde Hindi muziek klinkt door de belachelijk grote speakers. Eva loopt naar voren. Vanmiddag bij Fort Kumbhalgarh was zij nog overtuigd af te zullen stappen. Ze had het helemaal gehad. Nu staat zij stralend op het podium.

Eva krijgt de trofee uit handen van Manoj, hoofdsponsor van ToA

Eva krijgt de trofee uit handen van Manoj, hoofdsponsor van ToA

 

Dan zijn de veteranen aan de beurt. CP is derde, hij wordt dus als eerste naar voren geroepen. Arvind duwt mij alvast mijn stoel uit. Maar eerst is het wachten op Doc, de nummer twee. CP loopt naar Anuj en fluistert hem wat in zijn oor. “

“OK because of his injury, Doc is a bit late. He’s coming. We continue with the non-veterans.”, zegt Anuj bij wie de opluchting van zijn gezicht is af te lezen. Wat een held. Wat een jonge held vooral.

Die prijsuitreiking voor de categorie non-veteranen gaat op dezelfde emotionele en luide wijze als bij de dames. De nummers 1, 2 en 3 nemen het applaus dankend in ontvangst. Winnaar overall is de talentvolle Kartik Kansara geworden. Hij staat te boek als de beste fietser van de staat Gujarat.

Ik geef hem extra applaus omdat ik vanmiddag dik vijftig kilometer zij aan zij met hem fietste.

Bovendien is hij mijn kleinzoon.

Nummer 1 Kartik, nummer 2 Mayank en nummer 3 Rudra

Nummer 1 Kartik, nummer 2 Mayank en nummer 3 Rudra

 

Dan zijn wij, de Ouwe Lullen, aan de beurt. Voor de tweede keer wordt Chandan Purohit, CP dus, naar voren geroepen als nummer drie. Dan Doctor “Doc” Naresh Hundiya. Zijn voorhoofd ligt open, de bovenkant van zijn neus is dik. Hij houdt een zakdoek tegen zijn hoofd tegen het bloeden.
Dan ben ik aan de beurt. De hemel breekt open. Ik kan nergens heen. Geeta valt in mijn armen alsof ik Olympisch kampioen ben geworden. Voor de zoveelste keer drukt ze haar hoofdje tegen mijn borstkas aan. Arvind houdt mij en Geeta vast. Zo staan we enkele tellen bij elkaar en staat de wereld even stil.

“Marco! Marco! You you you!”, is het enige dat Arvind uit kan roepen.

Daar sta ik. Eenvoudige jongen van Rotterdam-Zuid. Ten overstaan van een zestigtal Indiërs die hun handen kapot klappen. En dan gaan ze staan. Mijn naam wordt gescandeerd. Een minuut lang. ‘All for you my friend, you’re the champ’, zegt CP als hij mijn hand schudt, ‘and only thanks to you I’m third. Thanks man.’ Ik moet moeite doen om mijn tranen in bedwang te houden als Doc me feliciteert. ‘Thanks for all your lessons. You’re a great human being.’

De Hindi muziek schalt onverminderd door de ruimte. Jiggy is de eerste die me feliciteert als ik het podium verlaat. Dan Vinod, mijn vriend. In de donkerbruine ogen schitteren tranen.

“Man, I’m so proud of you!”, zegt hij als me omhelst.

“Thank you, thank you”, is het enige dat ik eruit kan stamelen.

De weg terug naar mijn stoel is onvergetelijk. Mijn nieuwe vrienden houden het niet bij een formele Hollandse handdruk, maar vliegen om mijn nek, houden mijn hand met twee handen vast en komen superlatieven tekort. Als laatste word ik weer lang door Arvind en Geeta vastgepakt. Er vloeien tranen. Dikke dikke tranen.

