THE RAYMOND TALES / DEEL 2 The Early Years (1963-1985)

 

Lees hier deel 1 Before the Deluge

 

Raymond Blom ziet het levenslicht op 28 oktober 1963. Hij wordt geboren als zoon van Gerard Blom en moeder Stien.

Stiens tweelingzus Greet is getrouwd met Joop Jansen. Ze krijgen vier kinderen: dochter Fran, zoon Jan, dochter Karin en zoon Ronald.

Over de allereerste jaren is niet heel veel bekend van Raymond. Vader Gerard overlijdt als Raymond 10 jaar oud is. Tijdens het bezoek van zijn neef Ronald (geboren 23 februari 1970) bladeren we door twee fotoalbums die hij heeft meegenomen:

‘Ze woonden eerst aan de Stavenissestraat in Rotterdam-Pendrecht en zijn later verhuisd naar de Spuikreek 189 in Kreekhuizen. Zijn vader werkte volgens mij bij Verolme. Hij overleed vlak voor Kerst 1973. Hij had problemen met zijn nekwervels en liep met zo’n kraag. De operatie was tamelijk onschuldig op zich. Hij stierf aan de complicaties van een maagbloeding ná de operatie. Mijn vader was goed bevriend met Oom Gerard, een vrij autoritaire man zo heb ik begrepen. Van de twee was mijn vader geloof ik wel de gemoedelijkste. Raymond was echt dol op zijn vader. Na de dood van Oom Gerard kwamen Tante Stien en Raymond zes maanden bij ons in Zwijndrecht wonen. Hij ging er zelfs voor een half jaar naar de lagere school met mijn zus Karin die ongeveer even oud was. In de zomer van 1974 keerden ze terug naar Rotterdam.’

Ronald is pas drie als zijn oom Gerard overlijdt. Hij raadpleegt daarom zijn zeven jaar oudere oudere zus Karin die op haar beurt twee maanden ouder is dan Raymond:

‘Het was zo triest. Tante Stien verliet het ziekenhuis en Oom Gerard was toen in prima doen. Er was eigenlijk geen vuiltje aan de lucht. Tante Stien kwam met Raymond naar opa, weet ik nog. Wordt er ineens aan de deur door de politie gebeld. “Bent u mevrouw Blom? Uw man is overleden.” Onvoorstelbaar, maar zo ging dat toen blijkbaar. En om het nóg zuurder te maken: papa en mama en Tante Stien mochten niet naar Oom Gerard toe, omdat het autoloze zondag was en ze kregen geen vrijstelling…’

 

 

De moeders van Raymond en Ronald zijn tweelingzussen en Raymond is de zeven jaar oudere neef van Ronald:

‘Maar hij was veel meer voor me. Hij was mijn grote broer. Nog meer dan dat. Hij was mijn grote voorbeeld. Ik wilde doen wat hij deed. Behalve die marmite. Dat zwarte spul op je brood. Daar was hij gek op maar dat vónd ik me toch een partijtje goor hahaha. We speelden bij elkaar, gingen naar wedstrijden van Feyenoord en gingen met elkaar op vakantie. Tante Stien en Raymond gingen met ons mee. Spanje. Frankrijk. Italië. En vooral Oostenrijk. Daar waren mijn ouders gek op.’

 

Gerard, Stien en hun zoon Raymond (oktober 1963)

 

Gerard en Stien Blom

 

Raymond (rode spencer) en Ronald op het tweede bankje

 

 

Raymond (staand), Ronald en op de stoel rechts Karin (de zus van Ronald). Links op de stoel (Oom) Hans. Centerparcs ca. 1977/’78

 

Ronald (l) en Raymond (r)

 

Tijdens de vakanties wordt er volop gezwommen, gebadmintond, gevoetbald, getennist en getafeltennist. Ze stoeien en ravotten met elkaar zoals jonge jongens doen. Ze wandelen een Oostenrijkse bergwand op en laten zich op hun kont naar beneden glijden. Tante Stien krijgt een relatie met Hans met wie Raymond een moeizame relatie zal onderhouden.

