Rock & Roll

Opgedragen aan de familie van Hanegem

 

Gisteravond bezocht ik in Theater Lantaren Venster de film Willem – een film bestaand uit archiefmateriaal van Willem van Hanegem, in vele Rotterdamse ogen (waaronder de mijne) de grootste van allemaal.

‘Dat was Johan, Mar’, fluisterde Ruud naast me, ‘dat vond Willem zelf ook.’

‘Johan de beste, Willem de grootste.’

Tom Egbers deed de presentatie. Ik dacht aan zijn Rotterdamse vakbroeder Frank Vijg die mij zo-even onder het genot van een bakkie had gezegd dat Willem vanavond niet zou komen. Frank had een subtiele “zo is Willem” grijns niet kunnen onderdrukken. Ik moest denken aan Bob Dylan die in 2016 niet staat was geweest de Nobelprijs in ontvangst te nemen.

Bob had “dingetjes” te doen had. Net als zijn bloedbroeder Willem.

‘Hij had echt wat anders te doen’, had Willems dochter Alies gezegd toen ik haar wangen na afloop van de film voorzag van drie zoenen. Dezelfde wangen waren amper gedroogd nadat zij ten overstaan van een vol theater in tranen was uitgebarsten toen presentator Tom Egbers haar had gevraagd wat haar het meest had ontroerd in de film.

‘Da’s Willem. Komt gewoon niet. Mooi toch. Overal schijt aan’, zei Hennie die glunderde om zoveel non-conformisme van onze held die zowel de club Feyenoord als de stad Rotterdam op de kaart zet zoals het hoort: direct, met het hart op de tong en rauw als een onverteerd stuk biefstuk.

De film ging over méér dan Willems loepzuivere passes, angstaanjagend spelinzicht, weergaloze balgevoel of zijn heilig verklaarde linkervoet. De film ademde vooral Rock & Roll uit, op de manier waarop Bob Dylan ooit zijn woorden door de microfoon spuugde om ze over te laten aan het weerloze publiek.

Doe er maar mee wat je wilt.

Zoek het maar uit.

Ik heb er schijt aan.

Ik hoorde door heel de film Bobs snerpende stemgeluid dat haarfijn harmoniseerde met de beelden van Willem die getuigden van een meesterbrein die, bezien vanuit pure genialiteit, de wereld niet begreep. In de column in het AD van die ochtend had Willem nog gehakt gemaakt van de huidige Feyenoordselectie.

‘Volkomen terecht toch’, zei Eric die voorbij liep met twee glazen wijn in de hand, refererend aan de column van zijn schoonvader. Hij moet nog iets van mijn grommend gevloek mee hebben gekregen.

Soms zie ik een wedstrijd van Feyenoord door de ogen van Willem van Hanegem. Dan zie ik door de ogen van Willem van Hanegem een speler na een goal het lef hebben om een wijsvinger op de lippen te leggen om aan te geven de kritiek van het publiek beu te zijn. Dan zie ik door de ogen van Willem van Hanegem een speler de lens van de camera claimen om de zwangerschap van hun partner aan te geven door de bal onder het shirt te verstoppen waarbij de duim in de mond als fopsteen figureert.

En dan kan ik, door de ogen van Willem van Hanegem, een week lang niet schijten.

IJdelheid regeert, de misplaatste variant.

Op de achtergrond werd algemeen directeur Jan de Jong geïnterviewd. Zijn pompeuze haardracht verschoot van kleur door wat onrustig te switchen tussen de aandacht van de schijnwerpers en de anonimiteit van de schaduw.

Ook hij had afgelopen zaterdagavond -bij een 3-1 achterstand tegen nota bene PEC Zwolle- verdediger Jan-Arie van der Heijden gewisseld zien worden voor verdediger Eric Botteghin. Reden van de wissel was een ongelukkige hoestbui van Jan-Arie tijdens de rust. Een hoestbui…

Niet alleen angst regeert. Ook lulligheid, de Nick en Simon variant.

‘Willem was voor niemand bang. Die uitstraling. Die weigering om naar de scheidsrechter te lopen om een kaart in ontvangst te nemen. Heerlijk.’

De halsstarrigheid, het uitgekookte spel, de blik, de hardheid, de houding, de woordkeus, de onverzettelijkheid, de heldhaftigheid en de authenticiteit van Willem was zo puur als onversneden Rock & Roll.

‘Ik hoefde van Michels niet op gesprek te komen. Hij zei me dat hij meer van míj kon leren, dan ik van hém.’

‘Wat maakte Willem nou zo bijzonder?’ had vroeg Tom Egbers nog aan Alies gevraagd.

Something is happening and you don’t know what it is, do you Mister Jones, antwoordde Bob Dylan namens het aanwezige publiek.

De voltallige Feyenoordselectie schitterde door afwezigheid.

 

 

 

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

3 Reacties

  1. Raymonde Hendriks Antwoord

    De wereld zit raar in elkaar en in de sportwereld is dat al niet anders, Maar Willem blijft altijd zichzelf en is buiten zijn prestaties voor het nederlandse voetbal altijd eerlijk gebleven en daarom zo geliefd in veel rotterdamse gezinnen, zoals het onze.

  2. Dave Andriese Antwoord

    Mooi dat je erbij was Marco. Je ziet: af en toe verschuift het vizier buiten de kaders van het wielrennen. Maar alleen bij een hele goede aanleiding. En De Kromme geeft die natuurlijk. Mooi stuk wederom, altijd heerlijk om De Spookrijder te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up