De Weg Naar Kralingen

‘Kan je na drie jaar vrienden van elkaar worden? Echte vrienden? Ik bedoel, in vergelijking met gasten die je al een jaartje of 30 kent?’

‘Sluit het ene het andere uit dan?’

We fietsen de jeugd van Dannis uit. Lekkerkerk ligt achter ons, de weg naar Kralingen wacht op ons…

 

Ik ken Dannis, medeorganisator van de Ronde van Kralingen, een jaartje of drie. Voor het gesprek van vandaag hebben we op de fiets afgesproken:

‘Gek idee dat wij nog nooit écht samen hebben gefietst’, had Dannis in zijn voortuin gezegd. We dronken koffie. Ik speelde met de grove kiezelstenen onder de wielerplaatjes van mijn fietsschoenen.

‘Dat komt door jou Dan’, antwoordde ik, ‘jij bent een niveautje te hoog en je weigert je te laten afzakken naar mijn groep der minder–getalenteerden hahaha.’

Dannis glimlacht. Zijn bescheidenheid is niet vals. Gelukkig niet. Het duurt normaal gesproken een minuutje of twee voordat ik door dergelijke zeepbellen heb geprikt. Dannis is anders. Dannis is een Sneldenker. Zijn humor is scherpzinnig, somtijds zwart, een tikkie cynisch, maar altijd eigengereid en volstrekt origineel.

Zijn humor is zijn karakter, omdat goede humor nooit liegt.

 

‘Hier op de Krimpense Tiendweg liggen mijn wortels’, zei Dannis bij het begin van onze fietstocht. We staarden naar een open veld waarin drie hazen wegschoten. Ik schrok me de tering, Dannis vertrok echter geen spier. Een veelzeggend moment.

‘En daar even verderop staan de paarden van mijn meiden.’

Hij heeft een goeie kop, zou mijn wijlen schoonvader zeggen. Zijn prachtig gesoigneerd baardje staat model voor zijn mooie getekende kop. Dannis heeft geleefd, zoveel is duidelijk, maar Dannis lééft nog altijd. Leven in de meest letterlijke zin van het woord. Leven zoals in ideeën uitwisselen, leven zoals in kwetsbaarheid en leven zoals in bereidbaarheid om te luisteren.

‘Mijn pa is niet in orde Dannis’, zei ik vanochtend vroeg. Ik zette mijn fiets in zijn achtertuin. Dannis zette koffie, zei dus ‘gek idee dat wij nog nooit écht samen hebben gefietst’, en vormde één en al luisterend oor toen ik over de precaire gezondheidssituatie van mijn vader vertelde. Hij legde zijn hand op mijn schouder en zei niets. De hand zei ‘ik voel met je mee.’

Dannis overhandigde me een briefje.

‘Dit is afkomstig van mijn moeder Wil. Een echte Rotterdamse moet je weten. Ik had gezegd dat jij langs zou komen. Voor mijn verhaal. “Over onze wortels die voor een deel in Lekkerkerk en deels in Kralingen liggen ma”, had ik gezegd. Ze heeft wat van je levensverhalen gelezen en heeft toen dit briefje geschreven. Mooi he…’

Ik had het handgeschreven briefje van moeder Wil, geboren 7 mei 1947, gelezen. Haar regelmatige handschrift verraadde discipline en een hang naar klaarheid. In 1953 verhuisde ze naar de Palestinastraat 96B in Rotterdam-Kralingen, zo las ik. Na zijn werk in de meelfabriek De Blauwe Molen werd  vader Wim Leenderts vanaf 1958 vrachtwagenchauffeur bij Goudswaard. Wils moeder deed schoonmaakwerk en had daarnaast verschillende bijbaantjes. Hardwerkende mensen.

‘Loop eens mij Mar, laat ik je onze tuin zien.’