Het gebeurt allemaal in mijn mensenleven. Het is mijn verhaal. Mijn leven. Op de ogen van mijn twee dochters zweer ik dat ik geen idee heb waaraan ik dit allemaal te danken heb.
Niet eerder dan deze avond, waar alle emoties vrij baan krijgen, begrijp ik in welke mate ik de deelnemers aan de Tour of Aravallis heb geïnspireerd. Terwijl ik niets anders dacht te hebben gedaan dan hard fietsen in een vreemd land. Hier sta ik. En ik houd mijn trofee omhoog. Een cheque ter waarde van 15.000 roepees.

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


2016-09-03-20-24-03

 

Alle vrijwilligers worden nu na voren geroepen. Vishrut. Nikhil (zo heette hij dus). En natuurlijk Bhavik, Anuj en Vinod. Ze staan daar in een rij. Tijdens het applaus laat ik mijn tranen de vrije loop.

2016-09-05-17-48-42

CP zet de vrijwilligers in het zonnetje: Vinod, Bhavik, Anuj en Nikhil

 

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 

 

2016-09-04-17-31-09

 

***

Helemaal aan het eind van deze ceremonie vraagt Anuj nog een keer het woord. De zaal is stil. Anuj staat nogmaals stil bij mijn deelname aan zijn droom: de Tour of Aravallis. Hij verwijst naar het Spookrijdersblog, naar mijn Spookrijderstenue en naar mijn blijkbaar inspirerende manier van fietsen.

Als laatste word ik naar voren geroepen om een woord te spreken.

Wat een verschil met mijn toespraak van nog maar vier dagen geleden in Ahmedabad. Het lijkt een jaar geleden. Toen kende ik alleen Vinod, Bhavik, Anuj en Jiggy. Nu ken ik vrijwel iedereen.

Het is wederom doodstil. De sprekers worden allen gerespecteerd. Ik dank de organisatie, de vrijwilligers, de deelnemers voor alle gastvrijheid. Applaus. Ik dank Sonia, Avishi en Shaily voor hun support tijdens de drie etappes. Ik dank ze mede namens Anita, mijn wielervrouw, die mij al zo’n vijfentwintig jaar als een kind verzorgt. Applaus en gelach.

Ik dank Vinod die minzaam lacht. Het applaus verstomt.

Als laatste vraag ik aandacht voor Geeta.

Er valt een speld.

Ik adem diep in. Ik ben bang voor de vrije val, maar dit móet nu. Hier spreek ik. Dit is mijn stem. Hoor maar.

Wielrennen is een metafoor voor het leven. Het is het overwinnen van pijn. Door middel van pijn verkrijgen wij verlossing. Op de racefiets. Ik gaf misschien fietsles, maar Geeta gaf ons een levensles. Zij heeft ons allemaal een spiegel voorgehouden. Geef nooit op. Ontken de pijn. Overwin de teleurstelling. Open je hart. En luister naar het geluid dat dán vrijkomt. Dat is het geluid van de verlossing. Zo voelt verlossing. Als een bevrijding…

“Your courage was, is and shall remain an everlasting inspiration for me and for my family. God bless you. Ladies and gentlemen, may I ask you all for a big big big standing ovation for the one and only champion this Tour of Aravallis….GEETA!”

 

 

Als ik het podium verlaat en een huilende Geeta in mijn armen ontvang heb ik besloten dat ik het gewonnen prijzengeld van 15.000 roepees aan haar zal doneren.
Het geld zal worden besteed aan looprekken, speelgoed, boekjes, schriften, pennen en potloden voor de poliopatiëntjes van miljoenenstad Ahmedabad.

 

2016-09-05-18-11-26

Tour of Aravallis Champion 2016: Geeta S. Rao

 

 

 

enclosure:
http://www.spookrijden.nu/wp-content/uploads/2016/09/2016-09-08-16.56.40.mp4 4334113 video/mp4

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

1 Reactie

  1. Raymonde Hendriks Antwoord

    Hartverwarmend en emotioneel, de namen Geeta, Eva, Vinod, Bhavik, Anuj, blijven in herinnering alsmede jouw deelname van de 3daagse tour in de deelstaat Rajastan. Lieve mensen hebben je omringd, fietsen moest je zelf doen, De natuur die je onderweg gezien hebt was paradijselijk, staat w.s. niet in reisgidsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up