Ronald: ‘Dat liep inderdaad niet als vanzelf zeg maar. Raymond heeft Oom Hans nooit als vader willen accepteren. Hij miste zijn biologische vader, dat vóelde je, maar hij sprak er met niemand over.’

Michel, van jongs af aan Raymonds boezemvriend, omschrijft Raymond als een stille verlegen jongen:

‘Kan je zeker niet voorstellen hè? Jullie kenden hem als extrovert. Als een gangmaker. Maar toen was hij ingetogen. Hij ging gebukt onder het verlies van zijn vader. Logisch natuurlijk.’

Ronald herinnert zich de verjaardagsfeestjes die met de familie en de familie Solleveld werden gevierd:

‘Zo sociaal was hij niet nee, Mies heeft gelijk. Hij was heel rustig. Introvert. Hij miste zijn vader en vond troost bij zijn hond Sjimmie. Een zwarte poedel was dat. Er hing nooit een leuke sfeer bij Raymond thuis, moet ik eerlijk zeggen, het was er altijd een beetje ijzig. Ook op latere leeftijd bleef hij trouwens rustig op familiefeesten. Niemand wist eigenlijk wat hij, dus eigenlijk wij, allemaal uitspookten in het weekend.’

Alsof Raymond een dubbelleven leefde.

 

 

 

Raymonds hond Sjimmie

 

Raymond op latere leeftijd op een verjaardagsfeest. Stil en introvert.

 

‘Ik zat op dezelfde school als Raymond’, zegt Peter Pauel (geboren 1964), ‘dat was de Frans Naereboutschool aan de Krabbendijkestraat in Pendrecht. Dat moet zo in ‘70, ’71 geweest zijn. Raymond en Mies woonden in hetzelfde portiek in een flat aan de Stavenissetraat, wij woonden in de Rilland Bathstraat. Onze balkons keken op elkaar uit. We waren gewoon klasgenoten, meer eigenlijk niet.’

De spil tussen de drie families (Peter) Pauel, (Michel) Solleveld en (Raymond) Blom is de familie Solleveld: zij onderhouden contact met zowel de familie Pauel als met de familie Blom die in die periode onderling nauwelijks contact hebben.

Jan Solleveld en Piet Pauel, de vaders van respectievelijk Michel en Peter, werken samen in de haven. Stien, de moeder van Raymond, is goed bevriend met Ida Solleveld, de moeder van Michel. Ze zien elkaar op verjaardagen.

‘Eigenlijk ging ik toen helemaal niet om met Raymond of met Michel’, zegt Peter, ‘Mies zat sowieso een klas hoger en Mies ging wel met Raymond om omdat hun ouders contact hadden. In ’72 of ’73 verhuisde Raymond naar jullie.’

Met jullie bedoelt Peet de wijk Kreekhuizen. Raymond woonde aan de Spuikreek, wij Hendriksen aan de Sluiskreek. Op vrijdagavond haalde hij mijn broer en mij op. Die lach. Die snor. Die zonnebril. Die ondeugende blik. Dat colbertje. T-shirt. Spijkerbroek. De blauwe Opel. De Caballero zonder. En Thunder Road. Van Springsteen. Maar dat was pas jaren later.

‘Raymond ging daardoor naar een andere lagere school. Maar ik had toch al geen contact met hem, dus ik kan niet zeggen dat ik door zijn verhuizing een grote vriend kwijtraakte. Dat kwam later pas…’

Ook Michel zegt minder contact te hebben gehad met Raymond die tijd. Het is de periode waarin Raymonds vader Gerard komt te overlijden. Michel anno 2019:

‘Een paar jaar na de dood van zijn pa kregen we weer wat meer contact. Ik bleek dezelfde elpees in bezit te hebben als hij. Dat vonden we alle twee natuurlijk te gek. We kochten elpees bij de Free Record Shop op de Groene Hilledijk. In die tijd sliep ik vaak bij hem op de Spuikreek. Bij Raymond thuis draaiden we platen. En hij woonde vlakbij de Kuip dus we gingen om het weekend naar de thuiswedstrijden van Feyenoord. Raymond was heel relaxed. Hij vond alles wel best. Niet de druktemaker zoals jullie hem op latere leeftijd hebben leren kennen. Zeker niet.’

