Vuurwerk!

“Ik ben nog altijd gek op vuurwerk. Vuurpijlen, potten, fonteinen, knalvuurwerk. Ja, knallen moet het.”

De ogen van Kim van Dijk glinsteren als zij het over haar obsessie voor vuurwerk heeft. Het komt door het beroep van haar vader Piet, die als magazijnbediende altijd zorgde voor een bescheiden voorraad aan vuurwerk in huize Van Dijk.

Maar ik luister maar half. Het komt door haar ogen. Ze doen me denken aan die van Bambi. In zijn streven de realiteit qua schoonheid te overtroeven, hield Walt Disney geen rekening met Kim van Dijk, professioneel wielrenster en gouden medaille winnares Paralympische Spelen Londen 2012.

Haar ogen zijn niet alleen mooi, dat is te eendimensionaal. Het zijn open vensters, haar ogen, haast op het naïeve af.

“Naïef? Ik? Ik geloof in het goede van de mens. Daar wil ik in blijven geloven. Laat dat maar naïef zijn dan. Ik ben ik.”

Die ‘ik’ wordt geboren op 27 december 1984 in Groningen. Ze komt niet uit een sportgezin. Moeder Yolanda is een sportliefhebster, zij het in passieve zin. Kim is de tweede dochter, na haar komt nog een tweeling. Vier dochters. Eén huis.

“Op mijn 8e brak ik mijn rechterbeen. Die breuk heeft zo zijn gevolgen gehad voor de rest van mijn carrière: na mijn groeispurt tijdens deze spiraalfractuur bleek mijn been drie centimeter langer. Op advies van de dokter ging ik sporten. Ik stopte met turnen en koos voor het langebaanschaatsen. Niet dat ik veel op had met schaatsen. Eigenlijk maakte ik die keuze omdat de ijsbaan van Kardinge lekker in de buurt lag hahahaha.”

Van haar 8e tot haar 12e werkte zij hard aan haar revalidatie. Op de Schaatsbaan Kardinge.

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 

“Door dat ene korte been maakte ik goede bochten maar kwam ik kracht en techniek tekort voor het rechte stuk. Vreemd he, niet goed rechtdoor kunnen gaan terwijl ik qua karakter juist heel erg recht-door-zee ben.”

Vanaf haar 12e begon haar schaatscarrière serieuze vormen aan te nemen. Kim trainde hard, was een hardwerkende scholiere op de HAVO en trapte niet in de val die panklaar ligt voor álle pubers, waar ook ter wereld.

“Arjan Robben zat bij mij op school. Hij is van hetzelfde bouwjaar 1984, maar ik deed niet aan vriendjes of stappen of zo. Natuurlijk wel eens een klassenavondje zo op zijn tijd, een beetje stiekem zoenen en zo, je weet wel.”

Ja nou, zou ik willen zeggen maar ik zwijg. Mijn libido was onbegrensd in mijn pubertijd. Ik ben vijftien jaar ouder dan Kim en woon 250 kilometer zuidwaarts. Da’s goed nieuws voor Kim en was slechts nieuws voor de nu 46-jarige dames die zich toen binnen mijn puberale periferie bevonden. Ik geneer me nog altijd met terugwerkende kracht voor mijn overijverige tong.

“Weet je Marco, ik heb altijd naar de Spelen gewild. Dat zei ik al tegen mijn arts die mijn gebroken been behandelde. Dat was mijn levensdoel.”

Bij het woord Spelen maakt haar stem een sprongetje. Hoepla.

De grote doorbrak waarvoor ze zo hard getraind kwam echter niet. Op haar 19e begon ze met een studie Verloskunde, toen dat niet werkte naast het vele trainen en de keuze om de beste schaatster ter wereld te willen worden, is ze de studie Sportmanagement gaan doen.

“Op advies van Jos ben ik toen gaan fietsen.”

“Uh Kim….Jos?”

“Ja sorry, Jos. Mijn man. Jos Pronk. De wielrenner. In december 2003 kreeg ik verkering met hem. Ik was net 19 geworden. Ik was eigenlijk een beetje een tutje dat nog niet veel had meegemaakt. Ik ging naar school en had enkele bijbaantjes bij bedrijven die mij gelijktijdig sponsorden. Door hun steun kon ik schaatsen en schaatspakken kopen en aan wedstrijden deelnemen. Mijn moeder met me mee. Mijn vader niet nee. Die was té bezorgd, die kon het beeld van een topsportende dochter niet aan.”

