Deel I – MJ zoekt Emjée

“Vandaag draait de aarde weer dwaas in de rondte,
Een spookschip verdwenen op zee.
En wij, klein gespuis van adem en botten,
We draaien mee.”

Alex Roeka – De Dag Van Altijd

 

Deel I – MJ zoekt Emjée

 

Een kunstenaar heeft de neiging in de verte te kijken als het voor de hand liggende voor de hand ligt.

Precies met deze gedachte, zij het onbewust, kijkt zij óver haar schilderij, door het raam heen naar buiten. In dit deel van het land waar zij nu woont heet Nederland Holland en Holland is grijs en nat deze zaterdagochtend. De regen klettert tegen de ramen van haar zolderkamer. De wind kent geen genade voor de laatste kansloze herfstbladeren. Voor heldhaftigheid geen tijd.

 

2015-11-15 15.14.59


L’Amour, Toujours l’Amour
… Zo luidde de titel van haar schilderij dat een ode aan Parijs moet uitbeelden. Nadrukkelijk háár ode, omdat zij de liefde altijd trouw was gebleven. No matter what. Gisteravond hadden de barbaren weer toegeslagen. In Parijs. Haar Parijs. Het voelde als een vuistslag dwars door haar schilderij heen.

Beneden hoort zij Peter thuiskomen met Nanook, hun witte herder die geen notie heeft van de gruwelheden waartoe een mens in staat is. Ze is te moe om te huilen, al zitten haar tranen hoog. Dat voelt ze. Het kost haar moeite om zich te focussen op haar schilderij. Het Café de Flore op de hoek van de Boulevard Saint-Germain in het 6e arrondissement. Ze staart met een glimlach die meer verdriet herbergt dan zij zelf beseft naar haar kelner die het verliefde koppeltje geduldig laat uitzoenen.

11168557_524468574398344_1629487661982279478_n

“L’Amour, Toujours l’Amour…”
(c) Emjée Adema

 

Zij doopt haar kwast in het water van het jampotje waarin de Cassis Confiture van Bonne Maman heeft gezeten. Door de horrordaden van Parijs lijkt zij zich nóg meer bewust van de kwetsbaarheid der dingen. Ze staat het niet toe dat het uiteinde van haar kwast de bodem van het jampotje bereikt – dat zou een barbaarse daad van wreedheid zijn die zich kan meten met de terreuraanslagen in Parijs van gisteravond. Daarom roert ze de kwast door het water. Beheerst. Zoals je als kind peddelde. Niet om vooruit te komen maar om sprookjesachtige draaikolken in het water tot stand te brengen.

Ze buigt zich voorover naar het jampotje en staart van dichtbij naar de loslatende verf die zich tergend langzaam in sierlijke cirkels mengt met het water. Het doet haar denken aan een balletvoorstelling.

2015-11-15 15.15.08

 

Ze denkt aan haar moeder.

In haar atelier in Steenwijk staan tegen de muur enkele schilderijen gestapeld. Ze knielt en haalt het schilderij van haar moeder uit de stapel. Beneden is Peter bezig in de keuken. Nanook krijgt te eten. Alles voelt vertrouwd. Met haar ogen dicht ziet ze het leven beneden zich als in een film afspelen.

Emjée staart naar het schilderij dat zij nog altijd Mammie noemt. Ze lacht niet uitbundig op het schilderij, mammie, maar je kan toch niet beweren dat ze somber kijkt, noch stoïcijns. Emjée schilderde haar op de manier hoe zij haar moeder het liefst ziet. Da’s de macht van de kunstenaar. Geruststellend, zo zou zij de blik van Mammie willen omschrijven.
Misschien dekt dat woord wel het bewogen leven van Emjée, geboren 11 oktober 1952 te ’s Gravenhage, tot dusver: geruststellend. Ondanks alles.

12244193_524500201061848_2015538166_n

“Mammie”
(c) Emjée Adema

 

***

Knielende Emjee

 

“Hoe oud was je, toen je moeder overleed?”

“Vier jaar….ja vier was ik.”

