AD6-2018 / 15. FIETSWASSTRAAT

Vrijdag 18 mei 2018 fietsten Ruud en ik om 18:06u voor de eerste en hoogstwaarschijnlijk laatste keer door een fietswasstraat.

Dit is ons verhaal…

 

Het is een jaarlijkse traditie geworden om enkele weken voor aanvang van Alpe d’HuZes onze vrienden in Limburg per fiets te bezoeken. De fietstocht, variërend van 150 Km tot 180 Km (tot Eindhoven lig je op schema, in Limburg weet je het nooit), is meer dan een welkome langeafstandstraining. Het is bovenal bedoeld als eerbetoon aan deze gulle gevers voor hun jaarlijkse bovenmatige financiële ondersteuning van de Alpe d’HuZes campagne.

Met deze tocht fiets ik ieder jaar mijn verleden in.

Voor de goede orde, ik bezoek mijn vrienden in Limburg vaker, minimaal twee keer per maand, en dat al een kleine dertig jaar lang. Maar op de fiets beleef je per definitie je omgeving intenser, dat zal iedere fietser beamen, en dat maakt iedere fietstocht speciaal. In de auto heb ik persoonlijk geen enkele notie van de natuur en ben ik één met het azijnzure nieuws van Radio 1 dat zich feilloos weet te harmoniëren met mijn diep gewortelde ergernis over de file bij pakweg de Moerdijkbrug.

Op de fiets ben je één met het asfalt (hierover later meer), één met de flora en fauna, één met de uitlaatgassen langs de A16, de A58 en de A2 (en bij Eindhoven een flardje A67), en bovenal één met het doel van je tocht, in dit geval dus een fietstocht je verleden in.

 

[klik op een afbeelding voor een vergroting]


Met Lex bij Hohenwalt (24 januari 2011)

Carlos en Erwin Hohenwalt

 


 

Vanaf 1989 tot en met 2013 werkte ik voor, met, tussen, onder en boven het fenomeen Lex Stockx. In 1993 startten we onze eigen onderneming in Eindhoven. Eenentwintig jaar lang reed ik dagelijks op en neer van Rotterdam naar Eindhoven en vice versa (ik ben mede verantwoordelijk voor het gat in de ozonlaag waardoor jullie zulke prachtige zomers beleven) en minstens één keer per week bezocht ik, vaak met Lex, onze vrienden van onze huisvervoerder Baets en van het iets verderop gelegen familiebedrijf Hohenwalt, gevestigd te Kelpen-Oler, een gehucht geklemd tussen de grootstedelijke monsters Weert en Roermond. Kelpen-Oler heeft alles weg van Armorica, het Bretonse dorp dat onder leiding van Asterix en Obelix zo heldhaftig standhield tegen de Romeinse overheersers. De Limburgse uitvoeringen van Asterix en Obelix in mijn leven zijn de gebroeders Erwin en Carlos Hohenwalt. Ik doe al bijna 30 jaar zaken met deze mensen die ik niet beschouw als zakelijke relaties, noch als vrienden. Dit is familie.

Mijn jaarlijkse fietsbezoek aan de familie in Limburg heeft in metaforische zin alles weg van een grondige wasbeurt. De ongedwongen gastvrijheid en natuurlijke onthaasting van Limburg hebben een reinigende werking op mijn westerse geweten dat zich dagelijks gevuld weet met flauwe platvloersheid, ironie en cynisme.

Op de fiets ben je, zoals gezegd, één met het asfalt en dus achtte ik het die ochtend, rond de klok van kwart voor tien, nodig om dit gevoel in de meest letterlijke zin te ervaren. Ruud en ik waren nog geen twee minuten op weg of een afgesloten fietspad langs de A16 zorgde ervoor dat wij rechtsomkeert moesten waarbij mijn voorwiel net langs het randje van het fietspadasfalt schuurde en ik met een snelheid van 1,2 km/uur tegen de vlakte ging. Lulliger kon niet. Mijn heup en rechter ellenboog vielen de klap op, maar vele malen erger vond ik de eerste beschadiging aan de achterderailleur van mijn lief, mijn gloednieuwe Guillem.