Ze reikt naar een servetje en dept de uitgelopen mascara van haar oogleden.

“Sorry hoor. This is me.”

Dit is Kim, de mooie vrouw met de Bambi ogen, de rechtdoorzee schaatster die niet rechtdoor kon schaatsen. Verzot op vuurwerk. Woorden die haar doen wankelen: Spelen, sponsoren, familie. Tranen dankbaarheid? schrijf ik in mijn notitieboek. Op zoek naar een rode draad zet ik twee ferme cirkels om die twee sleutelwoorden.

Kim excuseert zich voor haar tranen. De waarom-vraag brandt op mijn lippen, maar hoeft niet gesteld te worden:

“Ik ben die mensen nu nog zó dankbaar. De Intersport Megastore in Groningen. De Super de Boer. Ze hielden altijd rekening met mijn idiote trainingstijden, met mijn agenda. Ik vraag me nu vaak af ik mijn dankbaarheid naar al die mensen, ook mijn collega’s van toen, wel vaak genoeg geuit heb. Dáárom zit ik hier.”

Het servet met een doorweekt mengsel van nostalgisch verdriet en mascararesten ligt troosteloos op een schaaltje. Omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, klemt ze een nieuw servet in haar hand terwijl ze haar verhaal vervolgt.

“Jos was baanwielrenner en wilde dolgraag naar de Zomerspelen van Athene van 2004. Ik leerde hem kennen via Theo Bos. Die kwam naar zijn broer Jan kijken op het NK schaatsen. Sindsdien ben ik altijd in contact gebleven met Theo. We belden elkaar veel, maar ‘hadden’ nooit wat samen, gewoon veel lachen. Goed, op een gegeven moment bel ik Theo en neemt Jos op. Dat was het eerste contact. In december 2003, de 30e om precies te zijn, kregen we officieel verkering. Hij was in dat jaar, 2003 dus, Nederlands Kampioen Koppelkoers geworden met zijn broer Matthé. Ik kwam in een echte sportfamilie terecht.”

Matthé is een held. Hij maakte in 2013 met zijn echtgenote Monique grote indruk met zijn optreden bij DWDD toen hij zijn verhaal deed over zijn dopingvrije carrière. Frank Heinen wijdde er nog een prachtige column aan in HP De Tijd. Matthé voelde zich als niet-gebruiker een paria in de letterlijk doordraaiende wielerwereld. Hij had in geen beter programma terecht kunnen komen. Is Matthé al benaderd om officieel Spookrijder te worden?

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


“Jos’ gelijknamige oom is de beroemde marathonschaatser. En zijn vader Matthé was oud-Nederlands én Wereldkampioen Derny en Stayeren. ‘Was’ ja, hij overleed op 25 maart 2001 aan de gevolgen van slokdarmkanker.”

Ze slikt.

“Door de familie Pronk ben ik gaan fietsen. Ze zijn altijd goed voor me geweest. Ineens kon ik trainen op écht goede fietsen. Voordat ik het wist, reed ik wedstrijden tegen kanjers als Leontien en Marianne.”

De voornamen Leontien en Marianne volstaan. Het zijn inmiddels begrippen geworden in de vaderlandse sportwereld. Voornamen die de status van Joop en Gerrie hebben bereikt. Kim had minder talent en is daar oprecht in. Toch weigerde zij haar Olympische droom vaarwel te zeggen.

“Pas als je kop boven het maaiveld uitsteekt mag je in mijn ploeg rijden.”

Die harde maar eerlijke uitspraak kwam uit de mond van toenmalig ploegleider Michael Zijlaard in wie Kim een grote steun en toeverlaat vond. Als afstudeerproject voor haar studie Sportmarketing mocht ze voor Michael werken op de Zesdaagse van Amsterdam. Ze is hem nog steeds dankbaar.

Kim. Bambi ogen. Vuurwerk. Dankbaar. De puzzel wordt steeds completer. Maar er ontbreken nog stukjes. Ze gaat verder.

