15. OUDE VRIEND

 

‘Ik heb mijn dromen waargemaakt’, zei hij, ‘en mijn eer gekregen. Ik heb de liefde gekend en nog steeds heb ik mensen om me heen die van me houden en van wie ik hou. Ik ben gezond en sterk voor mijn leeftijd en hoef me financieel geen zorgen te maken. Ik heb geen last van een uitgebreide vriendenkring en vervelende sociale verplichtingen. Ik heb mijn familie, waarmee ik op goede voet verkeer en op wie ik kan rekenen, mocht dat nodig zijn. Voor het geval ik al ooit wraakgevoelens heb gekoesterd, dan heeft die wraak zich indirect, door mijn succes, inmiddels vanzelf voltrokken. Voor zover ik weet heb ik geen vijanden en word ik door iedereen die mij kent gewaardeerd. Ik heb alle reden een tevreden mens te zijn en toch ben ik dat niet.

‘Als ik eerlijk ben, moet ik bekennen dat ik, ondanks mijn ogenschijnlijk goede humeur, rondloop met een gevoel van onbehagen. Ik geloof niet dat het primair te maken heeft met de wereld die langzaam de afgrond in sukkelt, met de oorlogen, de vervuiling, de algemene morele aftakeling en de voortschrijdende verloedering op medemenselijk vlak. Ook niet met de debilisering en commerciële hypocrisie van de televisie, het internet en andere media. Nee, hoe zeer mij deze zaken ook aan het hart gaan, ze zijn er niet de oorzaak van dat ik de wereld maar zelden, en eigenlijk nooit, met een opgeruimd gemoed tegemoet treed.

‘Natuurlijk heb ik mijn momenten van ontspanning en plezier. Alleen met mijn paard in de bossen of op een hotelkamer met een aantrekkelijke vrouw, die zich vrijwillig en goed betaald aan mij geeft. Of in een café met uitzicht op zee als ik aan niets denkend naar de golven kijk,  naar de springende honden op het strand of de spelende kinderen op de boulevard. Of als ik door de stille avond over een verlaten landweg in mijn oude Jaguar naar huis rijd. Soms lijkt het dan of ik op een aangename manier één ben met alles en dat het goed is dat ik er ben. En toch bijt er iets,  toch zit er mij iets dwars, iets waar ik maar niet van af kom, ook niet door de psychiater die ik al jaren bezoek en ook niet door de medicijnen, die hij me sinds enige tijd geeft.

‘Het is moeilijk te zeggen wat het is. Op een of andere manier heb ik het gevoel dat mijn leven zich buiten mij afspeelt, dat ik er geen vat op heb, dat het nooit mijn keuze is geweest, dat het me ten deel is gevallen, me overkomen, zoals de weersomstandigheden iets zijn dat je overkomt en waar je geen invloed op hebt. Eigenlijk heb ik niet het gevoel dat ik leef, ik doe maar wat me ingefluisterd wordt. Ik hobbel achter krachten aan die me bepalen, maar die geen weet hebben van mijn bestaan. En ik denk dat iedereen in hetzelfde schuitje zit, maar het niet wil toegeven en met veel moeite de hele dag door de schijn op houdt van een autonoom en zelfgekozen leven.

‘Je maakt plannen, je voert ze uit, maar eigenlijk heb je totaal niet in de gaten wat er in werkelijkheid gebeurt en wat voor gevolgen je inspanningen hebben. Mensen laten zich bij de goede afloop op hun juiste visie en inzicht voorstaan,  maar in feite is de uitkomst een gevolg van onbekende, onberekenbare omstandigheden, het toeval en het lot. Wij weten niets, wij worden tot aan de randen van het heelal, zo die al bestaan, omgeven door een universum van willekeur en onwetendheid.

‘Je zou je er vrolijk om moeten maken, maar dat is nu juist wat me niet lukt. Ik word er ziek van, het vergiftigt mijn bestaan. Het leven houdt je voor de gek. Het gooit je als een jojo heen en weer en geeft je de illusie dat je leeft.’

‘Waarom vertel ik je dit allemaal?

‘Misschien heeft het met vroeger te maken, met onze kostschooltijd. Zo’n gevoel van vriendschap heb ik sindsdien niet meer gekend. We waren altijd samen in die afgesloten wereld. Voetballen, paardrijden, praten, lol maken, met de band spelen, toneel, de bossen, op de  crossmotor rijden, stelen, onze nachtelijke feesten. Zo’n verbondenheid schept een affectiviteit, die je pas later in zijn complete hevigheid en uniciteit gaat voelen. Je hart uitstorten kan eigenlijk alleen bij een oude vriend. Of denk je dat ik gek geworden ben?’

 

 

Tagged under:

Alex Roeka: roekeloze laatbloeier, liefhebber van poëzie (Kavafis, Bukowski) en muziek (Brel, Dylan, Stones, JJ Cale), wielerfanaat. Obsessief schrijver, dichter en zanger. Verzamelaar van prijzen (Annie M.G. Schmidt-prijs, twee maal Edison). Kluizenaar en asceet, stadswandelaar en dijkfietser. Gelooft nergens in, alleen in de eeuwig voortgaande beweging en verandering. Vrolijke melancholicus.

3 Reacties

  1. R.Hendriks Antwoord

    Prachtig verwoord, een kostschool voor volwassenen zou ook geen optie zijn. Die tijd van jong zijn komt namelijk niet terug en de mens zal het moeten doen met zijn geliefden en de vriendschap(pen) daar omheen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Log In or Sign Up