‘Sjezus, gaat ie Mar?’, vroeg Ruud.

Een uitstekende kans om hierbij Ruud in het juiste perspectief te plaatsen: Ruud ken ik iets langer dan 40 jaar (om precies te zijn 41 jaar, want in 1977 werd ik lid van Overmaas) waarvan de laatste 24 intensief. Sinds 1994 stapten Lex en ik van het principe af dat we nóóit, maar dan ook echt nóóit meer met een expediteur zouden werken. Dit principe stamde uit 1993 – langer zou een principe bij Lex in leven nooit stand hebben gehouden. In 1994 bezocht Ruud ons kantoor in Eindhoven. Lex zat er in eerste instantie een beetje voor lul bij omdat Ruud en ik het eerste anderhalf uur gebruikten om allerlei Overmaas trivia de revue te laten passeren. Leefde Ome Piet nog? Had Ruud óóit nog iets van Henk Apol gehoord en moest ook Ruud niet bekennen het correct ingooien (enkels tegen elkaar en gooien vanuit de nek) van mijnheer Siegel te hebben geleerd?

 

Overmaas D3, linksonder Ruud naast mijn broer en aanvoerder Edwin (maart 1977)

 

We fietsen door Zwijndrecht, de enige vaderlandse gemeente die niet de beschikking heeft over een centrum. Zwijndrecht is een troosteloze samenklontering van inspiratieloze woonwijken en dito bedrijventerreinen.
Hier, in Zwijndrecht dus, ving in augustus 1989 nochtans mijn arbeidsleven aan. Als Hoofd-Archief en Hoofd-WC rollen promoveerde ik die winter tot Hoofd-Kerstkaarten. Mijn eerste aanvaring met Lex was een feit:

‘WIE HEIT HIER GOD-NON-DE-JU MET ZENE VIEZE POTEN DE KERSTKAARTVELOPPEN DICHT GEPLAKT?’

Mijn “ik mijnheer” stond hem niet in de weg om mij een tweede uitbrander te geven:

‘MENNEKE HEDDE GAI GEZIEN DAT OP DEZEN ENVELOPPE UWEN DUIMAFDRUK ZIT? HEDDE GAI WEL EENS GEDACHT HOE ZO ENE KAART BIJ EEN KLANT ÂNKUMT?! NOU?’

‘Hebbie al eens gezegd Mar dit…’, zegt Ruud nu terwijl wij ons door een wirwar van fietspaden en onnavolgbare Dordtse kruispunten heen worstelen, ‘dat doe je elk jaar…. maar dat geeft niet…’

Een stief half uurtje later fietsen we de provincie Brabant in, maar het duurt eventjes voordat we de Randstedelijke spanningen uit ons gestel hebben gefietst. Met name de opengelegde weg bij Zevenbergschen Hoek appelleert nog te veel aan Zuid-Holland.

 

 

Voorbij Breda begint Brabant pas echt terrein te winnen. In de speciaal aangemaakte groepsapp “Spookrijders On Tour” melden we onze whereabouts. We doen een plas, eten een pannenkoek van Mevrouw de Spookrijdert, lurken aan onze bidons en zijn alweer op weg naar Tilburg waar een volgende Ruud zich bij ons zal voegen.

“Doe maar Café Zomerlust aan de Oisterwijksebaan 15, Tilburg”, had Brabo-Ruud mij gisteren geappt. Ik had een route over Gilze en Goirle voorzien. De lokale ANWB afdeling Tilburg heeft ooit in al haar wijsheid besloten om in haar stadskern een grote stad als Eindhoven níet aan te geven, om dit gemis vervolgens te compenseren met bordjes naar zowat ieder gehucht en buurtschap rondom Tilburg. Als je er eenmaal in zit, kom je er nooit meer uit alsof de Tilburgse kermis nooit de stad heeft verlaten.

