DE BAS HORDIJK BOKAAL

(profielfoto: Bas Hordijk in het wiel van Eddy Merckx)

 

-In gesprek met Aad en Nell Hordijk, broer en zus van Bas Hordijk –

 

‘De Bas Hordijk Bokaal bij de Ronde van Heijplaat…het is zó’n mooie postume eer… een soort History Revival…

Aad Hordijk neemt voorzichtig een slok van zijn hete thee. Het gesprek heeft zojuist tegelijk het zwaarte-, diepte- en hoogtepunt bereikt.

‘Verdomd! Je koffie! He-le-maal koud geworden…ôh wat erg!’, lacht zus Nell die zich naar het aanrecht snelt om mijn koffie te halen.

‘Geeft niks. Ik drink graag koude koffie. Daarom ben ik zo knap.’

‘Hahaha… niet in je verhaal zetten hoor, van die koffie… wát stom hahaha….’

 

We zitten aan de keukentafel van de 73-jarige Aad Hordijk, broer van de Heijplaatse oud-beroepsrenner Bas Hordijk (1952).

Het wielervirus zit in het bloed bij de familie Hordijk. Vader Henk (1922), als groenteboer een begrip op Heijplaat, koerste vooral veteranenkoersen. Hij erkende in zijn drie jaar oudere broer Bas Hordijk een groter talent. Zus Nell:

‘Ze reden op de wielerbaan aan de Kromme Zandweg op Zuid, waar Feyenoord toen ook zat. Onze vader was gek op de koers. Moeder hield zich bezig met de fourage. Jaren later, toen Bas koerste, draaide heel ons gezinsleven om hem. En om de koers. Bas had talent. Wilde Bas biefstuk, werd biefstuk gegeten. Ik was Bas’ grootste fan…plakboeken vol heb ik nog van hem…’, verzucht Nell Hordijk (1949).

Bas wordt als lichtelijk verwend omschreven. Toch is er geenszins sprake van jaloezie, noch van verbittering. Integendeel. De keuken is gevuld met gemoedelijkheid, familieliefde en plagerijtjes die de onderlinge liefde bevestigt. Broer en zus halen met plezier herinneringen op uit hun fijne jeugd op de Heijplaat. Ze vertellen hoe de jonge Bas al op achtjarige leeftijd zijn eerste koersjes won. Gevraagd naar zijn karakter klinkt het eensluidend:

‘Zó’n lieve sociale jongen. Een schat. En niet omdat het onze broer is. Maar hij deed écht geen vlieg kwaad. Misschien, als ie wat sluwer was geweest, wat harder, wat gemener, misschien had hij dán verder gekomen in de wielrennerij…’

Als een reizend circus volgt het gezin de trainingen en wedstrijden van Bas, in binnen- en buitenland. Als spurter wint hij menig criterium en kermiskoers. Vader Henk zit gevangen tussen trots en angst. Trots op het sprinttalent van Bas (‘klimmen? hij kon nog geen viaduct op hahaha’), maar ook angst om het lot van zijn zoon Bas. Bang voor fysiek leed. Bang dat hij geflikt wordt. Bang dat ze hem besodemieteren.

Na zijn schooltijd komt Aad, een geboren zakenman met een instinctief neusje voor handel, te werken voor de firma Salomé, een handelsbedrijf in aanstekers. Bas, vernoemd naar zijn vermaarde oom die inmiddels naar de Verenigde Staten is verhuisd, helpt zijn broer bij het inpakken en wegbrengen van orders. Aad:

‘Bas reed als enige profrenner voor sponsor Salomé als een soort one man band ja. Dat kon toen nog. Bovendien was hij op Zuid een winkel in sportprijzen begonnen. Dus al met al verdiende Bas een leuk centje. Zeker voor die tijd en zeker ten opzichte van andere beroepsrenners. Je had het gevoel dat het hem een beetje kwam aanwaaien allemaal. Echt zo’n geluksvogel…. althans dat gevoel hadden we tóen…’