“Ik studeerde, werkte, fietste, trouwde. En ik verhuisde. Van Groningen naar het Noord-Hollandse Heerhugowaard. Jos en ik hebben een tijd ingewoond bij zijn moeder die door het wegvallen van Matthe senior weduwe was geworden. Jos was intussen semi-professioneel: hij was een wielrennende bouwvakker. Of andersom.”

Een nieuw fysiek probleem lag op de loer. Tijdens de Zesdaagse van Rotterdam blies Kim zichzelf compleet op.

“Ik was he-le-maal kapot. De accu was volledig leeg. Oververmoeid, dacht ik. Maar het bleek bloedvatvernauwing te zijn. Maar dat wist ik pas later. Vlak voor de Spelen nota bene.”

Het kostte haar deelname aan de Holland Ladies Tour. Dit bood echter kansen. Een ploeggenote van Kim die al tandem reed ging wel naar de Holland Ladies Tour en zij zocht een goed rijdende pilote voor de Limburgse Esther Crombag. Een icoon in de gehandicapte sport.

“En wat denk je? We worden eerste. Eén keer samen op de tandem gezeten. Tweede werd Kathrin Goeken. Dat was het begin van mijn tweede carrière. Na de wedstrijd komt bondscoach ‘Aangepast’ Eelke van der Wal, een oud ploeggenoot van Jos, op me aflopen. Of ik  dit niet vaker wilde gaan doen.”

Het woord tandem is gevallen. Voor het eerst dit gesprek. Kim neemt een slok thee. Het verdriet is weg. Voor hoe lang?

 

2016-11-10-21-51-51

 

Na dit NK is de tandem weer weg uit haar leven. Tijdens haar werk op de Bikemotion beurs in Utrecht, waar ze werkt voor het merk BeOne Bikes, ontmoet ze Robert van der Sande, levenspartner van de visueel gehandicapte Kathrin Goeken uit Eindhoven. Hij vraagt Kim of zij Kathrins nieuwe tandempartner zou willen worden. Crombag stopte immers en Kathrin zocht een nieuwe piloot.

Kim stemt in. Tijdens de Omloop van het Volk van 2010  breekt ze haar sleutelbeen, maar net op tijd is ze hersteld om deel te nemen aan de Wereldbekerwedstrijd in Segovia in juni 2010. Het koppel Goeken-Van Dijk wint.

In januari 2011 ontvangt Kim haar A-status. Haar Bambi ogen beginnen weer te glinsteren.

“De Spelen van 2012 gloorden. Weet je nog, mijn Olympische droom? Ineens viel alles op zijn plaats, maar ik moest wel een keuze maken. Ik kon óf een managementfunctie krijgen op een tandartspraktijk, óf bij BeOn Bikes blijven werken, óf full time gaan fietsen en trainen voor de Paralympics. Ik koos voor het laatste: de tandem.”

Het fenomeen tandem ken ik alleen uit de familiegeschiedenis van de Hendriksen. Een familieklassieker die iedere verjaardag voorbij kwam:

Mijn ultra-eigenwijze opa Hendriks, Spookrijder avant la lettre, had op een mooie zomerdag in 1960 op de Veluwe een tandem gehuurd. Legendarisch was hun beklimming van de Posbank. Opa Hendriks zat voorop en trapte zich een ongeluk. Tientallen bromvliegen hadden het gemunt op de forse laag Brylcreem die het onberispelijke haar van mijn grootvader in model moest houden. Hij vloekte zich in de bloedhitte een weg naar boven en spoorde mijn oma aan om vooral harder mee te trappen. Wat hij níet in de gaten had gehad, was het feit dat mijn oma al aan de voet van de helling was afgestapt alwaar zij van het lachen haar plas de vrije loop liet bij het zicht op haar zwaar vloekende echtgenoot die, vliegen meppend, op een half bezette tandem de Posbank bedwong.

Dé tandem waarop Opa Hendriks als piloot-zonder-stoker de Posbank zou beklimmen. Vakantie 1960 / Familiearchief

Dé tandem waarop Opa Hendriks als piloot-zonder-stoker de Posbank zou beklimmen.
Vakantie 1960 / Familiearchief

“…sorry Kim sorry….wát is er zo leuk aan tandemfietsen zei je?”