Deze tocht zijn Ruud en ik echter zo intens in gesprek dat alle bordjes Gilze en Goirle aan ons voorbij zijn gegaan en zo ontvouwde zich live een onvergetelijk tafereel voor mijn ogen: een toonaangevend specimen uit het Rotterdamse zakenleven fietst, gekleed in een Spookrijderstenue, dwars door het Tilburgse standscentrum met een mobiel als trofee hoog boven zijn hoofd alsof deze houding een beter 4G bereik garandeert. Hij heeft geen oog voor het verbaasd kijkende winkelend publiek als hij zijn kompaan luidkeels de weg dirigeert: ‘na driehonderd meter rrrrechts Mar!’

Het werkt want we bereiken het naamloze kanaal van Tilburg dat ik herken van twee jaar geleden toen ik Brabo-Ruud ondersteunde bij het laatste stuk van zijn monstertocht van duizend kilometer voor de Stichting Gijsje Eigenwijsje. Sindsdien ben ik verliefd op Ruud.

 

 

Daar. Daar staat ie, die lange Brabo. Te zwaaien naar ons. In zijn Spookrijdersshirt. De cyclopische fietstocht had hem destijds langs de rand van de waanzin geleid. Letterlijk. Hij fietste rondjes langs dit naamloze kanaal, rondom een park, over bospaden. Hij telde de bomen, de voetbalvelden, de blaadjes van de bloemetjes en het aantal centimeters asfalt. Hij raakte de weg kwijt. Hij had zich na zevenhonderdtwintig kilometer fietsen laten vallen op een bankje en huilde de hele godsgruwelijk-lelijke tering wereld bijeen. Brabanders kunnen van nature niet godslasterend vloeken (zij compenseren dit door het woord kut vloektechnisch bovengemiddeld te bezigen), maar de poging an sich was al ontroerend genoeg. Ruud capituleerde bijna…

Met het eindbedrag van zijn heldentocht werd een vakantiehuis gebouwd waarin families met een terminaal ziek kind in hun midden even een weekje op adem kunnen komen. Daarmee werd recht gedaan aan de wens van Gijsje Baeten, een jochie dat vlak voordat hij op negenjarige leeftijd overleed aan de gevolgen van hersenstamkanker, de wens uitsprak dat iedere familie een weekje op vakantie zou moeten kunnen. Net als Gijsje zelf.

Ruud werd dat jaar door de Commissaris van de Koning officieel tot Brabander van het Jaar gekroond.

 


 

‘Ruud! Die kutbrug staat open!’

In de verte komt een binnenvaartschip tergend langzaam aangevaren. Het is goed bier drinken met Brabanders, maar van een beetje doorvaren hebben ze weinig kaas gegeten. De provincie is havenloos, dus je kan het ze ook niet kwalijk nemen.

Met wijdse armgebaren als de wieken van een molen laat Ruud weten dat we óm moeten rijden. Naar de volgende brug.

‘Voel jij je poten al Mar?’, vraagt de 010-Ruud. Ik voel ze na een krappe 85 kilometer in alle eerlijkheid niet, maar die waarheid zal hem niet motiveren dus gooi ik het op mijn kniepezen. Daar voel ik inderdaad al iets, zo klinkt mijn leugentje om Ruuds bestwil.

Bij Café Zomerlust omhelzen we elkaar en beloven we dieper Brabant in te trekken. Brabant heeft de roodbruine kleur van cognac. De zon gaat er nooit op maar altijd onder en iedereen heeft er dorst. Iedere keer als ik in Brabant ben, vraag ik me vertwijfeld af waarom ik nooit de overstap aan heb gedurfd.

 

Café Zomerlust, Tilburg.

 

Mijn Ruden, onderweg naar Limburg

 

Brabo-Ruud leidt de dans. Mijn held fietst met beenstukken. Ik vergeef het hem. 010-Ruud wordt steeds stiller. Ik vergeef het hem.