Dannis praat met de rust en de trots van een oorlogsveteraan. Zijn puurheid raakte me al in september 2018 toen we beiden voor het eerst écht serieus met elkaar in gesprek raakten. We zaten aan de rand van het zwembad. Hij toonde oprechte interesse in mijn mijn en ik in zijn zijn. Met Dannis moet het ernstig goed bier drinken zijn, zo stelde ik na afloop vast. De dag daarop zouden we echter aan Joop Zoetemelks zijde de Mont Ventoux beklimmen, dus van bierdrinken kwam het niet.

Helaas niet.

‘Nee mijn liefde voor het wielrennen begon niet in mijn jeugdjaren’, zo lacht Dannis nu, ‘ik was een beperkte voetballer bij VV Lekkerkerk. Mijn broer, godbetert een Ajax-fan, kreeg alle complimenten van mijn vader. Terecht hoor. Ik was zelf een type Jan Wouters, de schoppende nummer acht, die toen eigenlijk nog uitgevonden moest worden hahaha. “Je loopt er als een wijf bij met je lange haar!”, antwoordde mijn vader toen ik hem vroeg hoe ik had gespeeld hahaha…’

 

Ik had Dannis vanochtend verteld over de precaire fase waarin mijn vader thans verkeert. Ik sprak volgens mij over echo’s, bodemloze putten, angstaanvallen en doodlopende wegen.

‘1999. Ik zat in De Kuip. Vakkie T. Feyenoord-Vitesse. Belt mijn broer Glenn me op. “Kom naar huis, pa is niet orde”. Ik zei dat ie moest wachten. Ik zat immers in De Kuip. “Nu meteen”, zei Glenn. Ik wist genoeg. Mijn vader was niet lekker geworden. Werd opgenomen in het ziekenhuis in Gouda. Een week  later, op 28 mei 1999, stierf hij. Zo maar. We lieten autopsie plegen want we waren in totale onzekerheid over de oorzaak. “Uw man zat helemaal onder de kanker… van top tot teen”, zei de patholoog, ‘uw man moet vreselijk veel pijn hebben gehad.’

 

Op de hoek van de Tiendweg en de Kerkweg stoppen we. Dannis wijst naar de boerderij op de hoek, op het huis waar hij zelf van zijn vierde tot zijn veertiende woonde (‘mijn jeugd vertaalt zich uiteindelijk in het geluid van lege melkbussen op de stoep op een vroege ochtend’), op de enigszins vervallen Joodse begraafplaats, op het huis van zijn eerste vriendinnetje:

‘Haar moeder was ziek. Ik was een jaar of zeventien. Ik weet nog als de dag van vandaag hoezeer ik enerzijds verlangde naar het lichaam van mijn vriendinnetje en hoe ik anderzijds getuige was van de lijdensweg van haar moeder. Een bizarre ontdekking dat seks en de dood zo dicht bij elkaar lagen… letterlijk en figuurlijk… Maar je bent zeventien. Wat weet je als je zeventien bent?’

‘Alles wat je móet weten als zeventienjarige’, antwoord ik met een knipoog. Ik krijg nog rode wangen après la lettre als ik terugdenk aan mijn eigen ontdekkingsreis in de liefde. Mijn eerste tongkus gaf ik toen ik een vriendinnetje op het metroperron van Zuidplein had afgezet. Ik keerde met een joekel van een erectie naar huis. Ik was tot het bot verliefd en wilde met haar naar bed, trouwen en kindjes maken. Al een dag later liep ik op hetzelfde perron bij hetzelfde meisje met mijn neus tegen de lamp. Daar en toen is mijn liefde voor Bob Dylan begonnen.

Het was 1985 en alleen Bob begreep mijn pijn. Daarom had hij twintig jaar daarvoor It’s All Over Now Baby Blue geschreven. Al duurde mijn liefde slechts één dag, Bob begréép mij tenminste. Mijn vader niet. Die vond dat Bob Dylan door zijn neus zong.

