It’s a Sign!

Cultuur Van Dale2

***

 

“LET’S GO FISH! LET’S GO FISH! LET’S GO FISH!”

De schreeuwende Billboard smeekt ons mee te brullen. Aan slag Giancarlo Cruz Michael Stanton, “Mike” voor fans en overige vrienden. Stanton is de sterspeler.

“LET’S GO FISH! LET’S GO FISH! LET’S GO FISH!”

Of het spannend is? We hebben geen idee. Het publiek lijkt meer geïnteresseerd in de zwarte popcornverkopers die op ludieke wijze hun waar trachten te slijten. Ook de latino aan de andere kant van de trap, in Stantonshirt, heeft meer oog voor zijn pizza die hij zorgvuldig aan het ontleden is.

“LET’S GO FISH! LET’S GO FISH! LET’S GO FISH!”

Stilte. De ruimte op het immense plein, deze sacrale plek, het almachtige gevoel van het hier en nu dwingt het af. De stilte. Dit is het Piazza San Pietro. We noemen het niet het Sint Pietersplein. Want die ligt in Tilburg. Hij komt voorbij en hij is bijna Hij. Voor ons. Jorge Mario Bergoglio. Zo heet-ie. Paus Fransiscus voor fans en overige vrienden. Paus Fransiscus is de sterspeler. En hij staat zo dichtbij. Zo dichtbij dat Fabienne hem haast kan aanraken.

Stanton and Pope

 

2014-06-03 19.30.20

Er gebeurt geen reet. Helemaal niets. Bij gebrek aan actie tuurt de cameraman het vak in. Wij zitten in section 14 van het immense Miami Marlin Stadium. De Billboard verklapt de bedoeling van de camerashots: de LOVE CAM.


 

De cameraman kiest voor een stelletje dat elkaar spontaan begint te kussen. Gejuich in het stadion. Mijn hart maakt een sprongetje want het gezelschap waarin ik me thans bevind duldt geen kusverkeer met wederzijds goedkeuren. Casper en Stephan zullen er net zo over denken. Hoop ik toch. Gelach en applaus alom als de blondine haar corpulente buurman weigert te zoenen nadat ze de camera zojuist liplezend toevertrouwde: He’s my boss.

Casper bestelt drie blikjes bier.

 

10395852_787844364594108_92911335730670600_n

Ik had Fabienne vanmiddag nog aan de telefoon gehad. Nadat ze een foto had geappt waarop ze er warempel als een echte pelgrim uitzag, als met de teletijdmachine van Professor Barabas naar twintig eeuwen later over komen vliegen, moest ze haar ervaringen delen met een gezinslid. Anita is vleugellam door de verbouwing en een venijnige koortsaanval. De badkamer en toilet vormen één grote bouwval. Terwijl ik een schijfje limoen door de hals van mijn flesje Corona trachtte te drukken, ieder zo zijn zorgen, maakte ik door de telefoon nog een vergelijking tussen de Romeinse ruïnes en onze badkamer maar dergelijke kwinkslagen kunnen bij een echtgenote met hoge koorts en oververmoeidheidsverschijnselen op slechts geringe bijval rekenen.


Fabienne schoot al vol bij de gedachte hoe ze dit haar opa moest (of mocht) vertellen. Mijn vader die in zijn leven lang slechts één echte held kende: de Paus. Een “ja”, “nee” en “ik begrijp wat je bedoelt” mijnerzijds volstonden. Zij deed het woord. Ik hield het ijskoude flesje Corona te lang vast waardoor ik moest plassen. Ik leefde nu al drie dagen op bier.

“Neptunus Rotterdam is our favourite team”, zo laat ik mijn Cubaanse buurman weten nadat ik hem enkele idiote vragen heb gesteld over die even idiote sport die mij maar niet kan bekoren, zelfs niet na het lezen van De Kunst van het Veldspel van Chad Harbach (alom geprezen door Mart Smeets, dus ik had beter moeten weten) “and Little Switzerland of course. We have a skybox there. You must know Little Switzerland, don’t ya?”.

De Cubaan verontschuldigt zich. “Nope. Never heard of them. I’m sorry, man.” Casper verslikt zich in zijn biertje en Stephan mompelt “een skybox bij Klein Zwitserland hahaha….godverdomme….”


“En we werden omgeroepen pap”, zegt ze een brok weg slikkend, “Het Emmauscollege Rotterdam!, klonk het in een vreemde mengelmoes van Duits en Nederlands. En de Paus glimlachte! Op een enorm Billboard!”

Op hetzelfde Billboard, 8.338 km westwaarts, wordt een verbouwereerde vrouw ten overstaan van een vol stadion ten huwelijk gevraagd. Gejuich.


We nemen nog maar een biertje. We komen niet meer bij. Bij dit volk ontbreken over de hele breedte enkele cruciale chromosomen of wij Europeanen hebben door de eeuwen heen ons cynisme dermate gecultiveerd dat er geen weg terug meer is. Wij zijn vervreemd van entertainment. Tenzij je natuurlijk De Mol, het kwaadaardige gezwel in medialand, van achteren heet en je imperium juist is opgebouwd met smakeloze potpourri die het volk stelselmatig vergiftigd heeft in ons land dat ervoor koos de Katholieke kerk dood te verklaren, en daarmee, tussen de regels door, de ruimte verschafte voor de De Mollen onder ons die deze vacua maar al te graag vullen met hun immorele braaksel.

De Mol

Wat zou schadelijker zijn? De Katholieke kerk of de hersendode mediaproducten van De Mol?