En we fietsen verder het verleden in.

Langs Oirschot
1990… Lex’ bod op de oude Oirschotse burgemeesterswoning was te laag… ik heb iemand nog nooit, ik herhaal nóóit, in heel mijn leven zó angstaanjagend kwaad gezien. De vlokken schuim uit zijn mond waren zo hard als kauwgom.

Langs Wintelre
1989-2013… Wintelre treiterig Wintelre blijven noemen, de 1.781.223 correcties van Lex (“ge spreekt het uit als Wintelrée kut!”) ten spijt.

En Eersel.

Ieder jaar sloten we het jaar rond kersttijd officieus af met alle bevriende vervoerders in de Anton Pieck-achtige dorpskern van Eersel. Lex zat in de kopgroep. Altijd. Hij hield een korte toespraak waarin hij de gasten welkom heette om vervolgens dezelfde gasten tot het bot te beledigen die niet van Brabantse komaf waren. Het boe-geroep van Rotterdamse en Limburgse zijde spoelde hij te snel weg met liters Trappistbier-uit-het-vat waardoor Lex weer eens te vroeg piekte en hij het strijdtoneel vroegtijdig moest verlaten. Het advies om wellicht een taxi naar huis te nemen wuifde hij met een sigaret in de mopperende mond weg. Na zijn nederlaag om de oude burgermeesterwoning van Oirschot zou niets of niemand Lex Stockx godnondeju ooit nog de les lezen.

 

 

We gaan weer verder.

Het gaat van Bergeijk via Valkenswaard en Leende richting Weert om in die omgeving ouderwets de weg kwijt te raken. Erkende navigatiediensten als Google Maps en TomTom weigeren dienst zodra de gemeentegrenzen van Weert worden benaderd. Hoe je ook je best doet ten oosten van de A2 Eindhoven-Maastricht te blijven, het lukt je niet. De Limburgse VVV wil alle fietstoeristen perse door Weert laten trekken.

 

Bij de Weerterbosdijk, Knooppunt 69 van de fietsroute Noord- en Midden-Limburg voor in ANWB-jassen fietsende echtparen op leeftijd, geven we het op. Ik bel vervoerder en vriend voor het leven Marc Baets (standaard antwoord als ik vraag of hij in plaats X bij klant Y kan laden: “zet ‘m d’r maar up, kumt goe’”) op om de weg te vragen maar hij neemt niet af.

Brabo-Ruud besluit rechtsomkeert te maken. Mijn aanbod om terug te rijden met Mevrouw de Spookrijdert doet regelrecht inbreuk op zijn fietsprincipes. Rare jongens die Brabo’s, want hij heeft ook iets tegen een fietshelm neerleggen op tafel, maar mijn held heeft deze ochtend dan weer aanzienlijk minder moeite gehad met het fietsen in lange broek bij temperaturen tegen de 20 graden. Mijn Rotterdamse fietskameraden zouden gehakt van hem maken.

010-Ruud en ik fietsen dieper het verleden in.

Dan herken ik links, ineengesloten tussen de N280 Weert-Roermond enerzijds en de A2 bij afslag Kelpen-Oler anderzijds,  de witte “zorgboerderij” die door het leven gaat als Sexclub C’est La Vie. Opeens begrijp ik de keuze van de familie Hohenwalt toen ik ze zei dat ik Bocht 3 van de Alpe d’HuZes CD met een liedje-naar-keuze aan hen wilde opdragen. Dat werd dus Sex on Fire van Kings of Leon, een (on)bewust eerbetoon aan deze zorgboerderij?

 

 

 

We slaan rechtsaf de Grathemerweg in. Er staat 175 kilometer op onze teller.

“Wie gei se dich Broer noe herinnere?
’t Is moeilik wie se et zegge mos
Éin dink is zeker,
unne unieke mins is neet mieër onger os…”

Die tekst stond op de rouwkaart van Broer Hohenwalt, de Abraracourcix van de familie, die woensdag 22 mei 2013 overleed in Kelpen-Oler en wiens uitvaart enkele dagen later, op dinsdag 28 mei 2013, hier, op de Grathemerweg nummer 50, in de Heilige Liduina Kerk, gehouden werd.