In de hoek van de kamer haalt Emjée de ingelijste foto van haar moeder die het leven zou schenken aan drie kinderen: twee jongens en daar tussenin een meisje, Marie-José.

“Mijn moeder had een moeilijk leven met mijn vader. Bovendien leed ze aan rachitis, daarom was kinderen krijgen zo moeilijk. Ken je dat, ze noemen het ook wel de Engelse ziekte.”

“Een botaandoening”, knikt Anita.

“Mijn vader was hoofdredacteur bij de KNP, het Katholiek Nederlands Persbureau. Hij was een strenge rechtlijnige man. Dominant ook. Laten we zeggen, niet bepaald makkelijk…”


[Klik op de afbeelding voor een vergroting]

 

Ik kijk naar de vrouw die ik slechts ken via Facebook. Over dergelijke afspraakjes doen de gevaarlijkste roddels de ronde. Loverboys zoeken zo hun prooi. Kleffe mannen op leeftijd doen zich met nepfoto’s voor als adonis om afspraakjes af te dwingen met niets vermoedende vrouwen.

Ik ben alles behalve een adonis, laat staan een loverboy. Wel geweest overigens. Als zanger/gitarist van een rockbandje had ik ze voor het uitzoeken, die willoze zweterige lijven die zich met vaak kleddernatte tongen tot mij wendden. Totdat Anita in mijn leven kwam. Augustus 1991. Nu ben ik vader van twee kinderen en heb ik een schoonzoon, een racefiets en een Waterman vulpen waar alleen zwart inkt in mag.

 

2015-11-15 16.10.17

Emjée praat eigenlijk meer met Anita dan met mij. Ze spreekt helder, krachtig en Haags. Mijn gevoel laat me niet in de steek. Emjée hééft niet alleen een verhaal, zij ís een verhaal.

“Wat er precies is gebeurd met mijn moeder weet niemand. Ze was ongelukkig. Op een dag verdween ze gewoon. Weg. Het vermoeden is dat zij zelfmoord heeft gepleegd, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik het vermoeden ga krijgen van een onschuldige uitglijpartij. Het water in….kan toch? Je weet wel.”

Ze denkt aan Mammie, het schilderij. Wellicht heeft Mammie de blik van een vrouw die weet ooit te zullen uitglijden.

“Mijn vader hertrouwde. Er zouden nog zes meisjes volgen uit zijn tweede huwelijk. Met mijn moeder, feitelijk mijn stiefmoeder, maar dat vind ik een rotwoord, heb ik in de loop der jaren een fijne band opgebouwd. Ze is nu achtentachtig jaar. Met mijn vader heb ik altijd een moeizame relatie gehad. In 1989 overleed hij. Ik ben altijd een emotioneel mens geweest. Hij begreep me niet. Helaas.”

“Sensitief. Je bent sensitief”, vult haar echtgenoot Peter haar aan.

Ik ken het verschil tussen emotioneel en sensitief niet, al twijfel ik geen moment aan de minieme correctie, eigenlijk toevoeging, van Peter. Dit komt vooral door de heldere klank van zijn stem. Hij zou een uitstekend docent zijn. Of nog beter: een nieuwslezer. Dat we eindelijk eens van een Rob Trip verlost zijn. Peter articuleert levendig. Hij lijkt af en toe te zingen door zijn stem in kracht te variëren. Hij schuwt het gebruik van interpuncties niet als hij spreekt, zonder dat het op zijn Mart Smeets irritant wordt. Alleen die Amsterdamse tongval. Daar moet aan gewerkt worden.

Peter is kok en speelde jarenlang als professioneel drummer van de bluesband Mr. Boogie Woogie & The Firesweep Bluesband.

“Da’s een mond vol.”

Peter spelt de bandnaam.

“Firesweep?”

“Firesweep”, zo herhaalt Peter met zijn nieuwslezende docentenstem, “da’s een auto uit de V.S. uit de jaren ’50. Onze pianist had zo’n auto.”