Ik weiger te gaan staan. Voor Take Me Out To The Ballgame  dat als een volkslied wordt gebracht. Een teenager speelt de melodie op een middeleeuws orgel.

2014-06-03 21.20.30

Aan slag is David DeJesus van de Tampa Bay Rays.

“Nobody fucks with the Jesus”, mompel ik. Ik citeer expliciet The Big Lebowski en impliciet de bijbel.

Wij, meestens niet-Nederlandse Europeanen, laten ons in vervoering brengen op een plein waar tienduizenden gelovigen zich hebben verzameld en Papa roepen als de aaibare paus op aaibare afstand passeert. Dichter bij God kan ze niet komen. Of ze moet ooit de Mont Ventoux beklimmen. Per fiets.

10402910_562200773901455_2439010737455708819_n

 

“’When in Rome….’, maak dat gezegde eens af, Fabienne.”

“Ik heb geen idee pap.”

“Denk maar The Life of Brian, van Monty Phyton” (dit is een tip van Estelle).

’When in Rome, it’s a sign?”¸ probeert Fabienne onzeker als altijd. Al weet ze dat er totaal geen verband te leggen is tussen haar Romereis en deze hilarische scene (het Israëlische volk achtervolgt Brian in de stellige overtuiging dat zijn verloren schoen een teken van God is), het is de eerste impulsieve associatie die zij legt. Juist daarom houden wij zo veel van haar.

 

 

 

Het ijskoude bier zoekt zich een weg in mijn gestel. In mijn fantasie legt Fabienne Rome vast. Anita en Estelle banen zich een weg in onze door bouwvakkers geruïneerde woning. Ik heb mijn herinneringen aan Nightclub Mangos op Ocean Drive, Miami Beach, waar mijn Indiase klanten hun interesse verlegden van ons aluminium naar de danseressen Jennifer, Gaby en Yaremis. Bij gebrek aan nachtclubs in New Delhi verheerlijkten zij de tegen hun kruisstreek schurende danseressenbillen die zich als de boterhammen van een tropische clubsandwich voor hen openbaarden.


 

Ik ben tweeënzeventig uur in de weer, leef van afspraak tot afspraak, heb amper geslapen noch fatsoenlijk gegeten en ben het wedstrijdverloop van de Miami Marlins tegen de Tampa Bay Rays al na de vijfde inning volledig kwijt.

Meer actie in het Hard Rock Café zojuist waar de overgetatoeëerde bediende John Falls blijkt, leadzanger van de heavy metal band Egypt Central (“yeah check it out dude: doubleyou-doubleyou-doubleyou-dot-egyptcentral-dot-net!”) . Hij propt ons drie tequila’s door de neus en gaat graag met mij, de mij die hij steevast ‘dude’ noemt, op de foto als ik eenmaal de vergelijking heb getrokken tussen hem en Little Steven. Wat een piratendoek allemaal niet vermag.


Ik stuur in de familieapp een foto terug. Van Eric Clapton in glas en lood. Ik heb hem net genomen in het Hard Rock Café van Miami.

“Ook geloof”, geef ik de foto als onderschrift mee.

2014-06-03 19.01.24

 

Miami zit onderhuids. Drie dagen lang ondergedompeld in de wattige wereld van hete erotiek, wilde salsa, wuivende palmen, slingerende baseballbats, getatoeëerde latino’s, kekke hoedjes, ijskoud Corona bier, strakke vrouwen met pump-up tieten, het Fountainebleau Miami Beach Hotel met onbevattelijk veel luxe en geile taxichauffeurs uit Haïti die aan slechts één ding denken: neuken.

“The woman is the most precious thing that the Good Lord Almighty ever created.”

Dit ben ik.

“HELL YEAH. MAN!”

Dit is taxichauffeur Eric Delapierre uit Port-au-Prince, Haïti. Hij draagt een zonnebril en lacht breeduit. Zoals alleen negers kunnen. Alles doet mee. Zijn heupen. Zijn tanden. Zijn kroeshaar. Zelfs zijn handen tintelen bij de gedachte aan een goede neukpartij.

Hij vervoert ons naar het Miami Marlins Stadium. En is de weg kwijt.

“The body of the woman is devine, compared to the dreadful ugliness of us, men.”

“HELL YEAH! THAT’S IT MAN! YOU HAVE A WONDERFUL WAY OF PUTTING THINGS MAN! YOU MUST BE A POET, MAN!”

Dit is de hoogst haalbare eer tot nog toe in mijn schrijverscarrière. Een èchte dichter  te worden genoemd door een Haïtiaanse taxichauffeur in Miami.

“YES YOU ARE A REAL POET! I TINK YOU MUST ALSO LIKE JUICY PUSSY?”

Mijn iPhone trilt.

Op de WhatsApp komt een foto binnen. Van Fabienne. Ze straalt. Letterlijk. In Rome.

We hadden haar flink uitgelachen om de verbastering When In Rome, It’s A Sign. Nu weet ik wel beter.

Haar vader zit vast in een taxi in het ranzige Miami. Haar moeder en zusje geklemd in het verbouwde Rotterdam. En Fabienne straalt. In Rome.

10343501_787412397970638_8582047826993440819_n

 

It’s a sign!

 

Tweet of the Pope

***

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

3 Reacties

  1. R. Hendriks Antwoord

    Genoten van deze blog, ik deel dezelfde mening als de taxi-chauffeur maar dat wist je al. Maar het meest genoten van de prachtige foto’s van Fabienne, beeldschoon met die blauwe hoofddoek en stralend op het Sint Pietersplein.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up