Ergens halverwege de dienst moest geknield worden. Ik hielp Lex, uitgemergeld door de kanker en gesloopt door de chemo, aan zijn linker ellenboog. Zachtjes vloekend (“godnondeju…”) knielde hij uit eerbied voor Jezus Christus, Zoon van God, maar minstens evenveel uit eerbied voor local hero Broer Hohenwalt.

De nooit schoenen (altijd slippers) noch jas (altijd een blauw vest) dragende Broer en de immer op en top geklede Lex, qua uiterlijk tegenpolen, qua inborst tweelingbroers, leerden ons, hun zoons (Erwin, Carlos en ondergetekende), het vak met harde hand. Zwemmen zonder bandjes. Op een weerwoord volgde steevast een uitbrander. Soms verbaal, vaak fysiek. Geen vakbond schoot ons te hulp. Piepen deed je maar thuis.
Maar hoe rauw, eigengereid en onbehouwen ze ook over mochten komen, kwam niet aan één van hun kinderen want ze volgden je tot in de hel.

Broer nam nooit de moeite zijn Limburgse dialect te verbloemen, ook niet als hij met veel aplomb sprak over de legendarische finale Feyenoord-Celtic die 6 mei 1970 plaatsvond in Milaan, een wedstrijd waar Broer bij was geweest. In zijn betoog herkende ik alleen woorden als Fienoort en Kindvall. Ondanks of dankzij alle opwinding pafte en hoestte hij er vrolijk op los hetgeen Broers verstaanbaarheid niet ten goede kwam.

De grommende Bor, een hond van beestachtige proporties, kwijlde intussen ijverig mijn schoenen onder. Ik was Spaans benauwd van Bor en eigenlijk ook van Broer. Ondertussen bakte zijn vrouw Toos ongevraagd een boerenomelet voor je. Ongevraagd, omdat Broer al lang had besloten dat je daar trek in had.

Ik was, net als Erwin, net twintig en Carlos had als achttienjarige nog haar en geen buikje. Nu, haast dertig jaar later, is dat precies andersom.

We zijn enkele honderden meters verwijderd van het bedrijf dat door de jaren heen tienduizenden tonnen van onze metalen oversloeg. De drie kinderen hebben het bedrijf na het overlijden van hun vader laten groeien en bloeien, maar nooit is het ten koste gegaan van de intimiteit, de loyaliteit, de vriendelijkheid. De firma kent geen ondernemingsplan en doet niet aan targets, benchmarkings of sparren met je accountant.

Ze werken gewoon loeihard.

Op 25 juli 2013 overleed Lex in zijn bed in Helmond. Binnen twee maanden tijd stonden wij, de kinderen van Broer en Lex, voor een tweede keer in elkaars armen te janken. Tussen die 22e mei en 25e juli lag de dag ingeklemd waarin ik voor de eerste keer meedeed aan Alpe d’HuZes. Lex had gezworen naar de Alpe te zullen komen om mij aan te moedigen, maar de chemo had hem beroofd van zijn laatste restje energie. Hij meldde zijn afwezigheid per e-mail die ik op mijn mobieltje las in Supermarché Casino in Bourg d’Oisans, vlak achter een stapel meloenen:

 

“Marco op jou ben ik mega trots, niet alleen omdat we elkaar al zo lang kennen, niet omdat we zo lang al vrienden zijn, niet al zo lang omdat we net als een getrouwd stel alles maar dan ook godverdomme alles van elkaar weten, maar gewoon omdat jij bent wie je bent, meneer de mooischrijver !!!!!“

 

Kort na het overlijden van Lex zat ik zwijgend tegenover een huilende Ruud in diens kantoor in Rhoon. In de hoek van zijn kamer leunde een schilderij in een bruine kartonnen verpakking tegen een gitaar waar de zwartlederen hoes nog omheen zat. Van verdriet had de kern van het bestaan, schoonheid, zich van ons gekeerd.
Ruud had persoonlijk koffie voor me gehaald. Tussen ons in stond een kan lauw water. We zwegen. Ruud huilde. Ik herkauwde een mengelmoes van kots (van het ochtendontbijt) en gal (van mijn woede). Er wilde me geen rijmwoord binnenvallen van het woord braaksel. Ik vond dat verontrustend.