“Als alles klopt ben je een geoliede machine. Het mooiste wat er is. Echt. Je vliegt. Als piloot bepaal je wanneer en waar geschakeld wordt. Wáár geaccelereerd wordt. Onderweg controleer je beide hartslagen: die van de stoker, de achterrijdster, en die van jezelf. Het wederzijdse vertrouwen is een vereiste. Je vóelt elkaar als het ware.”

Het zijn de woorden die uit haar mond rollen, maar haar ogen spreken nog meer. Uit alles valt op te maken dat Kim bezeten is van het tandemfietsen. Enkele gouden medailles op achtereenvolgende NK’s resulteerden in een bronzen plak op de WK wegwedstrijd in Roskilde in 2011 en brons op de WK baan in LA 2012.

Hét hoogtepunt uit Kims carrière vormt uiteraard de gouden plak op de Paralympische Spelen van Londen van 2012.

“Is dat niet lastig Kim? Sporten met een invalide sportster? In praktische zin bedoel ik. Het vervoer en dergelijke. Je bent gewend aan je onafhankelijkheid, maar wordt gedwongen om soms afhankelijk te denken vanwege je samenwerking met een invalide sporter. Of zie ik dat niet goed?”

Ze zwijgt eventjes. Dit is een gevoelig punt. De woordenstroom komt tot rust en ineens begint ze haar woorden zorgvuldig af te wegen.

“Weet je. Ik heb zó’n bewondering voor het doorzettingsvermogen van invalide topsporters. Wij valide sporters hebben al de discipline van een monnik nodig, maar dat valt in het niet van een paralympische sporter. Hun opofferingsgezindheid is buitenaards. Het probleem is alleen: tot hoever kán je ze helpen of beter gezegd: tot hoever willen ze zélf geholpen worden? Die afweging is wel eens lastig. Voor beide partijen. Echt waar.”

Het is voor de gehandicapte sporter de afweging tussen hulpbehoevendheid en onafhankelijkheidsdrang, waar ook de níet-gehandicapte sporter logischerwijs mee te maken krijgt.

“Het is psychologisch gezien voor twee topsporters een hele klus om twee karakters perfect op elkaar af te laten stemmen, laat staan als één van de twee partijen een lichamelijke beperking heeft. Het is soms koorddansen. Voor beide partijen overigens.”

Kim treedt niet in de verwijt-modus, ook al daag ik haar als advocaat van de duivel daartoe uit.

“Vlak voor de Spelen werd ik aan de bloedvatvernauwing geholpen. Een operatie dus. Kathrin begon te twijfelen. Kwam het allemaal wel goed met mij zo kort voor de Spelen? We hebben toen een goed constructief gesprek gehad. Alles op tafel, face to face. De relatie werd daarna in mijn beleving iets zakelijker, maar won aan duídelijkheid en daar hadden we beiden behoefte aan. Dat gesprek heeft ons naar goud geleid. Zeker weten.”

De Paralympische Spelen zelf heeft ze als in een roes beleefd. De wedstrijd. De winst. De huldiging. Met de bril van vandaag was de reis mooier dan het doel. Woorden als saamhorigheid, eensgezindheid en dankbaarheid vallen.

kim-van-dijk-gettyimages-151280348

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


67012_4213784149037_258640889_n

 

Tijd voor een servetje. De ogen van Bambi maken overuren. Met vlakke hand wuift ze haar lange wimpers droog. Iemand zei me ooit dat alle topsportsters gevoelloze bitches zijn. Tactloze egoïstische krengen. Diegene (ik noem geen namen) kan fijn mijn kont kussen, want het tegendeel zit hier als levend bewijs tegenover me.

Na de Spelen werd Kim geveld door de Ziekte van Pfeiffer. Te veel hooi op een te kleine vork. Weer volgde een periode van revalidatie.

Eenmaal op conditie begon niet alleen het altijd naar méér hunkerende sportlijf te kriebelen, maar ook de ‘was dit het’ vraag. Ze wilde nog één keer vlammen, vroeg echtgenoot Jos of zij nog één keer alles op alles mocht zetten en na diens goedkeuring deed zij via RTV Noord-Holland een oproep naar een nieuwe zogenaamde ‘stoker’.

