ALPE D’HUZES 2019 / 12. BOVEN (II Bocht 21-20-19)

Lees hier Deel 1 – De Prelude

 

Bocht 21 / 806 meter hoogte / Leven

“You’re still alive
She said
Oh do I deserve to be?
Is that the question?
And if so, if so
Who answers?”

 

Lars, Mark, Ruud en ik passeerden groepjes fietsers en wandelaars. Met duimpjes, boksen en High Fives wenste men elkaar succes. De moderne tijd is verwarrend. Een High Five van mijn fietsvrienden wil ik nog wel eens onbedoeld met een boks pareren en vice versa. Op mijn ouderwetse duim wordt niet zelden gereageerd met een boks of een High Five. Begroetingen met mij draaien meestal uit op een spelletje steen-blad-schaar.

Rijen dik gaat het omhoog. Als ieder nadeel een voordeel heb, dan is de postume vraag aan de Grote JC gerechtvaardigd wat het voordeel is van het bergop fietsen tussen een massa slingerende fietsers waarvan enkelen zijn vergeten dat hun voetzolen zijn vergrendeld aan hun fietspedalen.

‘Pardon, ik kom links van u mijnheer’, zei Lars beleefd, ‘links.’

We stonden haast stil, zo langzaam gingen we, zo druk was het.

We reden in oorverdovende stilte richting Bocht 21. Stapvoets. Als in een kruistocht richting Golgotha.

‘Gezellige gozert ben jij Mar’, zei Mark die uit het zadel ging. Dansend op de pedalen. Zoals we hem kennen. Zoals we hem graag zien. Gracieus. Als hij op het vlakke echter een sprint inzet, wordt knuffelbeer Mark een roofdier en word ik bang van hem.

‘Mar zegt nooit iets. Dat weet je toch…’, antwoordde Ruud. Ik knipoogde naar hem. Twee maanden geleden liep hij zijn knieën aan gort tijdens de Rotterdam Marathon. Tussen het 34 en 36 kilometerpunt liep ik met hem mee. We hield elkaars hand vast. Mijn advies om te stoppen sloeg hij in de wind. ‘Dit moet voor Jantje’, zei hij. In Crooswijk liet ik hem los en keek ik een minuut lang met een dikke strot naar zijn krom getrokken rug.

Afgelopen maandag kwam zijn kniepijn in alle hevigheid terug tijdens de beklimming van Les Deux Alpes. We vreesden voor Ruuds Alpe d’HuZes maar Ruud heeft, net als de kat Tom, zeven levens en, wederom als de kat Tom, een onverzettelijk doorzettingsvermogen. Ruud is geen Jerry die het van zijn luie behendigheid moet hebben.

Op Les Deux Alpes leidde Norbert de dans toen Ruud als eerste moest lossen. ‘Ik ben goed’, zei Norbert, ‘écht goed…’

‘Waar is Norbert eigenlijk?’, vroeg ik onderweg naar Bocht 21.

‘Die wou later naar beneden’, antwoordde Lars, ‘geen idee waarom.’

Bocht 21 kwam in zicht. De rode parasols van het KWF doemden al op. Ik had behoefte de man met het zilvergrijze hoedje te zien. Hij kent mij niet, ik hem wel. Al jarenlang moedigt hij de eerste tot en met de allerlaatste deelnemer aan in Bocht 21 met een kartonnen klepper. Onvermoeibaar is die man.

Wat is zijn verhaal?

Wie heeft hij verloren?

 

Mark

 

 

Bocht 20 – 880 meter hoogte – Welkom in mijn Wereld

“Welcome to my world
Won’t you come on in?”

 

‘IK GENIET!’, gilt Annemiek die met dichtgeknepen remmen de berg af komt. Het was haar antwoord op de vraag hoe het ging. Lars en ik hadden, al klimmend, tijd genoeg tijd om die vraag te stellen en Annemiek had, eerlijk is eerlijk, tijd genoeg om die vraag te beantwoorden aangezien zij het daal-veilig-advies nogal letterlijk had genomen. Sterker nog, ik had het idee dat we elkaar passeerden in ongeveer eenzelfde tempo.

Annemiek belichaamt alles waar Alpe d’HuZes voor staat.

Ze is debutante en onbekend met de fiets. ‘Boodschappen en de kinderen naar school brengen. Dat idee.’ Bij een voorjaarse training in Zuid-Limburg viel ze op de Kruisberg van haar fiets. Ze was verrast door het stijgingspercentage en door het feit dat haar schoenen vastgeklikt waren aan haar pedalen.

Het weerhield haar niet ervan om dóór te trainen. Om vragen te stellen. Om te leren. Wij reden om en om aan haar zijde door de heuvels van Zuid-Limburg.

Na afloop dronken we op een buitenterras verse muntthee. Annemiek vergeleek de verwelkoming door de Rotterdam Fund Racers met een warm bad. Ik kreeg een visioen: verse muntthee drinken met alle Fund Racers in één gigantisch groot Turks stoombad op de top van de Alpe.

Dat moet het paradijs zijn.