In 1973 wint Bas Hordijk met de Ronde van Vlijmen zijn eerste profkoers. Zijn sprintkwaliteiten blijven niet onopgemerkt: hij tekent een contract bij de Raleigh ploeg van Peter Post die in de beginjaren om budgettaire redenen vooral gokt op jong talent. Het vermeende grote talent komt er bij Bas echter niet uit. ‘Had Bas mijn kop maar gehad en ik zijn benen, dan waren we samen wereldkampioen geworden’, zo liet wijlen Frank Ouwerkerk, toenmalige echtgenoot van Nell en zelf een verdienstelijk amateur, zich regelmatig ontvallen.

In de spreekwoordelijke vooravond van de gloriejaren van Raleigh wordt Bas’ contract dan ook niet verlengd. Met aanstaande wereldtoppers Jan Raas en Gerrie Knetemann als concurrenten bepaald geen schande. Zodra de naam van de Kneet valt, begint Nell (“ik heb een tijdje in Amerika gewoond en omdat Nelleke niet uit te spreken was, werd Nelleke geen Nel maar Nell hahaha”) te lachen. Een lach die zij onbewust laat vergezellen van tranen:

‘Op een gegeven moment ging Bas trainen. Bij zijn oom Bas. Op Hawaii. Lekker genieten van de zon. Dat hoorde Gerrie. Die wilde dat ook. Dus die ging klagen bij Post. Met een knipoog natuurlijk. Gerrie en Bas waren heel goed met elkaar. Affijn jaren later, dus na Bas’ overlijden, ben ik op Hawaii…. zie ik toch in de verte de Kneet aan komen lopen. “Gerrie?” zeg ik. “Nell?”, zegt hij, “Jij? Hier? Nu? Ik heb het echt nét met Gré over je gehad! Ik zeg nog dat Bas Hordijk hier nog getraind heeft… op het strand van Waikiki… en nu jij hier?!” Nou… toen stonden wij natuurlijk een potje te janken met elkaar…ook de Kneet miste Bas…’

Er valt een stilte.

We ontkomen er niet aan. De dood van Bas. Aad schraapt zijn keel en doorbreekt de stilte:

‘Het was zaterdag 30 juli 1977. Ik was een huis aan het bouwen in Oostvoorne. Komt mijn buurman naar me toegelopen. Piet. Hij had naar de radio geluisterd. Hij zegt “loop eens mee. Je moet mee naar huis bellen.” Hij zag asgrauw. Bij een publieke telefooncel stuurde hij nog wat kwajongens weg. “Opsodemieteren jullie! Deze mijnheer moet bellen!”… zo ging dat toen…’

Er valt wederom een stilte.

‘Ik kreeg te horen dat Bas overleden was. Ik ben in een recordtijd van Oostvoorne naar de Heijplaat gereden. Daar zag ik mijn ouders… ik zie ze nog zó zitten….’

Ook Nell weet nog als de dag van gisteren wát ze deed en wáár ze was toen ze de dood van Bas vernam:

‘Ik ging altijd mee naar de koers. Altijd. Behalve die 30e juli, die bewuste koers in Santpoort. Er waren twee klanten van Saromé uit Japan overgekomen en die wilden graag mee naar de koers. Daar had Bas al zijn handen vol aan, zo dachten wij. Ik was met Frank ijs wezen halen bij Capri, in de stad. Kom ik aan in Heijplaat bij het huis van mijn ouders, staat Carla, Aads toenmalige vrouw, daar. In onze achtertuin. “Bas is dood”, stamelt ze. We waren verlamd.’

Vader en moeder blijken de dood van hun zoon op 25-jarige leeftijd nooit écht te zijn bovengekomen. Ze proberen het wel, maar het verdriet is te zwaar, het gemis te ongrijpbaar, de impact te groot. Een groenteboer kan nu eenmaal niet zonder een oogappel.