Na een periode van rijden met een baanrenster, hetgeen niet werkte, verscheen de visueel gehandicapte triatlete Odette van Deudekom ten tonele. Om aan elkaar te wennen werd getraind en het voelde meteen goed. Er was een klik. Na een succesvol verlopen WK kreeg Odette de zo fel begeerde A-status: het koppel liet zich omdopen tot het team Two2Rio en daarmee was de voorbereiding voor de Spelen van Rio 2016 gestart.

13907029_1256269861072759_6610637413901312663_n

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


geoliede-machine

 

“We hebben ontzettend veel lol gehad. Odette heeft natuurlijk een totaal ander karakter dan Kathrin, maar we groeiden snel naar elkaar toe. Ook voor deze Spelen geldt trouwens de leuze dat de reis oneindig veel mooier bleek dan het doel.”

Dat doel en vooral de afloop ken ik. Met mijn kameraad en haar vertrouweling Ruud van der Meijden schreef ik enkele verhalen voor hun Blog Two2Rio. Ik weigerde het koppel ‘toppers’ of ‘kanjers’ te noemen. Kanjer is een merk stroopwafel en Toppers zijn die onsmakelijke boys uit de hoofdstad. Wereldwijven. Dat waren het. Dat zijn het.
Op de wedstrijddag zelf volgde Ruud de verrichtingen van het duo tot op de minuut. Ik kreeg die dag 314 appjes van hem. Ik kon alles volgen. Van start tot finish. Welke kleur sokken Kim droeg, voor welke deodorant Odette had gekozen.

1013324_1695618774015775_6802725815737888975_n

Marco, Odette, Kim en Ruud tijdens de Zesdaagse van Rotterdam (9 januari 2016)

 

“Enkele maanden vóór de Spelen, in april 2016 was het, adviseerde mijn personal coach Merijn Zeeman, je weet wel de ploegleider van Team LottoNL-Jumbo, mij een hoogtestage in de Sierra Nevada. Dit zou niemand anders doen en zo konden we verschil maken, aldus Merijn. Ik was laaiend enthousiast want ik wilde álles aangrijpen om mijn conditie te optimaliseren. Odette durfde het niet aan, en ik motiveerde haar geen risico’s te nemen, omdat zij had gehoord van een bevriende visueel gehandicapte fietser dat zijn zicht nog beperkter was geworden ná een hoogtestage. Dus het kwam er feitelijk op neer: zij onderaan de berg, ik bovenop de berg.”

Ze roert met een lepeltje in haar beker suikerloze thee. Haar Bambi ogen zijn gefocust op het draaikolkje thee alsof er ieder moment een wonder kan geschieden. Maar wonderen zijn slechts voorbehouden aan de boeken van Walt Disney.

Het echte leven is te echt.

“We reden lek in Rio. Na 6 minuten koers al, zo blijkt uit de files. Lek. Stomme domme pech. We hadden kort voor vertrek nog een flinke som geld geïnvesteerd in ons materiaal, gebeurt dit…”

Ze kan het nog amper geloven. Een lange stilte valt. De leegte vul ik eigenhandig op met vragen. Is dit het héle verhaal? Verwijt ze Odette iets? Zichzelf? De bond? De begeleiding?

“Nee ik hoor je het denken Marco, maar we hebben elkaar na de rit niets verweten. Wel gejankt. Dat hebben we wel. De teleurstelling was enorm.”

Op het moment dat ik relativerende woorden wil spreken (mijn vaderlijke stokpaardje ‘reiziger, er is geen doel, het gaat om de missie, de commitment bla bla bla bla bla’) vult zij zichzelf aan:

“Nee tóch. Eigenlijk wil ik wél iets kwijt over de begeleiding. Er zijn namelijk tal van verbeterpunten aan te voeren zodat sommige fouten in de toekomst vermeden kunnen worden. Kijk, wij hebben vrijwel alles zélf moeten doen, hebben vrijwel alle sponsoren zélf binnengehaald. Zonder die hulp….zonder d….”