Welkom in onze wereld, had ik, analoog aan het lied van Elvis, willen antwoorden maar woorden zijn vaak overbodig als de waarheid al genoegzaam bekend is.

Annemiek genoot op de Alpe. Ik ook. Ik geniet nooit van mijzelf, noch van de omgeving. Ik geniet van het genieten van anderen. Van mensen als Annemiek. Alleen al de glimlach van Annemiek, ex-patiënte en ras-optimist (een beproefde combinatie) onderweg naar Bocht 20 is het waard om deel te nemen aan Alpe d’HuZes.

Het is barbaars, zo steil loopt de weg omhoog. De weg naar de hemel is niet voor mietjes bestemd.

Bij gebrek aan bochten voelt de helling extra bedrieglijk. Rechts in het dal kijken we nu al op Bourg d’Oisans. Alsof we in een helikopter zitten die tergend langzaam omhoog vliegt.

Durf ik te mijmeren?

‘ROTTERDAM FUND RACERS LAAT JE HOOOOOOOOOOOOOOOREN!’

Lars en ik worden opgeschrikt door Remco. Dalend. Met een glimlach waar hij stadsrechten op kan aanvragen.

Genieten van anderen: dat is mijn roeping.

 

Annemiek

Remco

 

 

Bocht 19 – 900 meter hoogte – De Tranen van God

“The tears of God
will show you the way
The way to turn”

 

De twee Brammen in onze groep zijn geen praters.

De ene Bram, een advocaat uit Zeeland, heeft zwijgzaamheid tot kunst verheven. Small talk ziet Bram als een grootstedelijke overbodigheid. Ik durf Bram amper aan te kijken als voor de zoveelste keer een poep- of piesgrap wordt gedebiteerd. Deze Bram straalt de jaloersmakende rust uit van een monnik van het Jacobusklooster van Eersel. Iemand die geen platvloersheid nodig heeft om te kunnen functioneren in de huidige samenleving verdient een eremedaille.

Bram is de spiegel van ons geweten.

De andere Bram rijdt nu een stukkie met ons mee, op weg naar Bocht 19. Net als een paar maanden geleden op de Mont Ventoux rijdt Bram nooit ín het wiel. Hij bungelt erachter of hij fietst een anderhalve meter vóór je. Geen kwade opzet. Er zit geen kwaad in Bram.

Bram profiteert niet en Bram laat niet van zich profiteren, waarmee hij goedgekeurd is als mens en in de kern afgekeurd als wielrenner.

‘Geef je Garmin maar, dan synchroniseer ik hem met Strava. Komt goed’, zei Bram eergistermiddag op het buitenterras van Hôtel au Chamois d’Or. Tot voor kort dankte ik beleefd voor dergelijke voorstellen maar ik heb daarvan geleerd. Sterker nog, ik vraag er nu zelfs om. De complexiteit van het alledaagse leven dwingt mij ertoe. In de wereld van WiFi en Bluetooth zoek ik de weg van de minste weerstand: die van Jim Beam. Zonder ijs.

Vervolgens was Bram enkele uren zoet met de instellingen van mijn Garmin en Strava. Ik durfde niet in zijn gezicht te kijken, want ik kan slecht tegen ogen die van spijt getuigen.

Dat hebben beide Brammen gemeen: ze zijn te goed voor deze wereld.

En dus passen ze uitstekend in de wereld van die Alpe d’HuZes heet. De wereld waar Bram een stukkie met ons meefietst. Bij Bram weet je nooit of hij kapot zit of dat ie nog wel effies kan. Hij glimlacht altijd, zelfs als hij op de fiets de dood in de ogen kijkt en hij als Hans Klok de achterkant van zijn oogbollen laat verschijnen.

Het is nog ver naar de top.

Aan het eind van Bocht 19 zien we een gekromde groenwitte rug in gevecht met de Alpe. We kunnen hem of haar niet thuisbrengen.

De groenwitte truien duiken vandaag sowieso overal op. Of ze scheren de berg af, of ze klimmen gestaag de berg op. Het motiveert. Het stimuleert. Rotterdam Fund Racers is dé club van Rotterdam.

‘Draag alsjeblieft zo lang mogelijk jullie groenwitte tenues, ook al zijn jullie zeiknat van het zweet of van de regen’, zei Ruud gisteren in zijn speech, ‘laat ons zien. Draag ons uit.’

Toen Ruud het woord regen liet vallen dacht ik aan de Tears of God van Los Lobos en daarna dacht ik met kippenvel aan het Heilige doopsel.

Anouk! Die is het die we vlak voor Bocht 19 zien. Langzaam draait ze haar vermoeide hoofd om als we haar naam roepen. Ze wordt vandaag als debutante gedoopt. Op de Alpe.

Ik geniet van haar open glimlach waarin dankbaar leven straalt.

Bram de “Zwijgzame”

Bram de “Non-Profiteur”

Anouk

 

Fotocredits: Fabienne en Estelle Hendriks


Lees hier Deel 3 – Bocht 18, 17, 16

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

1 Reactie

  1. Raymonde Hendriks Antwoord

    Deze verhalen over de Alpe zijn zo oprecht en met de nodige humor geschreven, het is genieten op afstand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up