Ik dacht aan Alex Roeka, Dylans Nederlandse tweelingbroer. Vorig jaar troffen Dannis en ik elkaar in Theater Walhalla op Katendrecht bij een optreden van Alex.

 

‘Waar komt jouw liefde voor muziek eigenlijk vandaan Dannis?’

‘Grotendeels door mijn wederhelft Merike, zij werkte jarenlang in Rotown en Nighttown, maar uiteindelijk kom ik dan toch weer terug op mijn vader Henk. Pas na zijn overlijden ging ik me verdiepen in zijn platen- en CD-collectie. Dylan, Stevens, Neil Young, Leonard Cohen, Dire Straits, Fleetwood Mac. Hij speelde ook gitaar weet je…. in een bandje zelfs ja…’

We hebben halt gehouden in een buurtschap dat luistert naar de merkwaardige naam Opperduit waar vader Henk zijn droomhuis had gebouwd. Dannis wijst naar zijn jongenskamer:

‘Daar kon ik mooi door het raam naar buiten klimmen hahaha. Wat een huis he. Ik was toen opstandig. Wilde van alles, maar uiteindelijk niets. Ik sloeg het schooladvies voor het gymnasium in de wind en voltooide met twee vingers in de neus de HAVO. Ik had dus tijd en vrijheid zat.
Dit huis waarvoor we nu staan was wel zo’n beetje het hoogtepunt uit het leven van mijn vader ja. Hij was jarenlang directeur van Automatic Holland, van die koffie ja, maar hij is altijd heel gewoon, heel bescheiden vooral, gebleven. Stond ie in zijn spijkerbroek en spijkeroverhemd onkruid te wieden op het voorportaal. Kwam er iemand voorbij die vroeg “is de heer des huizes misschien ook aanwezig?” Dan lag-ie in een deuk, die ouwe van me. Hij is er trouwens ook in begraven.’

‘Pardon Dannis?’

‘In die spijkerbroek en dat spijkeroverhemd. Hier effe verderop.’

We fietsen verder. Dannis heeft geen behoefte om het graf van zijn vader te bezoeken. Het voelt alsof ik onderdeel ben van een Springsteenesk filmscenario. Springsteens donkere eenzelvige kant komt vooral tot uiting in Darkness on the Edge of Town: getalenteerde onbegrepen jongen zet zich af tegen zijn pa, ziet te weinig uitdagingen in zijn bescheiden woonplaats en wil slechts één ding: ontsnappen. Het New York van Springsteen is Rotterdam voor Dannis.

Ineens komt Nick Cave ter sprake:

‘De emoties lopen wel eens op als ik hier in mijn eentje in mijn jeugd rond dwarrel ja. Dan komt het verleden binnen. Met de heftigheid van een baksteen door een winkelruit. Dan moet het wel kutweer zijn. Een beetje Nick Cave weer… anders werkt het niet…’

Hij lacht.

Mijn gedachten gaan terug naar een tijdje geleden. Dannis had een legendarisch optreden van Nick Cave bijgewoond in Antwerpen. Ondanks of dankzij het feit dat ik geen kaartjes had, appte hij me na afloop hoe bijzonder het was geweest dat hij hierbij mócht zijn. Zoals ik al zei: straffe humor is een beetje Rotterdammer niet vreemd.

 

 

We fietsen alweer terug naar Rotterdam en zijn onderweg naar Kralingen.