 

 

In 1978 gaat Peters familie met Michels familie op vakantie naar Blanes. Ieder jaar wordt afgesproken op Camping Bella Terra. Er vormt zich een Hollandse kliek. Tafels en stoelen bij elkaar, de Spaanse zon, kinderen zoeken vertier in het zwembad of aan het strand, de ouders drinken bier, klaverjassen en roken sigaretten. Peet omschrijft het als één groot feest. Michel en Peter worden kameraden, er vormt zich wat donzig snorhaar om de bovenlip en ieder jaar wordt er biertje méér gedronken. Als Peter 17 is en Michel 18, we schrijven begin jaren tachtig, gaan de twee vrienden ook in Rotterdam uit:

‘Dat begon in Premjamich. Geen idee hoe je dat schrijft. Het was een soort hardrocksociëteit bij ons op Pendrecht. Ze schonken er alleen geen bier, dus uiteindelijk niets voor ons hahaha. Ik herinner me daarna nog een Café Hoboken. Natuurlijk had Mies toen nog steeds contact met Raymond. Zo ben ik écht in contact gekomen met Raymond.’

Michel: ‘We waren in die tijd altijd met zijn drieën. Eigenlijk wilden we niemand erbij hebben. We draaiden Deep Purple, Status Quo, AC/DC, Steve Miller, Van Halen, Pink Floyd. Zelfs Genesis volgens mij…’

Peet, Mies en Raymond vormen een drie-eenheid. Peet zit tegenover me op de bank en omschrijft de unieke vriendschap als broers. Ze delen alles met elkaar. Werkelijk alles:

‘Als broers ja. Er was geen hiërarchie. Op alle vlakken waren we elkaars gelijke. In 1982 gingen we voor het eerst met zijn drieën op vakantie. Uiteraard naar Blanes. Met de bus. Appartement gehuurd. Eigenlijk is dáár en tóen de vriendschap tussen ons drieën begonnen. Op die leeftijd gaat zoiets natuurlijk hard. We hebben er evenveel gelachen als ruzie gemaakt en we hadden een dagelijks ritueel: om zes uur gingen we, lekker Hollands, eten, daarna in het appartement effe op bed legge om Freek de Jonge luisteren. De Komiek. De Tragiek. Die shows kan ik nog woordelijk uit mijn hoofd. En de muziek he. Springsteen natuurlijk. AC/DC. Status Quo. Peter Frampton. Ik was een Beatlesfan, Raymond Stones. En Mies? Hij was alles. Hij was onze encyclopedie.’

 

 

Ik spreek Dennis Maquelin, geboren 8 april 1971, de jongere neef van Raymond en van Ronald. Dennis is de zoon van Ad en Fran en Fran is de oudste zus van Ronald. Dennis en Ronald en ik vertegenwoordigden de jongere garde van de latere vriendengroep. Ook Dennis werd gevormd door Raymond op muzikaal gebied:

‘Ik weet nog dat we in Raymonds kamer zaten. Ik was acht jaar jonger dus alles wat hij me liet horen was fan-tas-tisch. Mijn ouders waren van Elvis Presley en Roy Orbison. Vind ik ook te gek trouwens, nog steeds, maar Raymond had iets magisch. Ik was net een spons en wilde alles luisteren waar híj en Michel naar luisterden.’

Dat beeld herken ik. Ook ik liep vanaf 1985 op mijn tenen om bij de grote jongens te horen. De lat werd beetgehouden door bij Ed, Michel, Peet en Raymond.

Ronalds herinneringen van die periode eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn voornamelijk voetbal-gerelateerd:

‘Vanaf 1976 hadden Raymond en ik een seizoenkaart bij Feyenoord. Vakkie V. Later werd dat vakkie T. Mooie tijd. Geen thuiswedstrijd sloegen we over en we bezochten ook menige uitwedstrijd. Wat een tijd. Als we met de trein naar Amsterdam gingen werden we in Den Haag gewaarschuwd door de machinist dat we onder de banken moesten gaan liggen want dan vlogen de bakstenen door de ramen. Ik herinner me ook nog een wedstrijd thuis tegen FC Utrecht. Toen liepen Feyenoordsupporters met handschoenen met stalen punten rond.’