Het stokt weer. De woorden komen er nu met horten en stoten uit. Ineens wordt me duidelijk hoe zeer haar sponsoren haar aan het hart gaan. Zonder hun financiële en morele steun had de gehele missie niet eens plaats kunnen vinden.

Een servetje. En dan….vuurwerk! Ze vervolgt:

“Weet je…ik deed het niet alleen voor Jos, niet alleen voor Odette, niet alleen voor mijn familie of voor mezelf. Maar vooral voor mijn sponsoren…die had ik zó graag willen belonen met een gouden plak. Voor hun trouw. Hun loyaliteit. Ze gelóófden echt in onze missie. En de bond ziet dat gewoon niet. Thorwald Veneberg daargelaten trouwens, want ik vond zijn aanpak heel fijn, van begin tot eind, maar voor de rest noem ik liever geen namen. Wie de schoen past. Ik wil niet met modder gooien. Als ze er maar van leren! Ze hebben mijns inziens een té grote invloed, terwijl in onze missie vrijwel uitsluitend sponsorgeld en privégeld is gaan zitten. Ik heb steeds het gevoel gehad dat alle focus op de stoker ligt en dat de piloot, mijn ‘baantje’ dus, voor de bond gewoon inwisselbaar is. Maar weet je, sport beoefenen met een invalide sporter was míjn leven, maar hún werk….”

Het gebrek aan erkenning zit haar nog het meest dwars. Toch komt ze mij niet rancuneus over. Eigenlijk integendeel. Ze is het verdriet voorbij gefietst. Ze zit voorop. Ze is pilote. Ze versnelt. Ik moet volgen.

“In Groot-Brittannië wordt alles gefaciliteerd door de bond. Alles. Eigen fysiotherapeuten, eigen trainers, noem maar op. Maar bij ons… Ik heb de echte erkenning gemist. Van de bond ja. En dat doet mij echt pijn. Zo had ik liever geen afscheid genomen.”

Tijd voor een servetje. Het schaaltje is intussen vervangen door een bordje. Kim heeft onbewust een fraaie artistieke piramide gemaakt van deels natte en deels opgedroogde servetproppen. Haar grote Bambi ogen produceren een evenredige hoeveelheid traanvocht. Het woord afscheid is gevallen. Ze probeerde het nog zo terloops mogelijk te laten vallen, maar het landde zojuist op tafel. Tussen ons in. Als vuurwerk.

“Afscheid zei je, Kim?”

“Ja. Als vóór de Spelen van Rio had ik besloten ermee te stoppen. Het was klaar, onafhankelijk van het resultaat. Na Rio heb ik onder anderen nog met jou gefietst voor de Stichting Gijsje Eigenwijsje omdat ik dat Ruud had beloofd en omdat ‘Gijsje’ ons team Two2Rio altijd zo hartstochtelijk heeft ondersteund. Daarmee kwam een eind aan een roerige periode. Jos en ik zijn twee weken geleden in ons nieuwe huis getrokken. Enorm veel werk, maar het voelt als een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Ik heb er zin in.”

“En nu?”

“Genieten! Ik kan terugkijken op een fantastische carrière. Ik had niet genoeg talent om me te meten met de echte supertop, maar op mijn manier heb ik toch het maximale uit mijn loopbaan gehaald en daar wil ik met trots op terugkijken. Ik ben een sociaal mens. Ik wil graag delen met anderen. Daarom heeft het tandemfietsen mij zo goed gelegen. We gaan echt een keertje samen rijden, als je dat leuk vindt.”

Ik straal. Niet alleen omdat ik het een hele eer vind, maar stiekem ook omdat dit dé kans is om mijn recalcitrante opa postuum te eren. Met een Olympisch Kampioene…

“Ik heb misschien niet die ‘over mijn lijk’ mentaliteit die nodig is voor de echte topsport, maar dat was voor mij geen doel op zich. Ik heb vrijwel ieder werelddeel bezocht door het fietsen en heel veel fijne mensen mogen leren kennen onderweg. Dat maakt mij een bevoorrecht mens. Ik ben niet zuur. Uiteindelijk is het iedere cent waard geweest. Ik vind het fijn dat ik, door dit verhaal te openbaren, een manier heb gevonden om al die mensen te bedanken die mij door dik en dun hebben gesteund. Mijn ouders. Jos en de hele schoonfamilie Pronk. Voor de rest noem ik geen namen want ik ben bang dat ik iemand oversla en dat wil ik niet.”