 

 

 

‘Kijk nou Ruud…. Kijk nou man!’

Onze monden vallen open van verbazing. Daar, op de Grathemerweg nummer 13, staat het welkomstcomité bestaande uit de voltallige familie Hohenwalt, mijn trouwe vriend Marc (“zet ‘m d’r maar up, kumt goe’”) Baets en Mevrouw de Spookrijdert.

Vlak naast de weegbrug heeft de familie een Fietswasstraat gemaakt van twee torens van onze balen aluminium folie. Tussen die twee pylonen ligt een dwarslat waaraan slierten van ons laminaat hangen. (Allemaal afgekeurde teringzooi, eet geen brood dus ken geen kwaad). De verwelkoming heeft een extra feestelijk tintje gekregen door de twee opblaasbare skydancers aan weerskanten.

Het leven hangt van onsamenhangendheden aan elkaar. Niets rijmt en God komt pleisters tekort. Tel je zegeningen, las ik onlangs op een blauw tegeltje in een toiletruimte waarvan het slot niet werkte. Vandaag, vrijdag 18 mei 2018, is zo’n gezegende dag om te tellen.

Na een krappe 180 kilometer fietsen we nu onder luid applaus door de fietswasstraat heen. Met een schoon geweten. Door de fietswasstraat van de firma Hohenwalt werd ons verleden weer heden.

 

 

Voor de familie Hohenwalt

Voor Marc (“zet ‘m d’r maar up, kumt goe’”) Baets, familie en medewerkers

  

Opgedragen aan Broer en Lex

 

 

Aankomst bij Hohenwalt:

 

Onze fietstocht in vogelvlucht:

 

FOTOGALERIJ

[Klik op een afbeelding voor een vergroting]


 


 



 

 

Ruud en ik zetten ons al jaren in voor Alpe d’HuZes om kanker de wereld uit te krijgen. Vecht jij mee met ons? Dat kan middels een donatie – iedere euro raat rechtstreeks naar het KWF. Mede door jouw donatie staat het onderzoek naar kanker niet stil!

Klik hier voor de actiepagina van Ruud

Klik hier voor de Actiepagina van Marco

Namens alle (ex-)patiënten DANK!

 

Tagged under:

Spookrijden. Achteruit rijdend, met het verkeer mee. Geen paniek, want It's Life And Life Only. Windje tegen, de Brug op. Fietsen als een forel. Met een harslaag over mijn wortels. De B-kant van een singletje. En de terugweg. De schoonheid van verval. De Paus handje drukkend met Joop Zoetemelk. De film met de geruststellende gedachte aan de slechte afloop. De laatste lik pindakaas, Tammy Wynette op, Feyenoord nooit meer kampioen. En splinters, overal splinters. In onze gespleten stad. En Broes (tegen de kou). Meegezogen, vuistdiep, die trechter in. Hij. Zij. Wij. Spookrijders.

2 Reacties

  1. raymonde hendriks Antwoord

    Mooi verslag, mooie tegenprestatie voor de gulle gevers uit Limburg. Ontroerd (weer) door de app van Lex aan jou toen hij zo ernstig ziek was. Alles komt daarin tot uitdrukking, Lex zal altijd in je leven blijven. Proficiat Ruud en Marco, mooie training in aanloop naar de 7e juni als het echte werk zal plaatsvinden. Succes gewenst en het aantal beklimmingen van de Alpe ondergeschikt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up