‘De weg, mijn weg, naar Kralingen loopt dus inderdaad via Lekkerkerk. Na mijn puberjaren ben ik aan het hardlopen geslagen. In 2003 liep ik mijn eerste marathon, die van Rotterdam uiteraard. Een paar jaar later raakte ik, door toedoen van mijn huidige compagnon, voor het eerst in contact met de racefiets. Nou van het een kwam het ander…’

Dannis loopt enkele keren per week hard, dwars door het Kralingse Bos, met zijn honden Jaap en Monkie. Iemand die zijn hond Jaap noemt verdient een lintje. Daarnaast gaat hij veelal op zijn fiets naar zijn werk in Den Haag:

‘Ik ben mede-eigenaar c.q. algemeen directeur van de Actos Groep. We zijn een serieuze speler in de wereld van recruitement en detachering. Of ik trots ben of kan zijn? Jazeker! Ik ben een harde werker die van discipline houdt. Met diezelfde mentaliteit sport ik ook als hardloper, wielrenner en triatleet. En ik ben trots op Merike, op mijn leven met haar, en dat zij het leven heeft gegeven aan onze dochters Pippa en Danne. Maar ik ben evengoed trots op mijn Lekkerkerkse en Kralingse wortels…’

Moeder Wil had in haar briefje geschreven dat zij op Sint Lambertusschool aan de Hoflaan had gezeten. Haar broer ging naar de jongensschool aan de Gerdesiaweg en Wils zus kwam te wonen aan de Ramlehweg. In Kralingen. Uiteraard.

 

 

 

Dannis en ik bevinden ons op de Avenue Concordia in hartje Kralingen. Hier stoppen we. We legen onze bidons in onze dorstige kelen. Dannis en Nils Ligthart, projectleider  bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, bliezen in 2016 de Ronde van Kralingen nieuw leven in:

‘Nils was de vader van een klasgenoot van een van mijn meiden. Op een één of andere manier kwam ineens ter sprake dat hij voornemens was de Ronde te organiseren. “Als ik je ergens mee kan helpen, dan hoor ik het wel”, had ik gezegd. Nou dat heb ik geweten hahaha….’

Dannis en Nils benaderen sponsoren, leggen contact met de gemeente en voelen dat de Ronde na jaren te zijn weggeweest lééft in de wijk. Ondanks hun drukke bestaan geeft de wedergeboorte van de Ronde de beide heren energie:

‘Het is onze manier om mensen te verbinden, om het nuttige met het aangename te verenigen. Om iets terug te doen voor de wijk, voor haar bewoners en haar middenstand. Onze kracht is denk ik het brede programma dat we aanbieden: van een Family Run tot een Stratenloop. Van de Dikke Banden Race tot de Vrouwenkoers. We zijn de gemeente en onze sponsoren intens dankbaar. Wat Nils en ik ook willen, zonder hun support is het organiseren van de Ronde gewoonweg niet mogelijk.’

‘Je vergeet een categorie Dannis.’

‘Welke dan?’

‘De Zondagfietsers B. Weet je nog?’

‘Oh ja….in 2017! Je werd derde hahahaha…’

‘Mijn vader zag me op het podium staan. Ik ontving de bokaal en bloemen uit de handen van oud-burgermeester Opstelten. Mijn arme vader, toen al Alzheimerpatiënt, dacht dat ik de Tour had gewonnen…hij huilde van geluk weet ik nog…’

Dannis glimlacht, ik glimlach.

We zwijgen en slikken ons verleden in. We staan in het Kralingse Bos.

‘Mijn favoriete plaat die me aan mijn vader doet denken? Father and Son. Van Cat Stevens.’

Tegen het decor van de Kralingse Plas met de brokkelige skyline van Rotterdam als fiere decorstukken, omhelzen de zoons van Henk en Wim elkaar.

Uiteindelijk is hun verhaal zo oud en jong als de weg naar Kralingen.

 

 

***

 

Ook deelnemen aan de Ronde van Kralingen? Check dan hier de website!

 

FOTOGALERIJ

 

 

 

Dank aan Dannis voor het vertrouwen, de openhartigheid en de vriendschap.

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

2 Reacties

  1. Dennis Burger Antwoord

    Erg mooi stuk, emotie stroomt er uit. Dannis tijdens een deel van mijn jeugd van dichtbij meegemaakt, dus veel herkenbare dingen 👍🏻

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up