We staan op en omhelzen elkaar. Tijdens het gesprek liet ze vallen dat ze graag naar Roy Orbisons Pretty Woman luistert. Hoe toepasselijk. Het doet haar denken aan haar ouders. Aan vroeger. Om die gevoelens van dankbaarheid luister bij te zetten, laat ik The Big O knalhard door de speakers gieren.

 

 

Als ik haar tot slot vraag om haar wielercarrière in één woord samen te vatten, kijkt ze me met haar naïeve Bambi ogen aan en zegt ze recht-door-zee als ze is:

“VUURWERK!”

De servetten zijn op. Goddank.

 

***

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 

Kim hecht eraan langs deze weg haar familie, vrienden, kennissen, collega’s en al haar sponsoren te danken voor hun steun, trouw, vriendschap, geloof en loyaliteit gedurende haar gehele carrière. Zonder deze support was dit alles niet mogelijk geweest.

Ik dank aan Kim voor de openhartigheid, de Bambi Ogen en het Vuurwerk.

 

Fotografie:
Privé collectie Kim van Dijk
Privé collectie Marco Hendriks
Jos Kafoe Fotografie
Mathilde Dusol Fotografie
HJ Sportsphotography 

 

 zw

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

9 Reacties

  1. Maureen van Zuuk Antwoord

    Wat een prachtig, uit-het-hart verhaal! Oprecht verteld, mooi geschreven. Ik had al veel respect voor je, Kim, maar dat is alleen maar groter geworden. Je kunt terugkijken op een prachtige carrière, die lang niet altijd over rozen ging. Dat wist ik deels, voor een groot deel ook niet. Ik wil je bedanken voor de mooie momenten die je ons gegeven hebt, samen met Odette. Met volle teugen heb ik ervan genoten! Een nieuwe horizon ligt voor je. Ik wens je alle goeds! x

  2. Roelie Zwiers Antwoord

    Wat een ontzettend mooi duidelijk verhaal! over het leven van een sporter. Het zal niet altijd zo zijn gegaan als jij het graag zou willen Kim en medesporters. Maar heel mooi verwoord. Als afsluiting goud!!!!!

    Wens je een hele mooie toekomst vol geluk en liefde toe samen met Jos in jullie nieuwe huisje.

  3. M Hermans Bioracer team Antwoord

    Mooi eerbetoon aan een sucesvolle carriere.
    Top dat Kim zich zo heeft ingezet voor de gehandicaptensport!

    Tijdens een presentatie bij Opzeeland voor Gijsje Eigenwijsje gaf Kim al aan hoe intens deze samenwerking is, het is meer dan alleen maar trappen!
    Dit neem je mee in je maatschappelijke ontwikkeling, met deze inzet zal dat zeker lukken.

    De mooie momenten koesteren en genieten van het loslaten…….

    Mathieu

  4. Monique Vroom Antwoord

    Wat een mooi verhaal én hartstikke interessant. Je krijgt zo een kijkje in de keuken van een topsporter, met alle mogelijkheden en onmogelijkheden. En wat een mooi mens is Kim van Dijk, zowel van binnen als van buiten.

  5. wim Krusi Antwoord

    Mooi Kim , sporten is mooi maar soms zijn er krachten in je sport die het presteren in je nadeel beinvloeden .
    Maar de kunst is om daar goed uit te komen..
    En dat heb je gedaan steeds weer en dat is karakter .
    Heb je straks ook wat aan na de sportleven .
    Veel liefs van je Ploegleider

  6. Uwe Smit Antwoord

    Eens had ik een Olympiaganger aan mijn spatbord van mijn derny. En dat was jij. Jouw en mijn ervaringen in de wieelrsport geven ons een rijkdom. Niet in geld uit te drukken. Daar geniet je van zolang het leven duurt. Uwe

  7. raymonde hendriks Antwoord

    Prachtig verhaal over deze top sportster, alles gegeven en de meeste tijd genoten van het fietsen. Veel geluk in je verdere leven en met het fietsen, dat je ongetwijfeld nog heel gelukkig zal blijven maken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up