Ik zie wederom geen enkele aanleiding te twijfelen aan deze informatie, terwijl ik van nature graag een vraagteken plaats achter zowat iedere bewering. Ik was een plaag voor leraren op de middelbare school.

2015-11-15 16.56.46

 

“Op mijn zeventiende ging ik het huis uit. Ik móest weg. Ik werd verpleegkundige in Voorburg. Ik wilde graag de kunstacademie doen, maar dat mocht niet van mijn vader.”

‘Alle journalisten zijn alcoholisten’. Dat was het antwoord van mijn vader op mijn vraag of ik de Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg mocht volgen. We schrijven 1988. Ik was woedend maar ook stiekem onder de indruk van de alliteratie van zijn antwoord. Het klonk eigenlijk prima.

“Ik deed mijn werk en ik tekende veel in mijn vrije tijd. Alle voorwerpen die ik tegenkwam tekende ik na. Alles. Bloemen. Asbakken. Pennen. Kasten. Appels. Jurken. Handen. Ik was toen al een beetje opstandig, een beetje Spookrijder avant la lettre ja!”

Ze zoekt naar herkenning, maar ik durf haar niet aan te kijken. Het Spookijdersgehalte in mijn bestaan is eigenlijk, op de keper beschouwd, miniem. Ik ben gruwelijk eigenwijs maar dat is het eigenlijk. Ik ben bang dat ik door de mand ga vallen tijdens dit gesprek. Ik ben niet meer dan een burgerlul die van pindakaas, Rock & Roll, kip, Feyenoord, schrijven en wielrennen houd. En het liefst ga ik op tijd naar bed.

“Zo liet ik mannen hun baby’s bezoeken terwijl dat toen helemaal niet mocht. Ik had contact met artsen en ook dat was niet toegestaan. Ik noemde ze zelfs bij hun voornaam. Jaren zestig. Je weet wel.”

Ik weet niets. Ik heb godverdomme vijftien dagen van de roemruchte jaren zestig meegemaakt. Vijftien. Ik kwam als een dieppaarse framboosachtige baby op de wereld in een ijskoude winter alsof ik te lang vast had gezeten. Mijn gezondere teint kreeg ik pas in de jaren zeventig toen The Carpenters hun hits aaneen regen.

“Ik voelde aan alles dat ik weg moest. Ik ging werken bij de NVSH. Ik assisteerde bij het uitvoeren van abortussen. Kan je het je voorstellen wat mijn vader daarvan vond? Die streng katholieke man?”

Ik beslis te knikken.

“Ik kreeg er contact met een arts die aan de spreekwoordelijke wieg heeft gestaan van mijn culturele interesse. Er ging een nieuwe wereld voor me open. De wereld van de schilderkunst. Restaurants. En muziek. Zo bezochten we het concert van Van Morrison in het Concertgebouw in Den Haag. Het was een hele knappe arts. Hij kon iedereen krijgen.”

 

Dit zou zo een episode kunnen zijn van Medisch Centrum West. In mijn verbeelding ziet de arts van Emjée er uit als Marc Klein Essink. Zo’n arts die net iets te vaak de stethoscoop op het borstbeen van de wulpse (“maar dokter, wat doet u nu?”) verpleegkundige wil leggen.

“Nee nee!”, haast Emjée zich te zeggen alsof ze mijn gedachten kan lezen.

“God nee. Ik had een pure vriendschapsband met hem. Want dat kan. Dat weet jij.”

Ik weet van niets. Ik vind het eigenlijk gelul, zo’n geforceerde vriendschap tussen man en vrouw. Ik geloof in When Harry Met Sally. Maar ik zeg niets. Spookrijder mijn reet.

“In 1974 trouwde ik. Met Joop. In 1977 werd onze Sebastiaan geboren. En in 1979 Denise.”

 

2015-11-15 15.40.18

 

Emjée staat resoluut op. We krijgen wat te drinken. Een nieuw rondje koffie. Gevuld speculaas. Fabienne appt een hardloopfoto vanuit het Kralingse Bos. Emjée bladert met Anita door een fotoalbum. “Kijk hier! Alex!”. De vrouwen kijken naar een jonge Alex Roeka. Ik praat met Peter. Over het fenomeen fileleed. Dát is het. Hij heeft de stem van een filelezer. Als Peter de files voorleest, werkt het ontstressend voor hém en voor werkend Nederland. Zeker weten.