Een val van een muurtje op zesjarige leeftijd ligt hoogstwaarschijnlijk ten grondslag aan Bas’ overlijden een kleine 20 jaar later. Hij liep er een schedelbasisfractuur op en moest twee jaar lang op spraakles. ‘Eén keer per jaar was Bas niet in orde. Viel ie haast flauw. Moest ie echt zijn rust pakken en plat liggen. En zwéten dat ie deed… zwéten…’

Herinneringen kunnen een zegen of een plaag zijn. Bij Aad en Nell zwerven ze er ergens tussenin. In Niemandsland. Met liefde praten ze over hun broer, maar de pijn van diens vroegtijdig overlijden is nog altijd voelbaar. Als een wond waarvan het korstje wordt opengekrabd telkens als zijn dood ter sprake komt. Godzijdank hebben Aad en Nell elkaar nog. Ook de onderlinge band met Carla en Marleen, Aads huidige vrouw, is hecht. Ook de naam Nora Koppert valt regelmatig. Nell:

‘Zij was de toenmalige verloofde van Bas. Ze hoorde echt bij de familie en dat is in dik veertig jaar niet veranderd. Ik spreek haar nog altijd. Minimaal drie keer per week. Zegt toch genoeg…’

Op de keukentafel staat een aansteker met een zwartwit afbeelding van Bas. ‘Iedere keer als ik een sportprijs of –trofee in handen krijg, draai ik het om. Om te kijken of het uit Bas’ winkel komt. Instinct.’ Als Nell ziet dat mijn ogen gefixeerd zijn op de inderdaad goed uitziende Bas, lacht ze: ‘ja knap was ie, maar geen kapsones hoor. Hij had gewoon flair. Zo’n lieve vent…’

Aad loopt moeilijk. Hij is door zijn rug gegaan, maar het heeft geen invloed op zijn humeur. De postume eer voor zijn broer doet hem overduidelijk goed:

‘Toch niet te geloven. Dat er nu, 42 jaar na zijn overlijden, een prijs wordt vernoemd naar de man die een zaak in sportprijzen had. De Bas Hordijk Bokaal….  en dat wíj die dan mogen uitreiken…’

Zus Nell vult hem aan:

‘…en helemaal leuk om te vermelden: onze familie uit Amerika van onze inmiddels overleden Oom Bas is er ook bij! Mogen ze met eigen ogen aanschouwen dat de naam van Bas nog altijd in ere wordt gehouden… met de wedergeboorte van de Ronde van Heijplaat…met de Bas Hordijk Bokaal…’

 

***

Bezoek hier de website van de Ronde van Heijplaat of volg de Ronde op Facebook of LinkedIn.

Dank aan de organisatie van de Ronde van Heijplaat voor de prachtige donatie ter ondersteuning van mijn Alpe d’HuZes campagne!

***

Lees hier het verhaal ‘Het Cadeau van Ketelbinkie’ over Organisator, Hoofdsponsor & Inspirator Ronde van Heijplaat, “Ketelbinkie” John de Roode.

Lees hier het verhaal ‘De Magie van het Rugnummer’ over Ambassadeur van de Ronde van Heijplaat, wielerheld Maarten den Bakker.

***

Oom Bas Hordijk Sr. (later naar VS verhuisd)

Ronde van Nederland. Moeder Hordijk overhandigt een bidon aan haar zoon Bas.

Nell en Bas Hordijk

‘Oom’ Bas Hordijk Sr. (l) en André de Korver (r)

De groentewagen van Heijplaat van Opa en Oma en later overgenomen door de ouders van Aad, Bas en Nell.

 

Dank aan Nell en Aad Hordijk voor de openhartigheid en het vertrouwen. Tot 15 juni bij de Ronde van Heijplaat waar zij de Bas Hordijk Bokaal zullen uitreiken!

 

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up