 

 

De beschermende armen van Raymond om Ronald heen

Met Ronald terug in de tijd

 

Ik ken Ronald al dertig jaar en ook wij hebben zeker 10 jaar lang, eind jaren tachtig en begin jaren negentig, een seizoenkaart bij Feyenoord gehad. Ik ken Ronald (intussen een succesvol ondernemer, getrouwd met Miriam en vader van drie kinderen), als fanatiek, héél fanatiek, maar niet agressief. Hoe zat dat met Raymond?

‘Geen sprake van. Gewoon normaal. Hoe wij ook zijn: rete-fanatiek, maar nooit agressief. Raymond beschermde me altijd. Ik weet nog goed dat het Nederlands Elftal tegen Ierland speelde in De Kuip. Ergens in ’80 moet dat geweest zijn. Er ontstond een vechtpartij en een enorme beul van een Ier pakte Raymond en mij bij de arm om ons veilig van het vak af te halen. “Little boy passing!”, schreeuwde hij. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik was 10 en Raymond 16, ook nog jong dus. Maar tóch hield hij zijn armen om mij heen… die armen… dat beeld… dat zal ik nooit meer vergeten.’

Voetballen konden Raymond en Ronald urenlang, het liefst met een tennisballetje in het halletje in de flat aan de Spuikreek. En Peet herinnert zich dat hij keer op keer met Raymond het record heen-en-weer-koppen probeerde te verbreken. Volgens Peet hadden ze ooit in Blanes de twaalfhonderd aangetikt.

Ronald heeft bij zijn bezoek aan mij enkele fotoalbums, een notitieblok en allerlei relikwieën van Raymond meegenomen: zijn rijbewijs, seizoenkaarten van Feyenoord, bibliotheekpasjes et cetera.

In zijn notitieblok houdt hij de uitslagen van de Eredivisie bij. Raymonds handschrift is regelmatig. De indeling is overzichtelijk en over het algemeen systematisch. Het verraadt een goede opleiding. Hij houdt bij wanneer de sportprogramma’s op de radio komen. De loting van de UEFA Cup. Voorspellingen. Opstellingen. Ranglijsten. Scores. Doelpuntenmakers. Gele en rode kaarten. Tactieken (inclusief pijltjes die de gewenste looplijnen van de spelers uitbeelden).

Bij het kopje “1981” schrijft hij letterlijk:

“Het seizoen waarin Feyenoord het goed gaat maken”

Dat was 38 jaar geleden dus ook al zo. Feyenoord is een verslavende nachtmerrie.

 

 

 

 

 

Dennis herinnert zich nog een veelzeggend incident rondom ene Tonnie Scheller, de schrik van de buurt. We schrijven zo 1979, 1980, Raymond is een jaar of 16, Ronald zal 10 en Dennis moet 9 zijn geweest:

‘Tonnie Scheller was de neighborhood bully. Op een goede dag waren we op bezoek bij mijn Opa en Oma, Ronalds ouders dus. Raymond was er ook. Met Tante Stien. Op een gegeven moment lopen we buiten en rochelt Tonnie Scheller zó patsboem vlak voor Raymonds voeten. Raymond zei “is dat die gozer die jullie lastigvalt?”. “Ja”, zeiden we. Raymond gooide Tonnie Scheller meteen op straat. “Nog één keer aan de jongens komen en ik maak gehakt van je!”, zei ie. Dat vonden Ronald en ik natuurlijk superstoer. Zoiets durfde niemand te zeggen tegen Tonnie Scheller. Raymond wel…’

Op 24 november 1978 gaat Michel voor het eerst naar een concert. Alleen.