 

2015-11-15 15.08.31Ik begin haast ongeduldig te worden naar het verdere verloop van dit levensverhaal – even ongeduldig als Nanook die dringend naar buiten moet. Emjée lacht veel. Er zijn mensen die lachen om niet te huilen. Die verdraag ik beter dan mensen die huilen om niet te lachen. Emjée bestrijdt verdriet met een cocktail van opgewektheid, hoop en vertrouwen. Er huist geen greintje cynisme in het jaren dertig huis van Emjée en Peter dat zij enkele maanden geleden betrokken.

 

 

“Begin jaren tachtig begon ik een modeboetiek. In Voorburg. Ik had binnen drie jaar mijn diploma gehaald voor de Modevakschool. Dat dééd ik gewoon, terwijl ik eigenlijk heel onzeker was. Ben. Was. Ben…”

“Jij onzeker?”

Deze vraag klinkt zelfs mij wat pretentieus. Per slot van rekening ken ik Emjée slechts van Facebook. In de jaren negentig bevriend met Alex Roeka, sindsdien een fervent concertbezoekster van hem. Jij Roeka fan, ik Roeka fan, dus dikke mik. Zo simpel kan het leven zijn. Vraag maar aan Tarzan. Of Jane.

“Jazeker. Ik koos feitelijk de weg van de minste weerstand. Ik kreeg na verloop van tijd wel meer en meer contacten in het culturele wereldje maar ik was bang dat ik juist in dát wereldje tekort zou schieten. Dus koos ik voor de geborgenheid van een burgerlijk bestaan.”

Peter schenkt water in. Emjée lacht wat nerveus. Ik sta versteld van haar openhartigheid. Tegen een vreemde. Maar als je alle twee van Bruce Springsteen, Ian Hunter en Alex Roeka houdt, kan het snel gaan. Uit alles blijkt dat zij een mensen-mens is met een ‘ondanks alles’ mentaliteit en het vizier op de glimlach.

We naderen een hoogte- of dieptepunt. Ik voel het. De kop van Nanook rust op mijn voeten. Ze slaapt. Heerlijk, want ik heb altijd last van kouwe poten. Ik wil ook een Nanook. Voor thuis.

“Ik ben bij Joop weggegaan. Het ging niet meer. Hij had werkelijk niets met kunst, cultuur. Echt niets. Ik heb tijdelijk bij een vriendin ingewoond waar ik Eef heb leren kennen. Een wielrenner. Je weet wel.”

Eef1

Wielrenner Eef

Ja nou. Leer mij die neuroten kennen. Van harder. En dieper. Die pijn in. Zonder genade.

“Ik wilde juist rust, maar raakte tot over mijn oren verliefd. Hij ging eigenlijk verder waar ‘de knappe arts’ al mee bezig was. Eef was een lopende muziekencyclopedie. Wist alles. Hij was een graficus dus had ook een creatieve geest. Hij was gek op mijn kinderen en andersom. Alles klopte. Totdat-ie ziek werd. In drie maanden tijd verloor hij dertig kilo. Kon niet meer lopen. Het is gruwelijk om je man zo te zien aftakelen.”

“Sorry…je mán zei je?”

“Ja heb ik dat niet gezegd dan? We waren getrouwd, Eef en ik. Goed. Op een zaterdag waren de kinderen naar hun vader, Joop dus. Eef stuurde mij naar buiten voor een boodschap of zo. Iets onbeduidends. Je weet wel. Maar ik voelde dat iets niet deugde. Dus keerde ik terug maar het was te laat. Althans, bíjna te laat. Ik vond hem in de schuur. Voordat ik het wist had een ambulance Eef meegenomen. Naar de IC. Hij had geprobeerd zelfmoord te plegen. Na drie dagen wist hij te ontsnappen. Uit het ziekenhuis. En toen slaagde zijn zelfmoordpoging wel. Hij had zichzelf voor een trein geworpen.”

Jaren geleden schreef ik een komisch bedoeld verhaal over een machinist die voor moord werd gearresteerd nadat een man zich voor zijn trein had geworpen. Grappig zolang machinist en slachtoffer zich ver van jouw bed begeven.

Een stoel kraakt. Vullingen rusten in kiesholtes. Nanook slaapt onverstoorbaar door. Iets pruttelt op het fornuis. Iemand kucht. Een kan water wordt gevuld. Op de achtergrond klinkt een lied van The Doors. Zacht. Heel zacht. Maar door de The Doors heen horen we eigenlijk gitaarklanken. Klanken die watermeloenen op paashooi doen splijten.

De regen slaat nog altijd tegen het raam achter Peter en mij. De gordijnen aan de straatkant heeft Emjée gesloten. We zijn omvangen.

 

 

“…toen de futen de balts deden!”

Wellicht volgt Emjée een cursus Zweeds en wil zij ons imponeren. Ik kan er geen touw aan vastknopen.

“Pardon? Futen? Balts?”

“Futen ja. De balts! Ik liep veel hard die dagen. Echt veel. Ik weet nog goed dat ik op een dag rende en ik in het water twee futen de balts zag doen. Daar werd ik zó blij van. Ik voelde het leven in me stromen als het ware.”

Ik wist het. Het moest ervan komen, ik kon erop wachten. Ik was op de hoogte van de fascinatie van Emjée en Peter voor Moeder Natuur. Via Facebook natuurlijk. Die ellenlange betogen over de neukgewoontes van de harige zwartbuikhamster of de paringsdrang van de blinkende prachtkever. Ik heb er geen reet mee, ook al noemen ze mij in bepaalde contreien van het land een kakkerlak. Sterker nog, ik heb iets tégen de natuur. De natuur belemmert me.

Op het gebarsten beeldschermpje van Peters mobieltje zie ik twee haastig gegoogelde futen de balts doen. Ik kan het niet helpen, maar ik weet niet hoe ik moet reageren op een foto waarop twee watervogels elkaar nogal debiel aanstaren.

futen-img_2510

 

Vanochtend nog. Heel ons programma dreigde in de soep te lopen vanwege een Rode Panda die uit Diergaarde Blijdorp was ontsnapt met als gevolg dat het treinverkeer rondom Rotterdam was vastgelopen waardoor de fotoshoot van Fabienne vertraging opliep, haar model was onderweg van Delft naar Rotterdam, en waardoor wij dus later, te laat, naar Steenwijk konden vertrekken. Door zo’n rode kut panda.

En Emjée’s eigen vakantie ging afgelopen zomer de mist in omdat het gehuurde huisje in Frankrijk bezaaid bleek met relmuizen. Lang leve de ironie.

Geen muziekstuk van Brahms, noch een gedicht van J.C. Bloem luidde dus Emjée’s herstel in, maar twee balts uitvoerende futen. God heeft vreemde kostgangers.

Peter trekt me het broodnodige heden in:

“Nog ieder jaar herdenken we Eef. Op zijn verjaardag. Met rode wijn. En dan draaien we Zappa’s Watermelon in Easter Hay dat gedraaid werd op zijn uitvaart.”

 

Eef

Eef op de Col de Saxel

 

Lees hier deel II – MJ vindt Emjee

 

 

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

4 Reacties

  1. Pingback: Zingen in de Storm – 1 De Mensenmens | Spookrijden.nu

  2. Pingback: Deel II – MJ vindt Emjée | Spookrijden.nu

  3. R.Hendriks Antwoord

    Weer een verhaal uit het leven gegrepen en door jou in pakkende zinnen opgeschreven, ben diep onder de indruk van deel I en vind het prachtig dat er zo`n intens en mooi verhaal verteld kan worden en dat alleen door Facebook en een artiest die door jullie beiden bewonderd wordt. Kijk uit naar het vervolg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up