‘Dat was de Da Ya Think I’m Sexy tour van Rod Stewart. Volgens mij mocht Raymond niet mee van Tante Stien. Ze was heel beschermend toen die tijd. Daarna ben ik natuurlijk naar veel concerten gegaan met hem. Fleetwood Mac. Santana. Moody Blues. Steve Miller. Maar monumentaal en de échte ommekeer was het concert van Springsteen in ’81. In Ahoy’…’

 

 

Onze Ed was ook getuige van dat legendarische concert, maar kende Michel noch Raymond. Het was 28 april 1981, een dinsdag. Ed was 15 jaar en zat woensdag 29 april als een andere puber aan de ontbijttafel. Hij had het Licht gezien:

‘Bruce had vier uur gespeeld. Ik stond met mijn bek open te kijken. Aan het eind van het concert ging het zaallicht aan, dus iedereen naar huis, of althans dat dáchten ze. Komt Bruce weer terug. Met een emmer op zijn kop. Staat ie óp de piano. En sloot ie af met Rockin’ All Over The World. Ik dacht dat ik gek werd.’

Ook Michel spreekt van een kantelpunt:

‘Het was inderdaad een dinsdagavond. Ik weet het nog zó goed. De opening alléén al. Overdonderend gewoon. We waren 16, 17 weet je. En dan Prove It All Night horen. Out In The Street. The Ties That Bind. Darkness On The Edge of Town. Zo draaide Bruce alleen nog maar warm. Raymond en ik keken elkaar aan en hadden zoiets van: hóe dan!? Wat ís dit? We stonden perplex. Echt overdonderend goed. Magie.’

 

 

Michel is ook drie decennia later onze muziekencyclopedie gebleven met een aanzienlijk grotere drang tot vernieuwing dan bij ons waar te nemen zou zijn. Terwijl hij en Bart de Rotterdamse dance- en de housescène ontdekten, gingen Ed en ik door de jaren heen juist terúg in de tijd om kopje onder te gaan in de zompige moerasmuziek van John Lee Hooker cum suis.

Hij, Michel dus, tipte me obscure artiesten als Peter Case, Jerry Riopelle, Ron Cornelius en Tom Jans. Je had geen idee wie het waren maar als een hongerige hond vrat je de muziek uit zijn handen. Michel wees me op Miles Davis en Frank Zappa maar voor Miles was ik nog te jong en Zappa had het aangedurfd om in het nummer Dylan te parodiëren: vanaf dat moment zwoer ik plechtig nooit meer naar Zappa te luisteren. Discussies over Zappa duurden totdat de zon weer opkwam.

Op zeventienjarige leeftijd sluit Peet zich aan bij de marine. Hij is soms weken en maanden van huis om eilanden als Curaçao en Aruba onveilig te maken. De twee andere musketiers, Michel en Raymond (Peet en Mies blijven Raymond overigens tot op de dag vandaag RaymonT noemen, als halve Fransoos vloekt zoiets maar soi), besluiten op pacifistische gewetensbezwaren hun militaire dienstplicht niet te vervullen. Dat werden 18 snotvervelende maanden vervangende dienstplicht.

Ronald en ik lezen samen enkele passages uit zijn handgeschreven bezwaarschrift:

 

Michel hierover:

‘Wisten wij veel joh. Wij wilden ook pacifist zijn, want ja hey we hielden van Dylan, totdat wij er achter kwamen dat pacifisme iets was voor linkse hippies met baarden en sandalen hahaha. We hebben ons kapot verveeld. In de middaguren gingen we bier zuipen.’

Raymond werd tijdens zijn vervangende dienstplicht weggestuurd wegens onbetamelijk gedrag. Ronald en ik lezen de ontslagbrief van 12 maart 1984 van de Raad van State. Tonnie Scheller of dhr. J. Wijenberg, Chef van de Centrale Afdeling Financieel-economische Zaken, het interesseerde hem geen reet. De jongeman die zich gedeisd hield op verjaardagsfeestjes van de familie en die het liefst een stukkie ging wandelen met zijn hond Sjimmie had moeite met gezag.

Raymond was letterlijk Rock & Roll avant la lettre want zijn wildste jaren moesten nog komen…

 

 

 

 

Lees hier deel 3 The Glory Days (1985-1988)

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

1 Reactie

  1. Raymonde Hendriks Antwoord

    Door de beelden en de bijbehorende verhalen herleven oude tijden, ik heb Raymond niet echt goed gekend, maar door Edwin en Marco heb ik me wel een goed beeld kunnen vormen. Mooi dat er zoveel bewaard is gebleven, een soort testament zou je het kunnen noemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up